<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2020:47</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-17T15:20:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00527/19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2020:47">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2020:47</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-17T15:19:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2020:47 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 19-02-2020 / 100.00527/19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2020:47:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>1:123 en 2:154 van het Wetboek van Strafrecht SXM.</para>
        <para>OM niet ontvankelijk vanwege ernstig geweldsincident tijdens voorarrest?</para>
        <para>Gevangenisstraf van 20 maanden voor mensensmokkel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2020:47:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer: 		100.00527/19 </para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak: 		19 februari 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenspraak  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van dit Gerecht </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [datum] te Dominica,   </para>
    <para>thans alhier gedetineerd.  </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Waar het in deze zaak om gaat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 oktober 2019 meert een kleine zeilboot aan bij de Walter Plantz pier in Great Bay, Philipsburg. Drie mannen waaronder de verdachte stappen van boord en worden door de politie staande gehouden. Aan boord bleken zich veertien ongedocumenteerde Haïtianen te bevinden. De drie mannen worden beschuldigd van mensensmokkel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het onderzoek ter terechtzitting </emphasis>
      </para>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 januari en 5 februari 2020. Verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. G. Hatzmann, advocaat te Sint Maarten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de mensensmokkel bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit en heeft daarnaast een strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Formele voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit vanwege een ernstig incident dat zich tijdens het voorarrest van de verdachte in het huis van bewaring te Point Blanche heeft voorgedaan. De verdachte is daar door medegedetineerden gegijzeld en bedreigd. Voor de ogen van de verdachte hebben deze medegedetineerden de celgenoot van de verdachte mishandeld en bedreigd, en de beeldopnamen die hiervan zijn gemaakt opgestuurd naar een zus van de celgenoot met het doel om US$ 1500 van die zus af te persen. Volgens de raadsman heeft het openbaar ministerie zijn zorgplicht jegens de verdachte in zo ernstige mate geschonden door de verdachte vast te houden op een plaats waar hij dagelijks moet vrezen voor zijn leven, dat het zijn recht op vervolging van de verdachte heeft verspeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht komt tot de volgende beoordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat er in het door de raadsman aangehaalde incident sprake is van een ernstige schending van normen staat als een paal boven water. De vraag is welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden. De normschending is veroorzaakt door medegedetineerden en falend toezicht in het huis van bewaring, maar laat onverlet dat de behandeling van de strafzaak voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging levert geen herstel van de geschonden de norm op, en doet bovendien afbreuk aan de bescherming van de samenleving – wat een belangrijk doel van de strafrechtspleging is. Strafbaar gedrag moet kunnen worden vervolgd, ook hier op Sint Maarten, en bij ernstige strafbare feiten hoort een afschrikwekkende straf. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in zijn vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 oktober 2019 meert een kleine zeilboot aan bij de Walter Plantz pier in Great Bay, Philipsburg. Drie mannen waaronder de verdachte stappen van boord. Aan boord bleken zich nog 14 Haïtianen te bevinden die geen visum voor Sint Maarten hadden en allen werden aangehouden op verdenking van overtreding van de Landsverordening Toelating en Uitzetting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verhoor van een getuige bleek dat de Haïtianen op de avond van de eerste oktober 2019 als passagiers op een zeilboot vanuit Dominica richting Sint Maarten waren vertrokken. Voor deze reis moest de getuige US$ 2000 betalen. Het vertrek vanuit Dominica was een paar dagen vertraagd, onder meer omdat er een schip van de kustwacht van Dominica op zee voer. De zeilboot werd bestuurd door drie mannen, waaronder de verdachte. Een lid van de bemanning ontving tijdens de boottocht reisinstructies per telefoon. De bemanning wilde bij daglicht niet op Sint Maarten blijven uit vrees om te worden gearresteerd, en zij zijn op een moment waarop zij voor de kust van Sint Maarten lagen in de richting van Saint Kitts gaan varen - tot zij de instructie kregen op terug te keren naar Sint Maarten. Toen een bemanningslid kort na het aanmeren bij de Walter Plantz pier door een agent werd aangesproken, maanden de overige bemanningsleden de passagiers om stil te zijn en uit het zicht te blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de verdachte een van de mannen was die de boot bestuurde waarmee veertien ongedocumenteerde personen met de Haïtiaanse nationaliteit vanuit Dominica naar Sint Maarten zijn gereisd, waar zij op 3 oktober 2019 aan land gingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat de verdachte wist dat de Haïtianen geen geldige titel hadden voor een verblijf op Sint Maarten en dat er dus sprake was van mensensmokkel, volgt uit het zoveel mogelijk mijden van contact met de autoriteiten. Dat begon al met het uitstellen van het vertrek uit Dominica in verband met een patrouille van de kustwacht. Ook het aanvangstijdstip van de reis, ’s avonds na zonsondergang, duidt erop dat contact met de autoriteiten werd gemeden. Op de plaats van bestemming aangekomen kiest de men er voor om de koers te verleggen naar Saint Kitts, maar enkele uren later volgt men de instructie op om de steven te wenden en terug te keren naar Sint Maarten. De enige verklaring voor dat reisgedrag is dat de verdachte heeft geweten dat de passagiers aan boord van het zeilschip op illegale wijze in Sint Maarten zouden gaan verblijven. Niettemin is de verdachte hierbij behulpzaam geweest, door met anderen de zeilboot te besturen en telefonisch verkregen instructies op te volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is zonder meer aannemelijk dat de verdachte dit heeft gedaan om er financieel beter van te worden. Niet vaststaat evenwel dat de verdachte naast de vervoersdienst waarmee hij de gesmokkelden behulpzaam was bij het verschaffen van toegang tot Sint Maarten, ook het oog had op het verschaffen van verblijf aldaar. In zoverre zal de verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bijlage II heeft het Gerecht de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 3 oktober 2019 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging,<emphasis role="strike-through"> althans alleen, een of meer</emphasis> (14) perso(o)n(en) met de Haïtiaanse nationaliteit<emphasis role="strike-through">, in elk geval met een buitenlandse nationaliteit</emphasis>, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- [ gesmokkelde persoon 1]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 2]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 3]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 4]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 5]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 6]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 7]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 8]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 9]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 10]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 11]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 12]</para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 13] </para>
    <para>- [ gesmokkelde persoon 14]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>behulpzaam <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Sint Maarten, of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">uit winstbejag behulpzaam zijn/is geweest bij bet zich verschaffen van verblijf in Sint Maarten, of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die personen met de Haïtiaanse nationaliteit daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen hebben/heeft verschaft, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers <emphasis role="strike-through">hebben/</emphasis>heeft verdachte en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>zijn mededader(s), tezamen en in vereniging,<emphasis role="strike-through"> althans alleen</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- voorafgaand en tijdens de smokkel afspraken gemaakt en/of instructies uitgewisseld met zijn/hun mededader(s) over het vervoeren van voornoemde perso(o)n(en) met de Haïtiaanse nationaliteit en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- voornoemde personen met de Haïtiaanse nationaliteit per boot vanaf Dominica naar Sint Maarten vervoerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- vervolgens met voornoemde boot aangemeerd aan de pier in Great Bay, Philipsburg,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>aldus de toegang tot <emphasis role="strike-through">en/of de doorreis door </emphasis>en/of het verblijf in Sint Maarten van die voornoemde personen met de Haïtiaanse nationaliteit <emphasis role="strike-through">georganiseerd en/of gecoördineerd en/of</emphasis> gefaciliteerd, terwijl verdachte wist <emphasis role="strike-through">of ernstige reden had te vermoeden</emphasis> dat die aanwezigheid en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>dat verblijf wederrechtelijk was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de feiten en kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 1:123 en 2:154 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaarde feiten worden als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">- het een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Sint Maarten, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het Gerecht neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Bij mensensmokkel worden enorme risico’s gelopen en vallen regelmatig slachtoffers te betreuren. Ook de reis waar de verdachte aan heeft meegewerkt was bijzonder risicovol. De gesmokkelde personen maar ook de bemanningsleden hebben hun leven op het spel gezet door scheep te gaan op die kleine overvolle boot zonder fatsoenlijke uitrusting – zo ontbrak een scheepsradio en waren er onvoldoende reddingsvesten aan boord. Daarnaast wordt met mensensmokkel het normale toezicht door overheden op het in- en uitreizen van personen omzeild. Dat brengt niet alleen veiligheidsrisico’s met zich mee maar brengt een land ook economische schade toe in de vorm van illegale arbeid. Dit rechtvaardigt een vrijheidsstraf van lange duur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als bijkomende straf zal de verbeurdverklaring worden uitgesproken van de onder de verdachte in beslag genomen en aan hem toebehorende zeilboot met behulp van welke de mensensmokkel is begaan. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan; </para>
    <para />
    <para>- kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold caps"> -</emphasis>verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een zeilboot wit van kleur genaamd Solitude 1698 circa 10 meter lang. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. M. Eggink (zittingsgriffier), en op 19 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht Sint Maarten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakgriffier:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>