<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2024:114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T16:10:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202200542</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:114">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2024:114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T16:09:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2024:114 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 17-09-2024 / SXM202200542</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2024:114:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatig beslag, rechter schat de schade die daardoor geleden is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2024:114:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: SXM202200542 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 17 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GOLDEN OCEAN SUPERMARKET N.V. h.o.d.n. SOUTH REWARD SUPERMARKET,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.H.J. Merx,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Supermarket en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis van 13 juni 2023 (hierna: het tussenvonnis)</para>
      <para>- de conclusie na tussenvonnis van Supermarket met producties</para>
      <para>- de antwoordakte na tussenvonnis van [gedaagde] met producties</para>
      <para>- de akte uitlating producties van Supermarket</para>
      <para>- de akte uitlating producties van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het gerecht volhardt bij het tussenvonnis, met inachtneming van hetgeen wordt overwogen in r.o. 2.3. Bij het tussenvonnis is de zaak naar de rol verwezen voor conclusie na mondelinge behandeling van de zijde van Supermarket, met de bepaling dat [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld daarop bij antwoordconclusie na mondelinge behandeling te reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Supermarket heeft bij haar conclusie na tussenvonnis haar vordering verminderd en vordert na die vermindering US$ 53.680,-. Dat bedrag bestaat uit US$ 29.000- wegens gederfde winst, US$ 680,- wegens een kapotte deur, US$ 10.000,- wegens schade aan bederfelijke goederen en US$ 14.000,- wegens schade aan “dry goods”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Kennelijk naar aanleiding van r.o. 4.1 e.v. van het tussenvonnis zijn beide partijen in hun stukken uitgebreid ingegaan op de vraag of Supermarket eigendom is van [gedaagde] of van [naam] althans, na verkoop en levering door laatstgenoemde, van [naam]. Deze vraag zal, in elk geval wat betreft [gedaagde] en [naam] respectievelijk </para>
        <para>[naam], in deze procedure niet kunnen worden beantwoord, reeds niet omdat </para>
        <para>[eiseres] en [naam] deze procedure geen partij zijn. Het antwoord op die vraag is voor de beoordeling overigens ook niet van belang. Supermarket, [gedaagde] en [naam] althans [naam] zijn immers afzonderlijke zelfstandige juridische entiteiten, Supermarket een rechtspersoon en [gedaagde], [naam]en [naam] natuurlijke personen. Die natuurlijke personen zijn ook geen van allen te vereenzelvigen met Supermarket, ook niet als een van hen als eigenaar van Supermarket zou moeten worden aangemerkt. In dit verband wordt naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] nog overwogen dat niet [naam] maar Supermarket de eisende partij is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Daaruit volgt dat [gedaagde] ingeval van onrechtmatig handelen jegens Supermarket aansprakelijk is, ook als [gedaagde] als eigenaar van Supermarket zou moeten worden aangemerkt. </para>
        <para>Voor zover het verweer van [gedaagde] aldus zou moeten worden begrepen dat de vordering reeds moet worden afgewezen omdat Supermarkt zijn eigendom is, gaat dat dus niet op.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Voor de eventuele toewijzing van de vordering is wel voorwaarde dat de winkel voor rekening en risico van Supermarket wordt geëxploiteerd. De schade waarop de vordering betrekking heeft, staat immers volledig in rechtstreeks verband met die exploitatie. Wie de zaak feitelijk runt, is daarvoor niet beslissend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Supermarket zelf stelt daaromtrent meermaals (in haar conclusie na tussenvonnis) dat [naam] de exploitatie van de winkel doet en runt. In het licht van haar overige stellingen vat het gerecht deze stellingen aldus op dat [naam] volgens Supermarket de aandelen in de vennootschap houdt en feitelijk de gang van zaken in de winkel bepaalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op grond van het navolgende (r.o. 2.8-2.12 en 2.14-2.19) in onderling verband beschouwd oordeelt het gerecht dat de winkel voor rekening en risico van en dus door Supermarket werd geëxploiteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In de jaarstukken van Supermarket over de jaren 2012 tot en met 2018 die Supermarket als productie 1 in het geding heeft gebracht, staat onder het kopje “<emphasis role="bold">GENERAL INFORMATION</emphasis>” steeds de volgende tekst:  </para>
        <para>“<emphasis role="italic">Golden Ocean supermarket is under new management as of 1/1/2011</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The company is doing business as South Reward Supermarket</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">South Reward Supermarket is a supermarket located in St Peters.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fixed assets are depreciated using he straight line method over the estimated life of the asset.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rent Payments were paid to Soft Touch N.V. Bush Road. […]”.</emphasis>
        </para>
        <para>In een aantal jaartukken wordt die tekst gevolgd door nadere tekst die voor de onderhavige beoordeling niet van belang is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Met betrekking tot de betalingsbewijzen heeft Supermarket in haar conclusie na tussenvonnis aangevoerd dat deze reeds in “de vorige ronde” zijn ingeleverd en dat nog een hele doos gereed staat voor het gerecht als dat nodig zou blijken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Naar het gerecht aanneemt, doelt Supermarket met “de vorige ronde” op (de producties bij) het verzoekschrift. Productie 4 bij het verzoekschrift bestaat uit een aantal facturen betreffende nutsvoorzieningen over de maanden augustus, september en oktober 2018, alle ten name van Supermarket. De kwitanties die zijn overgelegd als productie 5 bij het verzoekschrift, voor zover leesbaar, geven geen eenduidig beeld, maar daaruit kan wel worden geconcludeerd dat Supermarket de huurpenningen heeft betaald over de maanden juni/juli 2018 tot en met september 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dat, naar Supermarket stelt, nog een doos gereed staat, speelt bij de beoordeling geen rol, aangezien (de inhoud van) de doos niet in het geding is gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Supermarket heeft als productie 2 bij conclusie na tussenvonnis in het geding gebracht twee betalingsslips uit 2019 betreffende betalingen verricht aan SZV. Verder is als productie 7 een groot aantal kwitanties in het geding gebracht voor betaling door Supermarket aan de overheid van Sint-Maarten, zoals de belastingdienst en het ministerie van werkgelegenheid, en de kamer van koophandel. Bij gebreke van enige aanwijzing voor het tegendeel [gedaagde]et ervan uit worden gegaan dat die betalingen in verband staan met de winkel en niet met eventuele andere activiteiten van Supermarket.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] dat in werkelijkheid hijzelf betalingen bedoeld in r.o. 2.10 en r.o. 2.12, en ook andere betalingen voor Supermarket verrichtte, naar het gerecht begrijpt tot een totaalbedrag van US$ 115.000,-, wordt hierna (r.o. 2.20) nader besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <parablock>
        <para>De huurovereenkomst van januari 2017 die in het geding is gebracht (als onderdeel van productie 3 bij conclusie na tussenvonnis) is aangegaan tussen </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“[naam] the proprietors/Lessor of South Reward Supermarket </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">AND</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[naam] the Lessee of Golden Ocean Supermarket N.V. (South Reward Supermarket)”.</emphasis>
        </para>
        <para>Dit vormt minst genomen een aanwijzing dat de huurovereenkomst betrekking heeft op ruimte ten behoeve van de winkel. </para>
        <para>Bovendien voert [gedaagde] zelf aan (in zijn antwoordakte na tussenvonnis, randnummer 9 en 10) dat de huurcontracten aanvankelijk op naam van Supermarket stonden en dat de kwitanties na 2017 “zelfs” op naam van Supermarket werden uitgeschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <parablock>
        <para>De verklaring van mevrouw[naam] d.d. 28 september 2023 (productie  4 bij conclusie na tussenvonnis) wijst erop dat Supermarket de winkel exploiteert en [naam] voor Supermarket als contactpersoon voor de accountant fungeert. Dat ontleent het gerecht aan de volgende zinsneden uit die verklaring:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">[…] Gumbs and Associates Accounting has been appointed as the accountant or Golden Ocean Supermarket NV since 2011 […] [naam][…] is the sole individual responsible for providing us with all the necessary information pertaining to the business operations of Golden Ocean Supermarket N.V. […] [naam] maintains a monthly routine of visiting our office to sign the monthly Declarations of Taxes and to provide us with sales data and receipts for the company […] As the accountant overseeing Golden Ocean Supermarket N.V., we can confirm that we have no knowledge or information suggesting the involvement of any other individual in the day-to-day management or operations of the business. [naam]had consistently been the sole point of contact an s source of information regarding the company’s financial matters […]</emphasis>”.</para>
        <para>Deze verklaring, gelezen in samenhang met de jaarstukken, maakt aannemelijk dat Supermarket de winkel exploiteerde, mede omdat [gedaagde] niet stelt en er ook geen aanwijzing is dat de jaarstukken betrekking hebben op andere activiteiten van Supermarket dan de exploitatie van de winkel.<?linebreak?>Het voorgaande wordt nog ondersteund door de verklaringen van leveranciers en andere derden (productie 7 bij conclusie na tussenvonnis).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Ten slotte heeft Supermarket niet dan wel onvoldoende weersproken gesteld dat de winkel, de huur, de accountant en de jaarrekeningen sinds 2011 staan op naam van Supermarket.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Daartegenover heeft [gedaagde] als verweer gevoerd enerzijds dat Supermarket niet heeft voldaan aan de bewijsopdracht doordat zij niet alle informatie en stukken heeft verschaft waarom het gerecht had gevraagd en anderzijds dat hij en niet [naam] de eigenaar is van Supermarket althans de assets.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <parablock>
        <para>Dat Supermarket bepaalde informatie en stukken niet heeft verschaft – anders dan [gedaagde] kennelijk meent, is van een bewijsopdracht geen sprake –, kan niet afdoen aan hetgeen zij wel heeft verschaft. Indien [gedaagde], zoals hij stelt, bedragen ten behoeve van Supermarket heeft betaald - onder meer in verband met de aankoop van goederen -, heeft [gedaagde] daardoor onder omstandigheden een vordering op Supermarket gekregen. Maar daaruit volgt niet dat Supermarket de winkel niet exploiteert. Integendeel, indien [gedaagde] bedragen ten behoeve van Supermarket – immers een zelfstandige rechtspersoon - heeft betaald, draagt dat bij aan de conclusie dat Supermarket de winkel exploiteerde. Tot een ander oordeel met betrekking tot de exploitatie van de winkel kan de hiervoor weergegeven stelling van [gedaagde] in geen geval leiden.</para>
        <para>Overigens voert [gedaagde] ook aan (in zijn antwoordakte na tussenvonnis, randnummer 18) dat de goederen werden ingekocht middels de contante gelden die in Supermarket werden gegenereerd. Daarop afgaande zijn deze goederen dus door Supermarket zelf en niet door [gedaagde] betaald, al sluit dat niet uit dat hij deze gelden aan Supermarket ter beschikking heeft gesteld en uit dien hoofde een vordering op Supermarket heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>Of nu wel of geen dividend aan [gedaagde] is uitgekeerd, kan naar het oordeel van het gerecht niet bijdragen aan het antwoord op de vraag wie de winkel exploiteerde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover in het verweer van [gedaagde] een beroep op verrekening zou moeten worden gelezen, gaat dat niet op. Op grond van het navolgende staat namelijk onvoldoende vast dat hij een in verrekening te brengen vordering heeft op Supermarket en zo ja tot welk bedrag. In de eerste plaats zijn de stellingen van [gedaagde] met betrekking tot zijn vordering op Supermarket niet consistent: nu eens voert hij aan dat hij US$ 115.000,- heeft betaald voor de winkel en dat die inclusief assets aan hem is geleverd (conclusie van antwoord, randnummer 7), dan weer dat hij de aandelen voor US$ 115.000- heeft gekocht en alsnog een vordering tot levering zal instellen (conclusie van antwoord, randnummer 18) en ten slotte dat hij, [gedaagde], de assets van de winkel heeft gekocht en betaald (akte uitlating producties, randnummer 5). Tevens stelt hij dat de goederen zijn betaald met gelden die in Supermarket waren gegenereerd (r.o. 2.18, slot). Uit zijn stellingen volgt dan ook onvoldoende wat [gedaagde] volgens hemzelf exact heeft gekocht voor het bedrag van US$ 115.000- en of dat een vordering van [gedaagde] op Supermarket heeft doen ontstaan en zo ja, tot welk bedrag. </para>
        <para>In de tweede plaats constateert het gerecht dat in de jaarstukken van Supermarket geen vordering van [gedaagde] op Supermarket is opgenomen, niet voor een bedrag van US$ 115.000- en ook niet voor enig ander bedrag. [gedaagde] heeft de cijfermatige juistheid van de jaarstukken niet betwist en evenmin aangevoerd dat hij Supermarket heeft verzocht de jaarstukken aan te passen, hoewel hij erkent deze te hebben ontvangen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.	[</nr>
      <parablock>
        <para>gedaagde] betwist niet uitdrukkelijk de gestelde onrechtmatigheid van het beslag, maar uit zijn stelling dat de winkel zijn eigendom is, begrijpt het gerecht dat hij van mening is dat hij gerechtigd was beslag te leggen omdat [naam] doende was zijn onderneming te verkopen. Dat verweer wordt gepasseerd omdat volgens de eigen stellingen van [gedaagde] de aandelen nimmer aan hem zijn geleverd en evenmin is komen vast te staan dat de goederen/assets aan hem zijn geleverd. Wat betreft de aandelen heeft levering volgens [gedaagde] namelijk plaatsgevonden aan [naam] en [gedaagde] kondigt aan dat hij in een separate procedure de veroordeling van [naam] tot levering van de aandelen aan hem zal vorderen. Gezien hetgeen hierboven (met name in r.o. 2.20) is overwogen over de goederen/assets, kan niet worden geconcludeerd dat deze door verkoop en levering (art. 3:84 Burgerlijk Wetboek (BW)) [gedaagde]’s eigendom zijn geworden. Nu naar het oordeel van het gerecht in rechte is komen vast te staan dat de winkel voor rekening en risico van Supermarket wordt geëxploiteerd, moet mede bij gebreke van voldoende sterke aanwijzingen voor het tegendeel worden geconcludeerd dat de destijds in opdracht van [gedaagde] beslagen goederen eigendom waren van Supermarket. Volgens het vonnis van 10 december 2019 dat in het geding is gebracht, heeft [gedaagde] destijds conservatoir beslag tot afgifte en levering gelegd ten laste van [naam] op de goederen die zich bevonden in de winkel van Supermarket. Nu die goederen dus eigendom waren van Supermarket en niet van [naam], is dit onrechtmatig jegens Supermarket. [gedaagde] is jegens haar aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. </para>
        <para>[gedaagde] betwist de omvang van het gevorderde schadebedrag. De posten waaruit dat schadebedrag is samengesteld, zullen hierna (r.o. 2.22-2.33) worden besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens Supermarket bedraagt de gederfde winst US$ 29.000,-. Zij komt tot dat bedrag door van de gederfde omzet over de maanden juni tot en met augustus 2018, volgens het inleidend verzoekschrift in totaal US$ 81.006,45, “de percentages van 20% en 40%” af te trekken. Dat bedrag aan gederfde omzet is gebaseerd op de omzetcijfers in de maanden juni 2018, juli 2018, augustus 2018 respectievelijk september 2016, aldus Supermarket.</para>
        <para>Daaromtrent wordt allereerst opgemerkt dat het gerecht uit productie 7 van Supermarket, waarnaar zij verwijst, niet kan opmaken dat de door Supermarket gestelde omzetcijfers tot het bedrag van US$ 81.006,45 juist zijn. Bovendien is niet toegelicht en daarom onduidelijk gebleven waarom de gederfde omzet over de maanden juni tot en met augustus 2018 op die maanden juni 2018, juli 2018, augustus 2018 en (in het bijzonder) september 2016 kan worden gebaseerd. Volgens [gedaagde] zijn die cijfers niet representatief. Daarop is Supermarket niet meer ingegaan. En ten slotte zijn de percentages van 40 en 20 weliswaar aan de orde geweest tijdens de mondelinge behandeling, maar dat is onvoldoende om te kunnen concluderen, nu elke (verdere) toelichting of onderbouwing daarvan van de kant van Supermarket ontbreekt, dat de gederfde winst bestaat uit de gestelde omzet onder aftrek van die percentages. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.	[</nr>
      <parablock>
        <para>gedaagde] betwist de gevorderde reparatiekosten aan een deur van US$ 680,- en voert voorts het verweer dat hij niet begrijpt wat dit met hem te maken heeft. Daarop is Supermarket niet meer ingegaan. Ter zake heeft Supermarket in haar inleidende verzoekschrift uitsluitend gesteld dat, omdat de zaak al een tijd had leeg gestaan, onverlaten zich toegang tot de winkel hebben verschaft en dat dat niet, althans hoogstwaarschijnlijk niet, zou zijn gebeurd op de momenten dat de winkel in bedrijf zou zijn geweest. Zonder toelichting, die niet is gegeven, is dit niet begrijpelijk. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk gebleven op welke datum onverlaten zich de toegang hebben verschaft en of dit tijdens of buiten de gebruikelijke openingstijden is gebeurd. Niet is gesteld of gebleken dat Supermarket van dit incident aangifte bij de politie heeft gedaan.</para>
        <para>Voorts is in verband met het gestelde schadebedrag van US$ 680- uitsluitend een kwitantie met als omschrijving “Repairment of entrance door” overgelegd. Daaruit kan niet worden opgemaakt aan wie Supermarket het genoemde bedrag heeft betaald en evenmin welke specifieke werkzaamheden zijn verricht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zake de bederfelijke goederen vordert Supermarket US$ 10.000,-. In haar inleidend verzoekschrift begroot Supermarket, onder verwijzing naar haar productie 3, de schade aan bederfelijk goederen en goederen met een expiratiedatum op US$ 14.219,-. Elke toelichting op de vermindering van deze schadepost tot US$ 10.000- ontbreekt. Volgens die productie 3 vormt genoemd bedrag van US$ 14.219,- het saldo van de bedragen die corresponderen met de producten die daarin staan vermeld. </para>
        <para>[gedaagde] voert terecht aan dat die productie 3 slechts een door Supermarket zelf opgesteld overzicht is met prijzen die niet verifieerbaar zijn. Daarin leest het gerecht een betwisting van deze schadepost. Naar aanleiding van deze betwisting heeft Supermarket dit onderdeel van haar vordering niet nader onderbouwd. Evenmin heeft zij toegelicht wat de bij de vermelde goederen opgenomen bedragen zijn: inkoopprijzen, verkoopprijzen of iets anders?</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25.</nr>
      <parablock>
        <para>De schadevordering ter zake “dry goods” bedraagt US$ 14.000,-.</para>
        <para>Het is het gerecht niet duidelijk wat Supermarket verstaat onder “dry goods”. In het inleidend verzoekschrift is van “dry goods” geen sprake. Wel staan daarin andere schadeposten (elektra en huur, braakschade) opgesomd die geen onderdeel uitmaken van de verminderde vordering. Op welke schade Supermarket hiermee doelt, is het gerecht dan ook volstrekt onduidelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.26.</nr>
      <para>Ten aanzien van geen van de schadeposten is dan ook komen vast te staan of zelfs maar aannemelijk geworden dat die gestelde schade tot het gevorderde bedrag is geleden. Vanwege het gebrek aan onderbouwing wordt aan bewijslevering niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.27.</nr>
      <para>Op grond van artikel 128 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt als uitgangspunt dat de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten in beginsel de bewijslast van die feiten of rechten draagt. In het algemeen is voldoende dat de benadeelde feiten stelt waaruit kan worden afgeleid dat hij schade heeft geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.28.</nr>
      <para>Naar het oordeel van het gerecht kan uit de door Supermarket gestelde feiten worden afgeleid dat zij als gevolg van het onrechtmatig handelen door [gedaagde] schade heeft geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.29.</nr>
      <para>Indien de rechter van oordeel is dat de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, dient de rechter de omvang van de schade, al dan niet na nadere instructie, op de voet van art. 6:97 BW te schatten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.30.</nr>
      <para>Voor het geven van gelegenheid tot nadere instructie ziet het gerecht geen aanleiding, aangezien Supermarket reeds (meer dan) voldoende de gelegenheid heeft gehad stellingen met betrekking tot de schade in te nemen en die naar behoren te onderbouwen, maar dat laatste heeft nagelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.31.</nr>
      <para>Daarom zal het gerecht de schade, nu de omvang daarvan niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, schatten. Volgens vaste rechtspraak heeft de rechter daarbij een grote mate van vrijheid en is hij ook niet gebonden is aan de gewone regels van stel- en bewijsplicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.32.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor deze schatting biedt hetgeen hierboven met betrekking tot de verschillende onderdelen van de schadevordering is overwogen, voldoende aanknopingspunten. </para>
        <para>Daaraan wordt het volgende toegevoegd. Volgens de jaarstukken waren de financiële resultaten van Supermarket in de jaren waarop deze betrekking hebben, bescheiden. Dit zal mede in aanmerking worden genomen bij de schatting van de gederfde winst. Aannemelijk is dat in een winkel als geëxploiteerd door Supermarket bederfelijke goederen aanwezig zijn die niet kunnen worden verkocht als de winkel gedurende enig tijd sluit. Dit leidt tot schade. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.33.</nr>
      <para>Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende begroot het gerecht de schade schattenderwijs op een bedrag van US$ 22.000,-, zodat als hoofdsom dat bedrag zal worden toegewezen en de vordering voor het overige zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.34.</nr>
      <para>Supermarket heeft de wettelijke rente gevorderd over de hoofdsom. Zij heeft nagelaten te stellen met ingang van welke datum zij daarop aanspraak heeft c.q. maakt. Daarom zal de wettelijke rente worden toegewezen met ingang van de datum van het inleidend verzoekschrift.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.35.	[</nr>
      <parablock>
        <para>gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij het griffierecht en het salaris gemachtigde zullen worden gerelateerd aan het toe te wijzen bedrag. </para>
        <para>De proceskosten worden tot op heden vastgesteld op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>explootkosten 		NAf 240,50</para>
        <para>griffierecht 			NAf 1.920,00</para>
        <para>salaris gemachtigde 		<emphasis role="underline">NAf 3.750,00</emphasis> (3 punten à NAf 1.250,00)</para>
        <para>totaal:				NAf 5.910,50.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.36.</nr>
      <para>Ten slotte zal [gedaagde] worden veroordeeld in de nakosten als hierna omschreven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan Supermarket te betalen een bedrag van US$ 22.000,-. vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 april 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van Supermarket en tot aan dit vonnis bepaald op NAf 5.910,50;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de nakosten ten bedrage van NAf 250,00, vermeerderd met NAf 150,00 indien binnen 14 dagen na dit vonnis geen betaling heeft plaatsgevonden en dit vonnis is betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>