<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2023:7</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-24T23:19:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202200046- Lar 10/2022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/37 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:7">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:7</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-04T11:37:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2023:7 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 16-01-2023 / SXM202200046- Lar 10/2022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2023:7:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Brief behelzende een vordering/verzoek tot het verschaffen van informatie is geen beschikking in de zin van artikel 3 lid 1 van de Lar, aangezien deze gelet op de bewoording en de inhoud, niet gericht is op enig rechtsgevolg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2023:7:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraakdatum: 16 januari 2023</para>
    <para>Zaaknummer: SXM202200046-LAR00010/2022</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. BZSE ATTORNEYS AT LAW,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2. LAW FACTORY (OPERATIONS) N.V.,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3. ZWANIKKEN JURA N.V.,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">4. SNOW JURA N.V.,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">5. ATTORNEYS ANONYMOUS B.V.,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6. PHAROS LEGAL B.V.,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.P. SOONS, </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET MELDPUNT ONGEBRUIKELIJKE TRANSACTIES SINT MAARTEN,</emphasis>
      </para>
      <para>gezeteld te Sint Maarten,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigden: drs. L.M.I. STELLA en mr. S. KHODABAKS,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden beschikking </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De brief van 6 december 2021 behelzende een vordering/verzoek tot het verschaffen van informatie</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met een op 17 januari 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend pro-forma beroepschrift (met producties) hebben eiseressen tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).  Op 30 mei 2022 zijn de gronden ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 21 september 2022 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 21 november 2022 is namens eiseressen aanvullende producties in het geding gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 28 november 2022. Partijen zijn bij hun gemachtigden voornoemd verschenen en hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>BZSE is een openbare vennootschap met vijf vennoten die allen rechtspersonen zijn. BZSE is een samenwerkingsverband. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (hierna: MOT) is een uitvoerende dienst, vallend binnen het ministerie van Justitie. MOT voert zijn taken en werkzaamheden uit in het kader van het voorkomen en bestrijden van witwassen en de financiering van terrorisme. Daartoe is MOT bevoegd tot het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van gegevens die het MOT verkrijgt teneinde daaraan een meerwaarde toe te voegen en te bezien of deze gegevens van belang kunnen zijn voor het voorkomen en bestrijden  van witwassen, de financiering van terrorisme, en de hieraan ten grondslag liggende misdrijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In het e-mail bericht van 6 december 2021 is vermeld dat ingevolge artikel 3, lid 2, onder a, LvMOT, verweerder bevoegd is tot het uitoefenen van toezicht op de naleving van de meldingslandsverordeningen door niet-financiële dienstverleners, gericht op voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. Verweerder heeft daartoe een formulier opgesteld om informatie van uiteindelijk begunstigden te verzamelen. Verzocht wordt om het formulier in te vullen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eiseressen hebben het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Eiseressen leggen daaraan het volgende ten grondslag. Uit de email, brief en UBO formulier volgt dat MOT van mening is dat BZSE, als niet financiële dienstverlener, het UBO formulier moet invullen. De brief is dus gericht op rechtsgevolg en aan alle vereisten van artikel 3 Lar is voldaan, aldus eiseressen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot niet- ontvankelijkheid dan wel ongegrondverklaring van het beroep.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan.</para>
        <para>5. <emphasis role="underline">De beoordeling </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 3, lid 1 van de Lar wordt verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het Gerecht is met verweerder van oordeel dat voormelde brief van 6 december 2021 geen beschikking is in de zin van artikel 3 lid 1 van de Lar. Deze brief is gelet op de bewoording en de inhoud, niet gericht op enig rechtsgevolg. De brief van 6 december 2021 behelst een verzoek tot aanleveren van Ultimate Beneficial Owner (UBO) gegevens van eiseressen. Het verzoek is per brief in een e-mail met een bijgaande UBO formulier gedaan aan alle onder toezicht gestelden, de zogenoemde Designated Non-Financial Businesses and Professions  van verweerder. Daarmee is de brief niet op het in het leven roepen van enig rechtsgevolg gericht en is aldus niet aan te merken als een beschikking waartegen beroep ingesteld kon worden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep niet-ontvankelijk is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.<emphasis role="underline">De beslissing </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 16 januari 2023. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>