<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2019:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-07T11:39:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM201900584- EJ 142/2019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2019:104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2019:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-07T11:39:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2019:104 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 02-10-2019 / SXM201900584- EJ 142/2019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2019:104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot doorbetaling loon afgewezen. Verkeerde rechtspersoon geageerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2019:104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Zaaknummer: SXM201900584- EJ 142/2019</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 2 oktober 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(a), </emphasis>
        <?linebreak?>wonende in Sint Maarten, <?linebreak?>verzoeker, <?linebreak?>gemachtigde: mr. A.R. de GROOT, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap (x) </emphasis>
        <?linebreak?>gevestigd te Sint Maarten, <?linebreak?>verweerster, <?linebreak?>gemachtigde: mr. B.B. BROOKS.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Partijen zullen hierna ‘(a)’ en ‘(x)’ worden genoemd.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.	(</nr>
      <para>a) heeft op 11 juni 2019 een verzoekschrift met producties ingediend. Op 10 september 2019 hebben partijen aanvullende stukken in het geding gebracht. Het verzoek is behandeld op 11 september 2019. (a) is met zijn gemachtigde verschenen. Aan de zijde van (x) is slechts haar gemachtigde verschenen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.	(</nr>
      <para>a) werkt sedert 17 september 2014 als bewaker tegen een laatstgenoten nettoloon van US$ 1.080,-- per maand.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 31 juli 2018 is (a) ziek geworden waardoor hij in verband met medische ingreep naar het buitenland is gereisd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 4 november 2018 heeft (a) zich beter gemeld bij zijn leidinggevende. Diezelfde dag is (a) op staande voet ontslagen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 28 februari 2019 aan (x) heeft (a) de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen met sommatie om de aan (a) verschuldigde bedragen te betalen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.	  (</nr>
      <para>a) verzoekt -samengevat- dat het Gerecht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad (x) veroordeelt om het bedrag ad US$ 10.800,00 netto aan achterstallig loon te betalen, te vermeerderen met rente en kosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	(</nr>
      <para>a) legt aan zijn verzoek ten grondslag dat het ontslag op staande voet  nietig is, omdat (x) hiervoor geen dringende reden had. Voorts heeft (a) niet met het ontslag ingestemd en heeft de secretaris-generaal van het ministerie van arbeid geen toestemming verleend voor zijn ontslag.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	(</nr>
      <para>x) heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat (a) de vordering tegen de verkeerde partij heeft ingesteld, zodat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Volgens (x) heeft (a) met (b) een  arbeidsovereenkomst gesloten en niet met haar. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst (x) naar de door (a) overgelegde cheques van april, mei en juni 2018, waarop als werkgever is vermeld: “(b)” Ook wijst (x) op de door partijen in het geding gebrachte uittreksels van de Kamer van Koophandel waaruit volgt dat (c) statutair bestuurder is van (b) en (a) van deze persoon zijn werkinstructies kreeg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Ervan uitgaande dat (a) door (b) werd betaald<footnote-ref linkend="_d87f5450-ea16-415c-af91-7ee2b0160e3a" /> en de werkinstructies door de bestuurder van (b) aan (a) werden gegeven, leidt het Gerecht af dat (a) zich tot de verkeerde rechtspersoon heeft gewend. De stelling dat (a) werkzaam is bij (x) is verder onvoldoende toegelicht. Van een onderlinge verhouding tussen (b) en (x) en wel zodanig dat deze rechtspersonen met elkaar moeten worden geïdentificeerd,  is het Gerecht niet gebleken.<footnote-ref linkend="_72c43289-bf64-4197-93e9-d2ba998976d0" /> (a) heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen blijken dat er een dienstbetrekking bestaat tussen hem en (x) of dat (b) en (x) wel met elkaar zouden kunnen en moeten worden geïdentificeerd. Op grond van het voorgaande kan het Gerecht geen arbeidsovereenkomst tussen partijen  vaststellen. De verzoeken zullen hierna dan ook worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.	(</nr>
      <para>a) wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten de procedure veroordeeld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan (a) toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent (a) toestemming om gratis te procederen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart (a) in zijn verzoeken niet-ontvankelijk;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt (a) in de proceskosten thans begroot op NAf 700,00 aan salaris voor de gemachtigde van (x);</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart de beschikking voor zover het betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.M. Luijks, rechter, en op 2 oktober 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d87f5450-ea16-415c-af91-7ee2b0160e3a" label="1">
    <para> en dat op de cheques abusievelijk de naam ‘(b)’ is vermeld in plaats van de juiste naam ‘(d)’;  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_72c43289-bf64-4197-93e9-d2ba998976d0" label="2">
    <para> ( C) heeft blijkens het uittreksel van (x) aldaar geen functie;</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>