<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2022:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-09T16:40:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Lar 133/2021, SXM202101142</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:15">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-09T16:40:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2022:15 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 17-01-2022 / Lar 133/2021, SXM202101142</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2022:15:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaarschrift tegen beschikking inhoudende afwijzing vttv is terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu deze niet binnen de gestelde termijn is ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2022:15:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraakdatum: 17 januari 2021</para>
    <para>Zaaknummer: SXM202101142-LAR00133/2021</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>procederende in persoon, <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>gezeteld te Sint Maarten,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.O. MULLER, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden beschikking </title>
    <para>De beschikking van verweerder van 12 augustus 2021, waarbij het bezwaar van eiseres niet- ontvankelijk is verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met een op 13 september 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingediend als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 25 oktober 2021 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 14 december 2021. Bij emailbericht van 13 december 2021 heeft eiseres aangegeven dat zij niet zal verschijnen en zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten en standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het Gerecht gaat uit van de volgende vaststaande feiten.</para>
      <para>- Eiseres is geboren [geboortedatum] te Jamaica en bezit de Jamaicaanse nationaliteit.</para>
      <para>- Eiseres heeft de volgende aanvragen ingediend:</para>
      <parablock>
        <para>* een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) met als doel arbeid, ingediend op 4 februari 2014 welke werd afgewezen;</para>
        <para>* een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) met als doel directrice geldig was tot 13 februari 2020;</para>
      </parablock>
      <para>- Na het verstrijken van de geldigheid van de laatste vttv heeft eiseres op 20 januari 2020 een aanvraag ingediend voor een verlenging vttv met als doel verrichten van arbeid als directrice. De vttv is bij beschikking van 9 oktober 2020 afgewezen, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 9, eerste lid sub b van de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU), kort gezegd  vanwege het feit dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikt.  Niet in geschil is dat deze beschikking op 7 december 2020 aan eiseres is uitgereikt.</para>
      <para>- Tegen deze beschikking heeft eiseres op 24 februari 2021 bezwaar doen instellen. </para>
      <para>- Verweerder heeft bij brief van 12 augustus 2021 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens eiseres is het  bezwaarschrift niet tijdig ingediend vanwege overmacht. Zij voert daartoe aan dat zij niet voor het einde van de bezwaartermijn een antwoord van de Belastingdienst had ontvangen betreffende de vraag of de door haar in het kader van de aanvraag overgelegde belastingaangifte-formulier wel of niet vervalst was. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder verweert zich tegen het onderhavige verzoek, verwijzend naar artikel 56 van de Lar, waarbij is bepaald dat het bezwaarschrift binnen zes weken nadat de bestreden beschikking is gegeven dient te worden ingediend, derhalve in geval van eiseres op 18 januari 2021. Verweerder wijst voorts op de stelling dat het bezwaar niet tijdig is aangetekend omdat eiseres werd beschuldigd van een strafbaar feit en dus niet tijdig een pro forma bezwaar had kunnen aantekenen. </para>
        <para>4. 	<emphasis role="underline">De beoordeling</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Gerecht overweegt als volgt.</para>
        <para>Ingevolge artikel 56, eerste lid van de Lar wordt het bezwaarschrift ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven of geldt als geweigerd.</para>
        <para>Ingevolge het derde lid blijft, wanneer het bezwaarschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de bezwaarde aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van hem niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en hij het bezwaarschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat verweerder terecht aan de beschikking van 12 augustus 2021 ten grondslag gelegd heeft dat, voor zover thans van belang, het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In het beroepschrift noch in het bezwaarschrift heeft eiseres bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht. Het feit dat zij in afwachting was van bericht van de belastingdienst is onvoldoende nu zij in ieder geval pro-forma bezwaar in had kunnen stellen en het bezwaarschrift op een later termijn had kunnen aanvullen. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom dit laatste redelijkerwijs niet mogelijk was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op bovenstaande is er sprake van een termijnoverschrijding zonder dat er aanleiding bestaat om deze verschoonbaar te achten. Verweerder heeft het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk geacht. Het beroep is dan ook ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 17 januari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>