<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2017:74</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T15:57:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00125/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:74">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:74</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T15:56:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2017:74 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 11-01-2017 / 100.00125/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2017:74:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vrijspraak poging doodslag, betrouwbaarheid foslo</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2017:74:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>S T R A F V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERDACHTE],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2016 en 11 januari 2017. De verdachte is verschenen. Ook is verschenen zijn raadsvrouw, mr. S.H.M. Ibrahim.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. D.Hazejager, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1 primair en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd. Zij heeft vrijspraak bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Het aan verdachte ten laste gelegde is opgenomen in de als bijlage 1 aan dit vonnis gehechte dagvaarding. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3A. Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3B. Bevoegdheid van het Gerecht</emphasis>
      </para>
      <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">3D. Redenen voor schorsing van de vervolging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijsbeslissingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij de tenlastegelegde feiten betrokken is geweest, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Daartoe is het volgende redengevend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 december 2015 is [slachtoffer 1] in haar woning aangevallen en daarbij ernstig gewond geraakt. De buurman van [slachtoffer 1] heeft tegen de zoon van [slachtoffer 1] gezegd dat de dader vermoedelijk ‘[bijnaam verdachte]’ was. De zoon heeft op Facebook gezocht naar ‘ [bijnaam verdachte]’ en heeft verdachte gevonden onder de naam ‘[bijnaam verdachte]’. Hij herkent verdachte als de dader. Met de foto’s van Facebook is de zoon naar de politie gegaan. Ook de buurman herkende de dader op de Facebookfoto van verdachte. Daarop is verdachte aangehouden. Vervolgens heeft de politie de overige getuigen van het feit, te weten [slachtoffer 1], haar zoon, haar dochter en de buurman, aan een meervoudige fotoconfrontatie onderworpen. Ieder van de vier getuigen wees de foto van verdachte aan als een afbeelding van de dader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze herkenningen vormen het centrale en enige bewijs tegen verdachte. Het verrichte DNA-onderzoek naar een kledingstuk van de dader leverde op dat daar geen DNA van verdachte op is aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht genoemde herkenningen onvoldoende betrouwbaar om daarop een bewezenverklaring te kunnen gronden. Daarbij is van belang dat het spoor naar verdachte begint bij de buurman, die aan de zoon zegt dat [bijnaam verdachte] de dader is. Ter gelegenheid van de fotoconfrontatie verklaart de buurman echter dat hij het gezicht van de dader niet heeft gezien. Zijn verklaring is daarmee van geen waarde en bovendien doet dit ernstig afbreuk aan de betrouwbaarheid van de overige herkenningen. Zonder goede grond is immers de zoon zelf op internet gaan zoeken naar [bijnaam verdachte]. De foto van verdachte die hij vond is daarop een eigen leven gaan leiden. Het is geen wonder dat de zoon in de fotoconfrontatie de foto van verdachte aanwees, nu hij verdachte al eerder door zijn zoekactie op Facebook had gezien. Het Gerecht acht het voorts buitengewoon onwaarschijnlijk dat de zoon niet ook zijn zus en moeder de foto die hij op Facebook heeft gevonden heeft getoond, met de opmerking dat dit de dader moet zijn. Dat maakt ook hun herkenning in de fotoconfrontatie vrijwel waardeloos. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als de herkenningen buiten beschouwing blijven, resteert geen enkel bewijs tegen verdachte. Dat niet voor 100% kan worden vastgesteld dat het alibi van verdachte juist is, maakt niet dat het daarom onjuist is.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 11 januari 2017, in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier is buiten staat mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>