<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2022:42</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T09:45:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202100674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_goederenrecht">Civiel recht; Goederenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:42">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:42</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T09:44:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2022:42 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 17-05-2022 / SXM202100674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2022:42:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen bezit en dus ook geen verkrijgende verjaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2022:42:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: SXM202100674 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 17 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TURTLE HOUSE N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L. BERMAN, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de openbare rechtspersoon</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET LAND SINT MAARTEN, </emphasis>
      </para>
      <para>zetelende in Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.F. GIBSON jr., </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, ontvangen op 20 mei 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres is sinds 6 januari 1998 eigenaar van het recht van erfpacht op het perceel, kadastraal nummer: 273/1985, in Simpson Bay op Sint Maarten. Gedaagde is de bloot eigenaar van dit perceel. Op dit perceel wordt het restaurant Topper’s geëxploiteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Blijkens de kadastrale registers is gedaagde eigenaar van het belendende perceel met kadastraal nummer 174/1991. Een klein gedeelte van het restaurantgebouw is over de erfgrens heen gebouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eiseres vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis het Gerecht de volgende beslissingen neemt:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>voor recht te verklaren dat eiseres eigenaar is geworden door verkrijgende verjaring van het door eiser bebouwde deel van het perceel, omschreven in meetbrief 174/1991 door het onafgebroken bezit van meer dan 20 jaar,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>eiseres te machtigen een afzonderlijke kadastrale meetbrief te maken te laten maken voor het onbebouwde deel op het perceel zoals omschreven in meetbrief 174/1991,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagde te gebieden om binnen 30 dagen nadat de meetbrief is opgemaakt het perceel omschreven in deze nieuwe meetbrief aan eiseres te leveren, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt als de schriftelijke machtiging van gedaagde aan de notaris om de overdracht van dit perceel te bewerkstelligen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bepalen dat eiseres de kosten draagt voor het maken van de meetbrief en de overdracht van het daarin omschreven perceel,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het vonnis.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde verzoekt het Gerecht om eiseres in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vorderingen af te wijzen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de argumenten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Anders dan eiseres stelt kan niet worden uitgegaan van verkrijgende verjaring die ertoe leidt dat zij eigenaresse is geworden van de grond onder de overbouw op perceel 174/1991. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het Gerecht motiveert dat als volgt. Voor verkrijgende verjaring is bezit noodzakelijk. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Of daarvan sprake is, dient te worden beoordeeld naar de verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). De uiterlijke feiten blijken uit bezitsdaden, dat wil zeggen gedragingen die normaal gesproken alleen de rechthebbende van dat goed verricht. Een van de wijzen van bezitsverkrijging is inbezitneming (artikel 3:112 BW). Men neemt een goed in bezit door zich daar de feitelijke macht over te verschaffen, waarbij geldt dat, wanneer een goed in het bezit van een ander is, enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen onvoldoende zijn voor inbezitneming (artikel 3:113 lid 2 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Duidelijk is dat sprake is van gebruik door eiseres van een zeer klein oppervlakte grond waarop het restaurantgebouw op het perceel van gedaagde is “overbouwd”. Waarschijnlijk was eiseres zich er niet eens bewust van dat zij over de perceelsgrens bouwde. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat hieruit volgt dat eiseres niet de wil heeft gehad om als rechthebbende op dit kleine stukje grond op te treden. Als de erfpacht eindigt en/of het gebouw wordt afgebroken eindigt het bezit. Aldus kan de overbouw niet worden aangemerkt als inbezitneming zodat het beroep op verkrijgende verjaring niet opgaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde begroot op nihil aan verschotten en op NAf. 4.000,00 aan salaris gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en op 17 mei 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>