<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2024:39</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-23T11:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202300298 t/m SXM202300303, SXM202300305 en SXM202300336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2024/79 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:39">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:39</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-01T16:46:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2024:39 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 31-07-2024 / SXM202300298 t/m SXM202300303, SXM202300305 en SXM202300336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2024:39:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij uitspraken op bezwaar is de Inspecteur volledig tegemoetgekomen aan het materiële geschil. In beroep is tussen partijen uitsluitend in geschil of de verzoeken om een (integrale) kostenvergoeding voor de bezwaarfase door de Inspecteur terecht zijn afgewezen. De Inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslagen kenbaar gemaakt dat hij voornemens is van de ingediende aangifte af te wijken in verband met daarin door belanghebbende afgetrokken interestkosten van een lening verkregen van een aan hem gelieerde entiteit. Dat vervolgens pas na afronding van een bij deze gelieerde vennootschap ingesteld boekenonderzoek de aanslagen alsnog zijn verminderd overeenkomstig de aangiften, maakt naar het oordeel van het Gerecht nog niet dat de aanslagen door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht zijn opgelegd. Het voorgaande brengt mee dat de verzoeken om kostenvergoeding voor de bezwaarfase terecht zijn afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2024:39:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 31 juli 2024</para>
    <para>BBZ nrs. SXM202300298 t/m SXM202300303, SXM202300305 en SXM202300336</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Nederland,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend te Sint Maarten, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor de jaren 2015 tot en met 2018 opgelegd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de aanslagen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 23 januari 2023 de bezwaren tegen de aanslagen gegrond verklaard en het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 20 maart 2023 tegen de afwijzing van het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase (pro forma) beroepen ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft de beroepen op 12 mei 2023 gemotiveerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 5 april 2024 verweerschriften ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 9 april 2024 een nader stuk ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2024 te Philipsburg. Namens belanghebbende is verschenen [A] vergezeld van een kantoorgenoot, verbonden aan [X] St Maarten. Namens de Inspecteur is verschenen [B]. Belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en ingebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij uitspraken op bezwaar is de Inspecteur volledig tegemoetgekomen aan het materiële geschil. De aanslagen zijn verminderd overeenkomstig de door belanghebbende ingediende aangiften. In beroep is tussen partijen uitsluitend in geschil of de verzoeken om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase door de Inspecteur terecht zijn afgewezen. Tussen partijen is niet langer in geschil dat de beroepen ontvankelijk zijn.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Belanghebbende is van mening dat hij recht heeft op een integrale vergoeding voor de gemaakte kosten voor de bezwaarfase van in totaal USD 3.383,88<footnote-ref linkend="_ed235343-9783-4a97-a550-d847bfb18cc6" />. De Inspecteur stelt dat het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase terecht is afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten bezwaarfase </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in de Regeling proceskostenvergoeding bezwaarfase belastingzaken (hierna: de Regeling). In artikel 1 van de Regeling is bepaald dat een vergoeding van kosten voor de bezwaarfase uitsluitend betrekking kan hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschriften verzocht om een vergoeding van de kosten voor de bezwaarfase en ook is sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het Gerecht is echter van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft voorafgaand aan het opleggen van de aanslagen voor het jaar 2015 kenbaar gemaakt dat hij voornemens is van de ingediende aangifte af te wijken. De daarbij toe te passen correctie ziet op de door belanghebbende afgetrokken interestkosten van een lening verkregen van een aan hem gelieerde entiteit ([Q]), onder meer omdat er geen aansluiting kon worden gevonden met de door de vennootschap ingediende aangifte winstbelasting. De aanslag voor het jaar 2015 en die in de jaren daarna zijn in afwijking van de aangiften van belanghebbende opgelegd. Het Gerecht acht het daarbij door de Inspecteur ingenomen standpunt niet onverdedigbaar. Dat vervolgens pas na afronding van een bij [Q] ingesteld boekenonderzoek de aanslagen alsnog zijn verminderd overeenkomstig de aangiften, maakt naar het oordeel van het Gerecht nog niet dat de aanslagen door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht zijn opgelegd. Het Gerecht ziet ook verder geen aanleiding voor een veroordeling van de Inspecteur in de (integrale) kosten voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft de verzoeken om kostenvergoeding voor de bezwaarfase dan ook terecht afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ten overvloede merkt het Gerecht nog het volgende op. Belanghebbende heeft voor de beroepsfase eveneens verzocht om een integrale proceskostenvergoeding. Volgens het door belanghebbende ter zitting overlegde overzicht met facturen zou het gaan om een bedrag van in totaal USD 24.855,57 aan proceskosten<footnote-ref linkend="_17aec612-5244-4f40-80ef-ec2506e2cc27" />. Het Gerecht merkt op dat dit bedrag geen reële weerspiegeling vormt van de proceskosten, waarbij de werkzaamheden van de gemachtigde bestaan uit het indienen van nagenoeg identieke beroepen ten aanzien van een geschil over het niet toewijzen van een kostenvergoeding voor de bezwaarfase.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en is uitgesproken op 31 juli 2024, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,		  De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Frontstreet 58 (The Courthouse)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Philipsburg</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Sint- Maarten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van NAf 300 verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ed235343-9783-4a97-a550-d847bfb18cc6" label="1">
    <para> Zoals afgeleid uit het ter zitting overgelegde kostenoverzicht (‘Work related to the objection’).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17aec612-5244-4f40-80ef-ec2506e2cc27" label="2">
    <para> Zoals afgeleid uit het ter zitting overgelegde kostenoverzicht (‘Appeal procedure’).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>