<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2019:139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-31T11:34:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM201900568</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2019:139">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2019:139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-31T11:34:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2019:139 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 11-09-2019 / SXM201900568</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2019:139:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Vraag of sprake is van ontslag tijdens proeftijd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2019:139:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Zaaknummer: SXM201900568</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 11 september 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de werknemer], </emphasis>
        <?linebreak?>wonende in Sint Maarten, <?linebreak?>verzoeker,</para>
      <para>hierna: de werknemer, <?linebreak?>gemachtigde: mr. Z.J.BARY, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap [de werkgever], </emphasis>
        <?linebreak?>gevestigd in Sint Maarten, <?linebreak?>verweerster,</para>
      <para>hierna: de werkgever, <?linebreak?>gemachtigde: mr. R.W. WOUTERS, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- verzoekschrift met producties, ontvangen op 4 juni 2019,</para>
        <para>- verweerschrift met producties,</para>
        <para>- pleitaantekeningen namens de werknemer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2019 in aanwezigheid van partijen en de raadslieden. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak wordt vandaag gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met ingang van 26 oktober 2018 geldt tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor de duur van een half jaar. De werknemer treedt in dienst als <emphasis role="italic">“kitchen cook”</emphasis> en krijgt een salaris van netto NAf. 3.026,00 per maand. In de arbeidsovereenkomst is een opsomming gegeven van de taken die de werknemer moet verrichten. Deze arbeidsovereenkomst is niet ondertekend maar partijen zijn het erover eens dat deze desalniettemin gelding heeft. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de arbeidsovereenkomst is het volgende beding opgenomen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Probation period</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The first two (2) months of this agreement will be a probation period. It is clearly understood that each party is entitled to terminate this agreement during the probation period without grounds, reason or recourse. This agreement may be extended for a period of time under the conditions to be agreed upon by both parties.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 16 november 2018 komt tussen partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand, die nu wel door hen beiden is ondertekend, maar dan voor de duur van een jaar. De werknemer treedt in dienst als <emphasis role="italic">“kitchen head chef”</emphasis> en hij verdient nu netto NAf. 5.400,00 per maand. In de arbeidsovereenkomst is dezelfde opsomming van werkzaamheden te vinden, echter aangevuld met de volgende taken:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- “taking care of the kitchen’s accounts and creating a work schedule</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- interviewing and hiring of new staff”</emphasis>.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In deze arbeidsovereenkomst is hetzelfde proeftijdbeding opgenomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 16 december 2018 heeft de werknemer een schriftelijke waarschuwing van de werkgever gekregen voor <emphasis role="italic">“tardiness, absenteeism, failure to report to work”</emphasis>, ook voor: <emphasis role="italic">“discourtesy or verbal abuse of guests or other employees”</emphasis> en <emphasis role="italic">“carelessness”</emphasis>.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij brief van 3 januari 2019 van de werkgever, die de werknemer op 7 januari 2019 heeft ontvangen, getiteld <emphasis role="italic">“Termination Notice”</emphasis>, is de arbeidsovereenkomst wegens 24 met name genoemde redenen ontslagen: <emphasis role="italic">“This is to advise you that your employment with [de werkgever] has been terminated effective immediately, due to the following reasons:…”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Per e-mail van 23 mei 2019 is namens de werknemer een beroep gedaan op de onregelmatigheid van het ontslag en is de werkgever gesommeerd om het loon door te betalen tot medio november 2019. Hieraan heeft de werkgever geen gehoor gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De werknemer verzoekt het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:</para>
      <para>- hem toe te staan kosteloos te mogen procederen,</para>
      <para>- voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever onregelmatig is gegeven,</para>
      <para>- de werkgever te veroordelen om hem het salaris door te betalen tot en met 15 november 2019,</para>
      <para>- de werkgever in de proceskosten te veroordelen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De werkgever verzoekt het Gerecht om de werknemer in zijn verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel deze af te wijzen, dan wel de toe te wijzen bedragen te matigen tot nihil of tot een bedrag dat de rechter redelijk voorkomt. Tevens moet de werknemer, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, in de proceskosten worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de argumenten van partijen gaat het Gerecht hierna in, voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het primaire verweer van de werkgever is dat de werknemer tijdens de proeftijd rechtsgeldig is ontslagen. Dat wordt door de werknemer betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Partijen verschillen niet van mening dat het proeftijdbeding in de tweede arbeidsovereenkomst voldoet aan de formele vereisten van artikel 7A:1615n BW. Het is schriftelijk overeengekomen en het geldt voor twee maanden. Verder is duidelijk dat de werknemer tijdens de looptijd van dit beding is ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De werknemer voert aan dat het overeenkomen van het tweede proeftijdbeding niet rechtsgeldig is gebeurd. Er is namelijk sprake van een (doorlopende) arbeidsovereenkomst zodat het eerste proeftijdbeding, dat eindigde op 26 december 2018, gelding heeft. De proeftijd mag immers niet worden verlengd, zo schrijft de laatste volzin van artikel 7A:1615n BW voor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het Gerecht is het niet eens met deze opvatting. De tweede arbeidsovereenkomst ziet op een andere functie (<emphasis role="italic">kitchen head chef</emphasis> in plaats van <emphasis role="italic">kitchen cook</emphasis>), kent extra taken en zwaardere verantwoordelijkheden en het loon van de werknemer is aanzienlijk verhoogd met NAf. 2.374,00 per maand. Het gaat dus om een andere functie zodat daarvoor opnieuw een proeftijd mocht worden overeengekomen. Daarmee is voldaan aan de criteria die blijken uit de arresten van de Hoge Raad (14 september 1984, NJ 1985,244 en 24 oktober 1986, NJ 1987, 293). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Door de werknemer is niet dan wel onvoldoende uitgelegd dat zijn werkzaamheden in de nieuwe functie dezelfde zouden zijn als in de oude functie. Gelet op de afwijkende tekst van de functiebeschrijving en het beduidend hogere salaris is dat ook weinig aannemelijk. De omstandigheid dat op de salarisstroken altijd <emphasis role="italic">head chef</emphasis> werd vermeld legt onvoldoende gewicht in de schaal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het primaire verweer van de werkgever treft dus doel. Aan het subsidiaire verweer (er is een rechtsgeldig ontslag op staande voet gegeven), en evenmin de subsidiaire verweren (matiging), komt het Gerecht dus niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Als in het ongelijk gestelde partij wordt de werknemer in de proceskosten veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent aan de werknemer toestemming om kosteloos te mogen procederen,</para>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para>veroordeel de werknemer in de proceskosten, aan de zijde van de werkgever begroot op nihil aan verschotten en op NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na heden tot de dag van algehele voldoening,</para>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para>Deze beschikking is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en op 11 september 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>