<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2021:147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T08:35:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM2021195. 100.00169/21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2021:147">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2021:147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T08:29:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2021:147 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 01-12-2021 / SXM2021195. 100.00169/21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2021:147:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen strafbare poging (om een overval te plegen). Geen begin van uitvoering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2021:147:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 100.00169/21</title>
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 1 december 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in het huis van bewaring op Sint Maarten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2021, 20 oktober 2021 en 10 november 2021. De verdachte is (telkens) verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.R. Bommel, advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. V. Awadhpersad, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren (met aftrek van voorarrest). Zijn vordering behelst voorts de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbenden, met uitzondering van het vuurwapen. Daarvan is onttrekking aan het verkeer gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde en heeft een strafmaatverweer gevoerd ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaarding en op vordering nadere omschrijving tenlastelegging. Afschriften hiervan zijn aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van feiten 1 t/m 4 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Op 20 maart 2021 wordt juwelier [naam juwelier] in [straatnaam] overvallen door twee mannen op een scooter. Verdachte wordt als verdachte aangemerkt vanwege een getapt telefoongesprek diezelfde dag waarin hij – of in ieder geval het telefoonnummer van verdachte- een gesprek heeft met iemand waarin wordt gesproken over sieraden. Het lijkt erop dat verdachte sieraden probeert te verkopen of verpanden. Het Gerecht acht dit gesprek onvoldoende om tot een bewezenverklaring van een diefstal met geweld te komen. Niet is gebleken over welke sieraden verdachte het heeft en hoe hij aan deze sieraden is gekomen. Verdachte ontkent iets met een overval te maken te hebben en verklaart dat hij voor iemand anders sieraden moest verpanden. Als al duidelijk zou zijn geworden dat de sieraden waar het in het gesprek over gaat van de overval afkomstig waren, is het bovendien nog de vraag of verdachte als medepleger zou kunnen worden aangemerkt. Het enkele feit dat het telefoongesprek op dezelfde dag plaatsvond als de overval op juwelier [naam juwelier], is onvoldoende om aan te nemen dat de sieraden waarover gesproken wordt van die overval afkomstig zijn en dat verdachte één van de medeplegers van die overval is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Primair is ten laste gelegd een poging diefstal met geweld in vereniging en/of een poging tot afpersing in vereniging (hierna: overval), en subsidiair de medeplichtigheid daaraan. Het Gerecht ziet zich voor de vraag gesteld of hier sprake is van een strafbare poging tot een overval.</para>
      <para>Voor een strafbare poging tot misdrijf is nodig dat het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. De gedragingen van de verdachten moeten, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, kunnen worden aangemerkt als te zijn gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf. </para>
      <para>Vast is komen te staan dat er op 30 maart 2021 een 911-melding is gedaan van een verzonnen misdrijf op een niet bestaand adres, en dat rond dat tijdstip twee scooters Philipsburg in- en uit zijn gereden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er al vanuit zou mogen worden gegaan dat de opzittenden van de scooters met het voornemen een overval te plegen Philipsburg zijn binnengereden, en de 911-melding gedaan werd om de politie af te leiden, is het Gerecht van oordeel dat deze gedragingen, niet op zichzelf en ook niet in samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden gezien als een begin van uitvoering van een overval. Daarom kan niet bewezen worden dat er sprake was van een strafbare poging, en kan ook de medeplichtigheid aan een poging tot overval niet bewezen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meer subsidiair is uitlokking van een overval ten laste gelegd. Dit zou blijken uit een telefoongesprek met [interlocutor] en het feit dat verdachte opdracht zou hebben gegeven tot het doen van een valse 911-melding. </para>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht is uit het dossier en het onderzoek terechtzitting niet gebleken dat verdachte, al dan niet in vereniging, anderen heeft bewogen tot het plegen van een overval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoud van de telefoongesprekken met [interlocutor] is daarvoor onvoldoende, en verder is niet gebleken dat verdachte iemand opdracht heeft gegeven een valse 911-melding te doen. Ook voor het meer subsidiair ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3 en 4</emphasis>
      </para>
      <para>Op 7 april 2021 vindt er wederom een overval op een juwelier in [straatnaam] plaats. Primair is tenlastegelegd dat verdachte medepleger is van deze diefstal met geweld en afpersing. Verdachte heeft meerdere telefoongesprekken gevoerd voorafgaand aan de overval terwijl hij zich in Philipsburg bevond. In één van die gesprekken vroeg een onbekende persoon aan verdachte <emphasis role="italic">‘place is clear?’</emphasis>, waarop verdachte antwoordde: <emphasis role="italic">“yeah”.</emphasis> Daarnaast bevond verdachte zich ten tijde van de overval in een auto in [straatnaam], ter hoogte van de juwelier die werd overvallen. </para>
      <para>Verdachte heeft ontkend iets met de overval te maken te hebben, en heeft verklaard dat hij met zijn auto in [straatnaam] was en toen de overval toevallig zag. </para>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat uit de gepleegde telefoontjes en uit het feit dat verdachte zich ten tijde van de overval in [straatnaam] bevond, niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de overval. Naar het oordeel van het Gerecht is er onvoldoende bewijs dat verdachte mededader van de overval was, of als medeplichtige kan worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van alle feiten opgemerkt dat de feiten in samenhangende context bezien moet worden en dat daaruit volgt dat verdachte steeds in verband kan worden gebracht met verschillende (pogingen tot) overvallen en dat hij daarbij een coördinerende rol zou hebben gehad. </para>
      <para>Het Gerecht heeft gezien dat het dossier aanwijzingen geeft voor betrokkenheid van verdachte bij meerdere overvallen. Die aanwijzingen zijn echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring van betrokkenheid van verdachte bij de afzonderlijke overvallen te kunnen komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal daarom worden vrijgesproken voor feit 1, 2, 3 en 4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 5 </emphasis>
      </para>
      <para>Op 9 april 2021 werd verdachte in Sint Maarten aangehouden. In de auto waar verdachte gebruik van maakte, auto lag een vuurwapen.<footnote-ref linkend="_c17953d2-ace3-40c6-928c-3637d7492997" /> Het vuurwapen is een Glock, model 26, kaliber 9 mm en serienummer [serienummer]. </para>
      <para>In de patroonhouder bevonden zich 3 scherpe patronen. Dit wapen betrof een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening, en de patronen zijn munitie in de zin van die verordening.<footnote-ref linkend="_a56b1a34-ce0a-4159-b7f2-33e0c07cfb11" /> Verdachte verklaarde het vuurwapen voor iemand te bewaren.<footnote-ref linkend="_991eb7ef-b7d4-4dc9-bbf2-562ad0802912" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht - op grond van bovenstaande redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 april 2021, te Sint Maarten, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">een ander of anderen, althans alleen,</emphasis> een vuurwapen, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een vuistvuurwapen van het merk Glock, model 26, serienummer [serienummer], kaliber 9MM, en<emphasis role="strike-through">/ of</emphasis> een hoeveelheid aan munitie voorhanden heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid  en kwalificatie van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 5 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 3 en 11 van de Vuurwapenverordening, en artikel 1:136 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van een bij artikel 3 van de Vuurwapenverordening gesteld verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezen is verklaard dat verdachte in het bezit was van een vuurwapen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft, uitgaande van een bewezenverklaring van alle feiten, gevorderd dat de verdachte daarvoor zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft voor wat betreft feit 5 een strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor “vuurwapenbezit” (waarbij er sprake is geweest van bezit in de auto), voor een <emphasis role="italic">first offender</emphasis> als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte had in zijn auto een wapen liggen, met scherpe patronen in de patroonhouder. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan een onveilige samenleving. Het is algemeen bekend dat vuurwapens en het gebruik daarvan een groot probleem zijn binnen de kleine samenleving van Sint Maarten. Uit de strafkaart blijkt dat verdachte in 2014 al eens is veroordeeld ter zake van de Vuurwapenverordening. Hoewel dit buiten de recidivetermijn valt, is verdachte geen <emphasis role="italic">first offender</emphasis> als het gaat om overtreding van de Vuurwapenverordening. Daarom ziet het Gerecht geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht komt tot een lagere straf dan gevorderd door de officier van justitie, nu het tot een andere bewezenverklaring komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beslag genomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende onder verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zullen worden teruggegeven aan verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>- geldbedragen ad $ 1.421, 120 euro $ 3.750, NAf 450, $ 1.150, $ 5.011 en 120 euro;</para>
    <para>- een rijbewijs;</para>
    <para>- meerdere sleutels en sleutelhangers;</para>
    <para>- twee afstandsbedieningen;</para>
    <para>- twee mobiele telefoons;</para>
    <para>- twee oranje armbanden;</para>
    <para>- meerdere kwitanties;</para>
    <para>- een deodorant. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de orde is voorts het onder de verdachte in beslag genomen vuurwapen, merk Glock model 26 met serienummer [serienummer] met de bijbehorende patronen. </para>
      <para>Deze voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Met deze voorwerpen is het strafbare feit begaan. Het ongecontroleerde bezit hiervan is bovendien in strijd met de wet. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:74, 1:75, 1:76 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis> hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">wettig en overtuigend bewezen</emphasis> dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">18 maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de <emphasis role="bold">onttrekking aan het verkeer</emphasis> van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten het vuurwapen van het merk Glock, serienummer [serienummer] en de bijbehorende patronen;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>gelast de teruggave van de volgende voorwerpen aan verdachte:</title>
    <para>- een contant geldbedrag ad $1.421;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad 120 euro;</para>
    <para>- een rijbewijs;</para>
    <para>- een sleutel merk Toledo;</para>
    <para>- een sleutel merk Brinks met Louis Vuitton sleutelhanger;</para>
    <para>- een autosleutel merk Hyundai;</para>
    <para>- een afstandsbediening van een alarm;</para>
    <para>- een donkerblauwe afstandsbediening;</para>
    <para>- een zwarte Samsung S21 Ultra;</para>
    <para>- een zwarte Samsung A51;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad $ 3.750;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad NAf 450;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad $ 1.150;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad $ 5.011;</para>
    <para>- een contant geldbedrag ad 120 euro;</para>
    <para>- twee oranje armbanden;</para>
    <para>- een kwitantie van Carrefour;</para>
    <para>- een kwitantie van Greens Market;</para>
    <para>- een deodorant merk FA.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.G. Eskes, bijgestaan door de griffier mr. S. Hoebe, en op 1 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Sint Maarten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c17953d2-ace3-40c6-928c-3637d7492997" label="1">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte], opgemaakt op 9 april 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a56b1a34-ce0a-4159-b7f2-33e0c07cfb11" label="2">
    <para> Proces-verbaal onderzoek vuurwapen en munitie, opgemaakt op 15 april 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_991eb7ef-b7d4-4dc9-bbf2-562ad0802912" label="3">
    <para> Proces-verbaal van de terechtzitting van 20 oktober 2021. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>