<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2025:108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T16:11:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202500117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2025/457</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0620</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0620</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2026/16</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:108">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T16:03:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2025:108 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 28-10-2025 / SXM202500117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2025:108:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nietige dagvaarding. Betekening aan de “onbekende erfgenamen” kan alleen in de in artikel 5 lid 6 Rv SM vermelde gevallen en op de daarin genoemde wijzen. Uit de door eiser overgelegde stukken blijken niet de namen en de adressen van de erfgenamen. Eiser is daardoor niet-ontvankelijk in zijn vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2025:108:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: SXM202500117 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 28 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Sint Maarten,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>die in persoon procedeert,    </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN WIJLEN [NAAM], [NAAM] EN [NAAM]</emphasis>, </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>gedaagden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie in de procedure zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde sub1]</emphasis>,</para>
      <para>zonder (opgegeven) woonplaats,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.F. Gibson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde sub2]</emphasis>,</para>
      <para>zonder (opgegeven) woonplaats, </para>
      <para>gemachtigde: mr. V.C. Choennie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde sub3]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Sint Maarten, </para>
      <para>die in persoon procedeert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, op 4 februari 2025 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolzitting van 10 juni 2025 waar aan de zijde van gedaagde de hiervoor genoemde personen zijn verschenen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht namens de rolrechter aan partijen van 11 juni 2025 waarin de zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door eiser voor het opgeven van de namen en adressen van alle erfgenamen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van eiser 19 augustus 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakten van de in de procedure verschenen gedaagden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is de zaak verwezen naar de rol van heden voor een rolbeslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij een betekening van een verzoekschrift aan de erfgenamen moeten hun namen en woonplaatsen worden vermeld. Betekening aan de gezamenlijke erfgenamen zonder vermelding van hun namen en woonplaatsen is alleen mogelijk in de in artikel 5 lid 6 Rv SM vermelde gevallen en op de daarin genoemde wijzen. Van een of meerdere van die gevallen is geen sprake. Daarover is geen discussie.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Omdat niet alle erfgenamen zijn verschenen, ook daarover is geen discussie, is eiser door de rolrechter in de gelegenheid gesteld om op de rol van 19 augustus 2025 alsnog een opgave te doen van de namen en adressen van alle erfgenamen, opdat daarna alsnog een correcte betekening kan plaatsvinden. Eiser heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt, althans blijken uit de door hem overgelegde stukken niet de namen en/of de adressen van alle erfgenamen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De conclusie uit het voorgaande is dat ex artikel 92 Rv SM sprake is van een nietig betekeningsexploot. Eisers zal daarom in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten overvloede wordt opgemerkt dat de betekeningsvoorschriften van artikel 5 lid 6 Rv SM niet kunnen worden ‘opgerekt’.<footnote-ref linkend="_9d7d8c12-0c8c-48a5-9c5e-b1d382939050" /> Wanneer de erfgenamen niet bekend zijn, kan via artikel 4:204 BW SM om benoeming van een vereffenaar over de nalatenschap worden verzocht en kan het verzoekschrift vervolgens aan deze vereffenaar worden betekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eiser zal als gevolg van het bovenstaande in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [gedaagde sub1] begroot op Cg 1.250,00, te vermeerderen met de nakosten zoals gevorderd. Aan de zijde van [gedaagde sub2] worden deze begroot op Cg 1.250,00. Daarbij is voor beiden uitgegaan van 1 punt x tarief 5. Omdat [gedaagde sub3] in persoon procedeert, worden de kosten aan zijn zijde begroot op nihil.     </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat deze beslissing geen procedurele beslissing is, zal deze anders dan aangekondigd, niet als rolbeslissing maar als vonnis worden  gegeven.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn verzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub1] begroot Cg 1.250,00, te vermeerderen  met de nakosten die zonder betekening worden begroot op Cg 250,00 en worden verhoogd met Cg 150,00 na betekening, en aan de zijde van [gedaagde sub2] begroot op Cg 1.250,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart, zoals gevorderd, de proceskostenveroordeling ten aanzien van [gedaagde sub1] uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9d7d8c12-0c8c-48a5-9c5e-b1d382939050" label="1">
    <para> Zie HR 5 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY9084) waarin hetzelfde  is overwogen ten aanzien van  het met artikel 5 lid 6 Rv SM vergelijkbare Nederlandse artikel 53 en 54 Rv. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>