<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2025:107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T15:59:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202401401</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:107">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T15:59:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2025:107 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 30-09-2025 / SXM202401401</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2025:107:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Eiser vordert vergoeding van zijn schade als gevolg van een aanrijding met gedaagde. De vordering wordt volledig toegewezen. Het verweer van gedaagde dat eiser kennelijk</para>
        <para>opzettelijk op haar is ingereden, althans niets heeft gedaan om de aanrijding te voorkomen, wordt verworpen. Ook het verweer tegen de hoogte van de gevorderde schade wordt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2025:107:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: SXM202401401  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 30 september 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>, </para>
      <para>wonend in Sint Maarten, </para>
      <para>eiser, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde],  </emphasis>
      </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Sint Maarten, </para>
      <para>gedaagde, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de ‘small claim petition’ van eiser van 17 december 2024;  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ‘statement of defense’ van gedaagde van 14 januari 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van de zitting van 27 maart 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een aanvullende productie (een foto) van eiser, die op de zitting is </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>overgelegd;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties (drie foto’s en een ‘parts quote’) van gedaagde, die op de zitting zijn overgelegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het ingevolge een daartoe gemaakt afspraak met partijen door de rechter </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>opgevraagde, en door hem na de zitting van de politie ontvangen,</para>
        <para>politierapport van 22 november 2024, door de griffie aan partijen gezonden met een e-mail van 13 augustus 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beslissing is bepaald op vandaag.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Summary in English</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The plaintiff's claim is being awarded. The defendant is liable for the collision between the cars of the parties. The defendant should have given way. The defendant's defenses against the amount of damages claimed are rejected. The invoice submitted by the plaintiff is correct. The amount for car parts in the defendant's invoice does not differ significantly from the invoice presented by the claimant.   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op [datum] heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen partijen, ieder als bestuurder van hun eigen auto. Daardoor is aan beide auto’s schade </para>
        <para>ontstaan. De aanrijding vond plaats op een kruising met verkeerslichten. De </para>
        <para>verkeerslichten waren op dat moment niet in werking. Volgens de ter plaatse </para>
        <para>geldende voorrangsregels had eiser voorrang. Eiser houdt gedaagde </para>
        <para>voor de schade aan zijn auto aansprakelijk. In dat verband vordert hij USD 4.093,88. Dit bedrag komt overeen met het bedrag in een aan hem gerichte reparatiefactuur van het garagebedrijf  [naam garage]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer van gedaagde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde voert verweer. Zij betwist dat zij aansprakelijk is voor de </para>
        <para>aanrijding. Zij stelt dat zij tijdens de aanrijding al bijna voorbij de kruising was en  gedaagde dus kennelijk opzettelijk op haar is ingereden. In ieder geval heeft eiser geen enkele poging ondernomen om een aanrijding te voorkomen. Eiser heeft niet geremd. Er waren geen remsporen te zien. Gedaagde heeft de indruk dat eiser </para>
        <para>onder invloed verkeerde, mede omdat hij in zijn auto bleef zitten en op geen enkele vraag een fatsoenlijk antwoord gaf. Daarnaast betwist zij de door eiser gestelde hoogte van de schade. Volgens haar klopt de door eiser overgelegde factuur van [naam garage] niet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde is aansprakelijk voor de aanrijding. Gedaagde had voorrang </para>
        <para>moeten verlenen maar heeft dat niet gedaan. Voor haar stelling dat gedaagde </para>
        <para>opzettelijk op haar is ingereden of mogelijk onder invloed verkeerde, biedt het </para>
        <para>politierapport geen steun. Daarin staat als toedracht voor de aanrijding niet meer dan dat gedaagde heeft verzuimd om voorrang te verlenen. Dat eiser op haar is </para>
        <para>ingereden, blijkt overigens ook niet uit de door gedaagde overgelegde foto van haar eigen auto direct na de aanrijding. Daarop is schade te zien aan het spatbord aan de voorzijde en aan de voorkant van de rechter voordeur. Hieruit volgt niet dat </para>
        <para>gedaagde op het moment van de aanrijding de kruising al bijna had verlaten, maar juist het tegendeel.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde stelt de door eiser gevorderde schade niet klopt. In de door </para>
        <para>gedaagde overgelegde factuur zou de valuta niet zijn vermeld, het daarin vermelde bouwjaar 2004 zou niet juist zijn, de vermelde prijzen zouden niet kloppen en het zou om een andere auto gaan. Deze verweren worden verworpen. In de factuur staat dat de vermelde prijzen in USD zijn. De vermelding van het jaar 2004 in de factuur verwijst kennelijk naar het jaar waarop de auto op kenteken is gezet en niet naar het bouwjaar 2003 dat, de stelling van gedaagde volgend, kennelijk </para>
        <para>correspondeert met het VIN-nummer van de auto. De prijzen in de factuur van [naam garage] komen nagenoeg overeen met die in de ‘parts quote’ die gedaagde heeft overgelegd van een ander garagebedrijf. Op een totaal van afgerond </para>
        <para>USD 3.000,- aan onderdelen is het verschil maar USD 500,-, hetgeen te weinig is om deze factuur in twijfel te trekken. Ook voor de stelling dat het hier om een andere auto zou gaan, is geen steun te vinden in de overgelegde stukken. Er zijn foto’s van de auto van direct na de aanrijding en foto’s van bij de garage. De kleuren van de daarop afgebeelde auto’s zijn enigszins verschillend, maar dat kan komen door het licht en door de instelling van de camera. Ook de schade is enigszins anders, maar dat kan komen door inmiddels bij de garage verwijderde onderdelen, waaronder de grille en de voorspoiler.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie is dat gedaagde de door eiser gevorderde schade moet </para>
        <para>vergoeden. Omdat gedaagde daarmee in deze procedure in het ongelijk wordt </para>
        <para>gesteld, moet zij ook de door eiser gemaakte kosten van de procedure vergoeden. Het gaat daarbij om Cg 50,- voor het door eiser betaalde griffierecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van USD 4.093,88,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, aan zijde van eiser </para>
        <para>begroot op Cg 50,-,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>