<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2025:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T13:38:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202500818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T13:35:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2025:103 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 12-09-2025 / SXM202500818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2025:103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 7:685 lid 2 van het BW, voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2025:103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Zaaknummer: SXM202500818</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 12 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake <?linebreak?></para>
      <para>de naamloze vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">[NAAM NV]</emphasis>, <?linebreak?>gevestigd te Sint Maarten, <?linebreak?>verzoekster,</para>
      <para>hierna: [NV], <?linebreak?>gemachtigde: mr. F. Kutluer, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam]</emphasis>, <?linebreak?>wonend te Sint Maarten, <?linebreak?>verweerder,</para>
      <para>hierna: [verweerder], <?linebreak?>in persoon verschenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoek(st)er heeft op 30 juli 2025 een verzoekschrift met 6 producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 29 augustus 2025. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten (nader) uiteengezet, beide aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>verweerder] is op 1 mei 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij [NV] in de functie van ‘Aviation Crew Chief’ op basis van een 40-urige werkweek. Het bruto overeengekomen salaris bedroeg laatstelijk Cg 6.382,- per maand, exclusief emolumenten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2. [</nr>
      <para>verweerder] heeft een vakantie in Nederland gepland die op 22 mei 2025 zou eindigen. Hierna waren de vakantiedagen van [verweerder] op. Op 20 mei 2025 heeft [verweerder] verzocht om een verlengd verlof tot 9 juni 2025, in verband met familieomstandigheden. Vervolgens heeft [verweerder] meegedeeld dat hij op 30 juni 2025 zou terugkeren. [NV] heeft hiermee (impliciet) ingestemd en onbetaald verlof verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 27 juni 2025 heeft [verweerder] aan [NV] meegedeeld dat hij op zijn vroegst eind juli 2025 zou terugkeren. [NV] heeft bij e-mail van 30 juni 2025 aan [verweerder] geschreven dat hij op 1 juli 2025 weer op het werk moet verschijnen. [verweerder] heeft toen enige toelichting gegeven op zijn verzoek en meegedeeld dat hij op 30 juli 2025 zal terugkeren. [verweerder] heeft telefoontjes van [NV] niet beantwoord. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.	[</nr>
      <para>NV] heeft [verweerder] er bij e-mails van 2 en 4 juli 2025 op gewezen dat hij een (dokters)verklaring dient over te leggen, waaruit zou blijken dat hij genoodzaakt was in Nederland te blijven en dat “Failure to adhere to the directions within this email may lead to disciplinary action or termination”. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij brief van 10 juli 2025 heeft [NV] [verweerder], onder opgaaf van redenen, op staande voet ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>NV] verzoekt voorwaardelijk dat het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerder] op de meest korte termijn zal ontbinden, zonder toekenning van een vergoeding, en met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>NV] legt aan het verzoek ten grondslag dat door zonder toestemming of geldige reden niet op het werk te verschijnen en niet te reageren op haar oproepen sprake is van een gewichtige reden als bedoeld in artikel 7:685 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), bestaande uit een dringende reden als bedoeld in artikel 6:678 lid 2 sub k. en/of sub j. BW, subsidiair een verandering in de omstandigheden. [verweerder] heeft zijn uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen grovelijk veronachtzaamd c.q. geweigerd te voldoen aan redelijke bevelen van zijn werkgever. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>verweerder] heeft verweer gevoerd, althans ter zitting een verklaring overgelegd. Op de stellingen en het verweer van partijen wordt hierna, voor zover van belang, (nader) ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het Gerecht zal de vordering van [NV] tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2. 	[</nr>
      <para>verweerder] is de gehele maand juli 2025 niet op het werk verschenen en heeft niet voldaan aan het redelijke verzoek van [NV] om aan te tonen dat het voor hem noodzakelijk was om nog een maand langer in Nederland te zijn. [NV] heeft [verweerder] meermaals op zijn verplichtingen gewezen en gewaarschuwd, maar [verweerder] heeft volhard in zijn besluit om weg te blijven. [verweerder] heeft voor zijn afwezigheid “persoonlijke omstandigheden” aangevoerd, maar daar ter zitting nog steeds geen openheid over gegeven. Het zonder deugdelijke, althans deugdelijk onderbouwde, reden geen gehoor geven aan oproepen van de werkgever op het werk te verschijnen, kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder]. Dit geldt hier temeer gelet op de onbetwiste stelling van [NV] dat [verweerder] een essentiële rol had voor de bedrijfsvoering van [NV] op Princess Juliana International Airport en haar met betrekking tot de planning van het werk in problemen heeft gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.	[</nr>
      <para>verweerder] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de kant van [NV] tot en met vandaag begroot op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>explootkosten 		Cg 	259,50</para>
        <para>griffierecht 			Cg 	450,00</para>
        <para>salaris gemachtigde 		<emphasis role="underline">Cg     2.500,00  +</emphasis></para>
        <para>totaal:		 Cg     3.209,50 </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt, indien het per 10 juli 2025 verleende ontslag op staande voet door de rechter wordt vernietigd, de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 29 augustus 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de kant van [NV] tot en met vandaag begroot op Cg 3.209,50;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. <?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 12 september 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>