<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2017:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T16:18:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00370/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:77">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T16:18:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2017:77 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 30-08-2017 / 100.00370/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2017:77:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>omkoping gevangenisbewaarder</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2017:77:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>S T R A F V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERDACHTE],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],</para>
      <para>zonder bekende woon-of verblijfplaats.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel verschenen is zijn raadsvrouw mr. S.R. Bommel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden, met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft het woord ter verdediging gevoerd, strekkende tot vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 5 mei 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ambtenaar, genaamd [medeverdachte], werkzaam bij als gevangenenbewaarder bij het Huis van Bewaring Point Blanche, een of meer gift(en) of een of meer belofte(n) heeft gedaan, te weten de betaling van ((een)(deel/delen van)) geldbedrag(en) (in totaal van) USD 1.700 (USD 700 op of omstreeks 31 maart 2016 en/of USD 1.000 op of omstreeks 26 april 2016), in elk geval een of meer geldbedrag(en), met het oogmerk om genoemde ambtenaar te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, althans zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen of na te laten, namelijk het binnen smokkelen van een mobiele telefoon in het Huis van Bewaring Point Blanche en/of in het cellencomplex van de Politiewacht te Philipsburg en/of de afgifte van en/of de levering van een mobiele telefoon aan hem, verdachte, terwijl hij, verdachte, alstoen gedetineerd was in het Huis van Bewaring Point Blanche en/of in het cellencomplex van de Politiewacht te Philipsburg</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">(artikel 2:128 lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">(artikel 2:129 lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3A. Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3B. Bevoegdheid van het Gerecht</emphasis>
      </para>
      <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3D. Redenen voor schorsing van de vervolging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijsbeslissingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4A. Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4B. Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2016 tot en met 26 april 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander, een ambtenaar, genaamd [medeverdachte], werkzaam bij als gevangenenbewaarder bij het Huis van Bewaring Point Blanche, een gift heeft gedaan, te weten de betaling van een geldbedrag in totaal van USD 1.700 (USD 700 op 31 maart 2016 en USD 1.000 op 26 april 2016), met het oogmerk om genoemde ambtenaar te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen, namelijk het binnen smokkelen van een mobiele telefoon in het cellencomplex van de Politiewacht te Philipsburg en de afgifte van en de levering van een mobiele telefoon aan hem, verdachte, terwijl hij, verdachte, alstoen gedetineerd was in het cellencomplex van de Politiewacht te Philipsburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4.C Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft voor vrijspraak gepleit. Het verweer vindt zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Ter nadere motivering geldt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaring volgt uit de gedetailleerde verklaring die de celgenoot van verdachte, [celgenoot verdachte], heeft afgelegd. Die verklaring vindt steun in technisch bewijs, te weten de betaling die door de vrouw van verdachte, in zijn opdracht, is gedaan aan [medeverdachte]. Het Gerecht heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [celgenoot verdachte]. De verklaring die [medeverdachte] geeft voor de betaling acht het Gerecht ongeloofwaardig, mede gelet op het ontbreken van enige onderbouwing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het medeplegen van aan een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Strafmotivering</title>
    <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een gevangenbewaarder omgekocht teneinde van hem een telefoon te krijgen, terwijl hij als gedetineerde geen telefoon mocht hebben. Verdachte heeft aldus een ambtenaar tot corruptie bewogen. Omkoping van een ambtenaar is een ernstig feit, dat afbreuk doet aan het vertrouwen dat burger in de overheid stellen. In beginsel is een vrijheidsbenemende straf aangewezen. Daarbij wordt opgemerkt dat van de omkoping aan de omgekochte ambtenaar een aanmerkelijk zwaarder verwijt moet worden gemaakt dan aan de omkoper, nu het slagen van de omkoping primair afhangt van de integriteit van de ambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft tevens acht geslagen op de persoon verdachte. Hij is eerder veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Uit het dossier blijkt dat verdachte aan een ernstige vorm van kanker lijdt en mogelijk niet lang meer te leven heeft. Gelet daarop acht het Gerecht het passend om de op te leggen gevangenisstraf geheel voorwaardelijk te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:123 en 2:128 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek <emphasis role="bold">4B</emphasis> omschreven, heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dat het bewezen verklaarde feit het in rubriek <emphasis role="bold">5</emphasis> genoemde strafbare feit oplevert;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">twee (2) maanden </emphasis>met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee (2) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht indien de tenuitvoerlegging daarvan zou worden bevolen, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 30 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>