<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2023:18</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-05T17:17:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202200509- Lar 114/2022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:18">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2023:18</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-05T17:15:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2023:18 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 20-03-2023 / SXM202200509- Lar 114/2022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2023:18:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beroep tegen de beslissing waarbij verweerder aangeeft dat hij het nodige zal doen om de aangevallen bouwvergunning te herroepen.</para>
        <para>Verweerder heeft nagelaten een duidelijk dictum in zijn beschikking op te nemen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2023:18:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraakdatum: 20 maart 2023</para>
    <para>Zaaknummer: SXM202200509-LAR00114/2022</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. [a],</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2. [b],</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3. [c],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. F. KUTLUER, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING, MILIEU EN INFRASTRUCTUUR VAN SINT MAARTEN,</emphasis>
      </para>
      <para>gezeteld te Sint Maarten,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Z. Bary, </para>
      <para>waarbij als derde belanghebbende aan het geding heeft deelgenomen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[d], </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde: dhr. R.E. DUNCAN.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden beschikking </title>
    <para>De beslissing van verweerder van 8 maart 2022 waarbij de bezwaarschriften van eisers gegrond dient te worden verklaard, waarbij verweerder aangeeft dat de minister het nodige zal doen om de bedoelde aangevallen bouwvergunning te herroepen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met een op 13 april 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) hebben eisers tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).  Op 6 februari 2023 hebben eisers aanvullende producties overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 28 juli 2022 heeft verweerder een verweerschrift met producties ingediend.  Op 10 februari 2023 heeft verweerder aanvullende producties ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 12 oktober 2022 heeft de derde belanghebbende een verweerschrift ingediend. Op 9 februari 2023 heeft de derde belanghebbende nadere bewijsstukken overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 13 februari 2023. Eisers en de gemachtigde zijn verschenen. Verweerder en de derde belanghebbende zijn verschenen bij  gemachtigde. Eisers hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij uitspraak van dit Gerecht van 15 november 2021, zaaknummer SXM202100502-LAR00032/2021, is het beroep van eisers gegrond verklaard, de beschikking van verweerder van 3 maart 2021 waarbij de bezwaren van eisers tegen het verlenen van bouwvergunning aan derde belanghebbende, ongegrond zijn verklaard, en is verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuwe beslissing op de bezwaarschriften te geven, met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft op 8 maart 2022 opnieuw een besluit op de bezwaren van eisers genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eisers hebben het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de bouwvergunning te vernietigen subsidiair verweerder op te dragen een beschikking te nemen inhoudende de intrekking van de bouwvergunning, en verweerder op te dragen om tot bestuurlijke handhaving over te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verweerder en de derde belanghebbende hebben gemotiveerd verweer gevoerd en concluderen tot ongegrondverklaring van het beroep.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft op 8 maart 2022 beslist op de bezwaarschriften van eisers. De conclusie opgenomen in deze beslissing is als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Al hetgeen in deze beslissing op bezwaar naar voren is gebrachte en gemotiveerd brengt met zich mede dat de bezwaren van de bezwaarden die naar de strijdigheid met art. 22 Bouw- en woningverordening, oftewel meer ruim geformuleerd bij dhr. [a] en [b] die naar ‘strijd met de geldende regels, groot c.q. gevaar bij orkanen’, verwijzen als gegrond dienen te moeten worden verklaard. De d.d. 29 mei 2020 afgegeven beschikking met kenmerkt BP#209/2019 dient te worden herroepen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De minister zal de nodige doen om bedoelde aangevallen bouwvergunning te herroepen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Met eisers is het Gerecht van oordeel dat verweerder heeft nagelaten een duidelijk dictum in zijn beschikking op te nemen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat een en ander inderdaad ongelukkig is geformuleerd. Voorts heeft verweerder aangegeven dat er inmiddels een nieuwe beslissing op de aanvraag tot bouwvergunning van de derde belanghebbende is genomen maar dat deze echter nog niet is uitgereikt/opgehaald.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Gezien de conclusie van verweerders beschikking van 8 maart 2022, opgenomen onder r.o. 5.1. en het voornoemde standpunt van verweerder, is het Gerecht van oordeel dat het beroep gegrond verklaard dient te worden. Daarbij overweegt het Gerecht dat vorenstaande aanleiding geeft, zelf in de zaak te voorzien, waarbij het Gerecht het bezwaar van eisers gegrond verklaard en het primaire vernietigd.  </para>
        <para>Omdat het beroep gegrond zal worden verklaard is er aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Er is aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,-- zijnde 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting. Voorts zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eisers NAf 150,--dient te betalen als vergoeding van het door hen gestorte griffierecht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.<emphasis role="underline">De beslissing </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart het bezwaar van eisers gegrond;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigd de primaire beschikking, de bouwvergunning;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat verweerder aan eisers zal betalen een bedrag ad NAf 1.400,-- en een bedrag van NAf 150,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 maart 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>