<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2024:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T11:37:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202400501</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:63">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T11:36:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2024:63 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 06-08-2024 / SXM202400501</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2024:63:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>huurachterstand; bevrijdend verweer; kwitanties van cash betalingen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2024:63:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: SXM202400501 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 6 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>oppossante,</para>
      <para>procederend in persoon, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [oppossante] en [geopposeerde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend verzoekschrift met producties, op 8 april 2024 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 20 juni 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>opposante] huurde van [geopposeerde] een appartement tegen een huursom van US$ 850,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.	[</nr>
      <para>geopposeerde] heeft een small petition claim ingediend op 12 januari 2024. Bij bevel van betaling van 5 maart 2024 is tegen [opposante] verstek verleend en is zij veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van US$ 1.550, te vermeerderen met wettelijke rente alsmede tot betaling van de proceskosten ad US$ 50,00.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>opposante] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, vernietiging van het bevel van betaling van 5 maart 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>opposante] betwist dat zij huur aan [geopposeerde] verschuldigd is. Zij stelt dat het ontstaan van dit geschil voortkomt uit de onwelkome avances van [geopposeerde] naar haar toe, die zij resoluut heeft afgewezen. [opposante] stelt dat zij het appartement in 2019 heeft gehuurd en dat zij er (slechts) een paar maanden heeft gewoond. [opposante] ontkent de huurachterstand. Zij stelt dat zij altijd cash heeft betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>geopposeerde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. Bij brief van 30 maart 2020 heeft [opposante] hem een brief geschreven, die door haar en hem beiden is ondertekend, waarin staat dat zij niet in staat was de huur te betalen en dat zij een betalingsregeling wilde treffen. De huurachterstand was op dat moment US$ 1.700,00 en [opposante] bood in die brief aan dat zij US$ 400,00 per maand zou aflossen, met ingang van 30 juni 2020. Ter zitting heeft [geopposeerde] gesteld dat [opposante] in maart 2021 een bedrag van US$ 150,00 heeft betaald en dat er nu nog een huurachterstand bestaat van US$ 1.550,00.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In de brief van 30 juni 2020 heeft [opposante] inderdaad erkend dat zij een huurachterstand heeft en dat zij die wilde aflossen met een maandelijks bedrag van US$ 400,00. [opposante] heeft weliswaar gesteld dat zij de huur wel betaalde en dus geen huurachterstand had, maar zij kan niet verklaren waarom de door haar ondertekende brief dit tegenspreekt. [opposante] heeft de bewijslast van de betaling van de huurpenningen, nu dit een bevrijdend verweer betreft. Met de enkele stelling dat ze cash heeft betaald zonder kwitanties of andere bewijsstukken te overleggen is [opposante] hier niet in geslaagd. Mitsdien zal de vordering worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2. 	[</nr>
      <para>opposante] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [geopposeerde] tot op heden begroot op nihil, nu [geopposeerde] in persoon procedeert.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [opposante] in de proceskosten, aan de zijde van [geopposeerde] tot op heden begroot op nihil.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th.G. Lautenbach, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>