<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2022:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-31T08:21:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202101557- Lar 223/2021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:115">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-31T08:21:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2022:115 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 24-10-2022 / SXM202101557- Lar 223/2021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2022:115:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing van verweerder betreft een beslissing op bezwaar. Verweerder heeft ten tijde van het opstellen van de beschikking op bezwaar het e-mail bericht ten onrechte niet meegenomen. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend en verweerder heeft het bezwaar dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2022:115:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraakdatum: 24 oktober 2022</para>
    <para>Zaaknummer: SXM202101557-LAR00223/2021</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gevolmachtigde: mr. A. RICHARDSON,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,</emphasis>
      </para>
      <para>gezeteld te Sint Maarten,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.O. MULLER, </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden beschikking </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beschikking van verweerder van 10 november 2021, waarbij verweerder het bezwaar van eiser, gericht tegen verweerders beschikking van 12 maart 2021 inhoudende afwijzing aanvraag vergunning tot tijdelijk verblijf (hierna: vttv), kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met een op 13 december 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 7 september 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 19 september 2022. Eiser is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht gaat uit van de navolgende vaststaande feiten:</para>
      <para>- Eiser heeft op 13 juli 2020 tot verweerder gewend met het verzoek hem in aanmerking te brengen voor een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv).</para>
      <para>- Bij beschikking van 12 maart 2021 uitgereikt op 4 mei 2021, heeft verweerder afwijzend op het verzoek beslist. </para>
      <para>- Bij e-mailbericht van 15 juni 2021 heeft eiser bezwaar aangetekend tegen de afwijzende beschikking.</para>
      <para>- Verweerder heeft bij brief van 10 november 2021 het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiser heeft het Gerecht verzocht de bestreden beschikking te vernietigen met bepaling dat verweerder alsnog positief op de aanvraag van eiser zal beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht. Volgens de gemachtigde is verweerder thans doende om alsnog een inhoudelijk beslissing op eisers bezwaarschrift voor te bereiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Gerecht overweegt als volgt. </para>
        <para>Uit het verweerschrift en uit hetgeen ter zitting is gesproken, leidt het Gerecht af dat verweerder thans van oordeel dat het bezwaarschrift ontvankelijk is. Met verweerder stelt het gerecht vast, dat de beslissing van 10 november 2021 van verweerder een beslissing op bezwaar betreft, en dat verweerder ten tijde van het opstellen van de beschikking op bezwaar het e-mail bericht van 15 juni 2021 ten onrechte niet heeft meegenomen. Het bezwaarschrift verzonden op 15 juni 2021 is tijdig ingediend en verweerder heeft het bezwaar dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de bestreden beslissing dient te worden vernietigd. Het beroep is derhalve gegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Er is aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure. Met toepassing van het besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt het Gerecht deze kosten op NAf 700,--, zijnde 1 punt voor het beroepschrift en NAf 350,-- zijnde 1 punt voor het verschenen ter zitting, met wegingsfactor 0,5 gezien de eenvoud van de zaak en de inhoud van het verweerschrift en dien ten gevolge de beperkte behandeling van de zaak op zitting en een bedrag van NAf 150,-- als vergoeding voor het door eiser betaalde griffierecht.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>5.<emphasis role="underline">De beslissing </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht: </para>
      </parablock>
      <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>- vernietigt de bestreden beschikking;</para>
      <para>- draagt verweerder op om binnen twee weken na heden een nieuwe beschikking op het bezwaar van eiser te nemen;</para>
      <para>- bepaalt dat verweerder aan eiser zal betalen een bedrag ad NAf 1050,-- en een bedrag ad NAf 150,--.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 24 oktober 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>