<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2023:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-03T11:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202200278</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/07 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-31T13:15:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2023:2 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 12-01-2023 / SXM202200278</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2023:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbende heeft om aangemerkt te worden als Vrijgestelde Vennootschap. Aan belanghebbende is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. Daartegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag winstbelasting voor het jaar 2017. Hangende onderhavige beroepsprocedure heeft de Inspecteur uitspraak gedaan op het bezwaar en de naheffingsaanslag winstbelasting verminderd naar nihil. Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen. In gevallen, zoals het onderhavige, waarin het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat de Inspecteur geheel aan de bezwaren van de belanghebbende is tegemoetgekomen dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden. Ook dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2023:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6992bbdd-c859-47f4-b34a-f5427ae40c80" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 12 januari 2023</para>
    <para>BBZ nr. SXM202200278</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 (LBB) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, gevestigd te Sint Maarten,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend te Sint Maarten, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 4 september 2020 een naheffingsaanslag winstbelasting voor het jaar 2017 opgelegd van NAf 100.000 wegens het niet of niet tijdig indienen van de aangifte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 30 september 2020 tegen de naheffingsaanslag winstbelasting bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 10 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 25 mei 2022 uitspraak op bezwaar gedaan en de naheffingsaanslag winstbelasting over 2017 verminderd tot nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 30 mei 2022 en verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft vanuit Aruba via videoverbinding met Sint Maarten op 24 november 2022 plaatsgevonden. Namens belanghebbende zijn in Sint Maarten verschenen [A]M. [A] en [B], verbonden aan [Q]. Namens de Inspecteur is verschenen [C]. De rechter heeft het onderzoek gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Vooraf</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1  [</nr>
      <para>Belanghebbende] is opgericht op 21 december 2016. Belanghebbende heeft op 17 januari 2017 verzocht om per 21 december 2016 aangemerkt te worden als Vrijgestelde Vennootschap. Aan belanghebbende is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. Daartegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 10 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag winstbelasting voor het jaar 2017. Hangende onderhavige beroepsprocedure heeft de Inspecteur op 25 mei 2022  uitspraak gedaan op het bezwaar en de naheffingsaanslag winstbelasting verminderd naar nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43). Nu belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep, dient dit beroep blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In gevallen, zoals het onderhavige, waarin het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat de Inspecteur geheel aan de bezwaren van de belanghebbende is tegemoetgekomen dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494). Ook dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <bridgehead role="italic">Vergoeding kosten bezwaar</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in de Regeling proceskostenvergoeding bezwaarfase belastingzaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift niet verzocht om een kostenvergoeding. Gelet op het bepaalde in artikel 32a, lid 2, ALL komt belanghebbende dan niet in aanmerking voor een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten beroepsfase</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 15, lid 1 van de LBB worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, AB 2013, GT no. 512 (voorheen PB 2001, no. 127) (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Als hoofdregel geldt dat een forfaitaire kostenvergoeding wordt toegekend. Belanghebbende heeft, in afwijking van de hoofdregel, verzocht om een integrale kostenvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Ingevolge artikel 2, lid 3 van het Besluit kan in bijzondere omstandigheden van een forfaitaire proceskostenvergoeding worden afgeweken. Van een bijzondere omstandigheid is (onder meer) sprake bij ernstig onzorgvuldig handelen van de Inspecteur. Het Gerecht vindt aanleiding voor een integrale vergoeding van de door belanghebbende gemaakte kosten van rechtsbijstand. Op 12 maart 2021 heeft het Gerecht in een tweetal vergelijkbare gevallen uitspraak gedaan en geoordeeld dat de vrijgestelde status geldt (vgl. ECLI:NL:OGEAM:2021:31 en ECLI:NL:OGEAM:2021:32). De Inspecteur heeft geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraken. Belanghebbende heeft de Inspecteur met verwijzing naar voormelde uitspraak verzocht om de naheffingsaanslag te vernietigen om zo een beroepsprocedure te vermijden. Op 16 februari 2022 heeft belanghebbende dit verzoek herhaald. Door desondanks,  pas op 25 mei 2022 uitspraak op bezwaar te doen in onderhavige zaak, handelt de Inspecteur naar het oordeel van het Gerecht ernstig onzorgvuldig. Belanghebbende werd door deze gang van zaken gedwongen om in beroep te komen (zie 1.3). De naheffingsaanslag winstbelasting over 2017 is immers pas daarna verminderd naar nihil (vgl. GEA 15 december 2021, ECLI:NL:OGEAM:2021:128).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Belanghebbende heeft ter zake van de kosten van de beroepsprocedure een factuur van de rechtsbijstandverlener overgelegd van USD 900. De Inspecteur heeft deze kosten niet bestreden. Het Gerecht stelt de kostenvergoeding vast op USD 900.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Verder dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet- ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase af:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot vergoeding van de proceskosten in de beroepsfase toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van USD 900; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 150 te vergoeden.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en is uitgesproken op 12 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,		  De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Frontstreet 58 (The Courthouse)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Philipsburg</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Sint Maarten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van NAf 300 verschuldigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>