<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2017:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:59:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 2017/74</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2018/523</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2018/166</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:51">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-29T11:08:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2017:51 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 28-11-2017 / AR 2017/74</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2017:51:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verbintenissenrecht. Verkoper blijft courtage aan makelaar verschuldigd nadat verkoper de opdracht aan de makelaar verbrak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2017:51:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 28 november 2017</para>
      <para>Zaaknummer: AR 2017/74</para>
      <para>Vonnisnr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap [de makelaar] N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Sint Maarten,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.C. Choennie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de vennootschap naar vreemd recht [de verkoper]LTD,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Anguilla,,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.F. Keuning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “[de makelaar]” en “[de verkoper]”, tenzij hierna anders is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>verzoekschrift met producties d.d. 5 april 2017,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>conclusie van antwoord met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tussenvonnis d.d. 27 juni 2017,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>brief van 28 augustus 2017 van mr. Choennie.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De in het tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2017 in aanwezigheid van mevrouw …., directeur van [de makelaar], mr. Choennie en mr. Berman namens mr. Keuning. [de verkoper] bleek op de zitting niet vertegenwoordigd door haar bestuurder of iemand die door hem daartoe was gemachtigd. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1. [</nr>
      <para>de verkoper] was eigenaresse van een appartementsrecht, plaatselijk bekend Unit …. in het Blue Marine Complex. [de verkoper] kent als directeur [de directeur van de verkoper].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2. [</nr>
      <para>de makelaar] houdt zich onder andere bezig met de bemiddeling bij verkoop van onroerend goed op Sint Maarten. Haar directeur is [de directeur van de makelaar].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tussen partijen heeft einde 2016 / begin 2017 een e-mail correspondentie plaatsgevonden. Daaruit volgt dat [de verkoper] [de makelaar] heeft ingeschakeld om voormeld appartement te verkopen. Overeengekomen provisie voor [de makelaar] is 6% van de koopprijs (inclusief overdrachtskosten), zo volgt uit de e-mail van 13 december 2016 van [de directeur van de verkoper] aan [de directeur van de makelaar]. [de makelaar] heeft een potentiële koper gevonden. Die heeft zij twee keer in het appartement rondgeleid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De uiteindelijke koper, ………, werd vertegenwoordigd door [de aankoopmakelaar]. Tussen [de makelaar] en [de aankoopmakelaar] was afgesproken dat [de aankoopmakelaar] 4% provisie zou krijgen en [de makelaar] 3,5%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Blijkens de e-mails tussen [de verkoper] en [de makelaar] viel [de verkoper] erover dat er dus een hogere provisie was afgesproken dan 6%. Bovendien klaagt [de verkoper] erover dat er een koopprijs werd overeengekomen van USD 272.500,00 in plaats van USD 275.000,00. Bij e-mail d.d. 20 februari 2017 schrijft [de directeur van de verkoper] aan [de directeur van de makelaar] dat hij akkoord is met USD 272.500,00. Daarvoor had [de directeur van de makelaar] gemaild dat de totale provisie werd terug gebracht naar 6%, maar dat de koper niet hoger wilde gaan dan USD 260.000,00. Kortom: een verschil van USD 12.500,00 met overeenstemming over de provisie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6. [</nr>
      <para>de verkoper] heeft daarna het appartement aan [de koper] verkocht voor USD 260.000,00 zonder dit met [de makelaar] kort te sluiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij e-mail d.d. 27 februari 2017 schrijft [de directeur van de makelaar] het volgende aan [de directeur van de verkoper]:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Today, I understand that this same client has signed a contract directly with you excluding both agents from the transaction. [de makelaar] was procuring a cause for this transaction and is legally entitled to at a minimum a 3% listing fee. [de aankoopmakelaar], GEA], is also pursuing the entire commission. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vorderingen en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1. [</nr>
      <para>de makelaar] vraagt het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de volgende beslissingen te nemen:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>[de verkoper] te veroordelen om aan [de makelaar] te betalen USD 15.600,00 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 maart 2017 tot de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>[de verkoper] te veroordelen tot betaling van 15% buitengerechtelijke incassokosten over dit bedrag,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>“kosten rechtens”.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2. [</nr>
      <para>de verkoper] verzoekt het Gerecht de vorderingen van [de makelaar] af te wijzen en haar te veroordelen in de proceskosten alsmede de wettelijke rente daarover, ook bij uitvoerbaar bij voorraad te bepalen vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Kort en zakelijk weergegeven legt [de makelaar] het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. [de makelaar] heeft het appartement geplaatst op haar website, in een magazine en op Cyphoma (een Franse website waarop woningen te koop worden aangeboden). De vraagprijs was USD 275.000,00. Collega makelaar [de aankoopmakelaar] meldde zich voor een cliënt en [de directeur van de makelaar] deelde haar mede dat de vraagprijs USD 272.500,00 <emphasis role="italic">“firm”</emphasis> was. Op 20 februari 2017 vond de bezichtiging plaats met [de directeur van de makelaar], [de aankoopmakelaar], gegadigde [de koper] en haar dochter …... Na de bezichtiging vond diezelfde middag op verzoek van [de koper] nog een bezichtiging plaats, waar ook de echtgenoot van [de koper] bij aanwezig was. [de koper] ondertekende toen het contract met [de aankoopmakelaar] om het appartement via haar te kopen voor haar dochter. Zij bood USD 260.000,00 maar [de directeur van de makelaar] zei dat [de verkoper] USD 272.500,00 wilde ontvangen. Niettemin wilde [de koper] dat dit bod aan [de verkoper] werd voorgelegd. Op 20 februari 2017 legde [de directeur van de makelaar] dit bod voor aan [de directeur van de verkoper]. Hij weigerde dit bod en deed de suggestie dat [de makelaar] haar provisie zou verlagen tot 6% of de vraagprijs zou verhogen. Na overleg met [de aankoopmakelaar] verlaagde [de makelaar] de provisie tot 6%. Dat heeft [de directeur van de makelaar] doorgegeven aan [de directeur van de verkoper]. Die reageerde gelijk afwijzend omdat het voor hem niet goed voelde. Op 23 februari 2017 lunchte [de directeur van de makelaar] met [de directeur van de verkoper]. Hij vroeg allerlei gegevens over de makelaar die [de directeur van de makelaar] in contact had gebracht met [de koper]. Op 27 februari 2017 belde [de aankoopmakelaar] [de directeur van de makelaar] heel boos op; [de koper] had het appartement rechtstreeks van [de verkoper] gekocht. Gezamenlijk constateerden [de aankoopmakelaar] en [de koper] dat [de verkoper] hen had buitengesloten; kennelijk om geen provisie te betalen. Het in deze procedure gevorderde bedrag is de 6% commissie die [de makelaar] is misgelopen. [de makelaar] wenst nakoming van de provisie-afspraak en vordert 6% over de koopsom van USD 260.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Kort en zakelijk weergegeven verweert [de verkoper] zich als volgt. Op zich wordt niet betwist (alinea 5, laatste volzin) dat tussen [de verkoper] als opdrachtgever en [de makelaar] als opdrachtnemer een overeenkomst tot stand is gekomen. [de makelaar] ging echter onder de door [de verkoper] gestipuleerde “firm” vraagprijs zitten waarmee zij de mogelijkheid tot verkoop voor deze vraagprijs frustreerde. Dus heeft zij niet als goed opdrachtnemer gehandeld. De overeengekomen provisie was overigens 4% plus 2% voor overdrachtskosten (zoals kosten notaris). [de makelaar] heeft [de aankoopmakelaar] ingeschakeld en dat was in strijd met de opdracht omdat [de directeur van de verkoper] niet om toestemming was gevraagd. [de verkoper] wist in eerste instantie niet dat de koper met wie zij uiteindelijk de koopovereenkomst sloot dezelfde was die door [de makelaar] en [de aankoopmakelaar] waren aangebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt het volgende. De overeenkomst tussen [de makelaar] en [de verkoper] is er een in de zin van artikel 7:400 BW. Het gaat om een bemiddelingsovereenkomst. Deze kan door de opdrachtgever te allen tijde worden opgezegd (artikel 7:408 BW). Duidelijk is dat de overeenkomst niet is opgezegd. [de verkoper] heeft aan [de makelaar] te kennen gegeven dat hij het bod van [de koper] afwees omdat dit “niet goed voelde”. Daarna heeft [de verkoper] zelf de koopovereenkomst met [de koper] gesloten voor dezelfde koopprijs als haar eerder aan [de makelaar] gedane bod en zonder daarvan [de makelaar] in kennis te stellen. Zoals ook bij antwoord wordt erkend (alinea 13, laatste gedeelte) koos [de verkoper] ervoor dat bod te aanvaarden omdat zij aldus geen provisie was verschuldigd en dus een hogere winst kon realiseren. Daarmee is [de verkoper] in haar verbintenissen jegens [de makelaar] toerekenbaar te kort geschoten en is zij gehouden de schade van [de makelaar] te vergoeden. [de makelaar] heeft immers de nodige werkzaamheden verricht om de koper te interesseren, zoals publicaties, communicatie en rondleidingen in het appartement en het onderhouden van contact met [de aankoopmakelaar] als makelaar van de koper. Dat zijn werkzaamheden die essentieel zijn voor de uiteindelijk tussen [de verkoper] en [de koper] gesloten koopovereenkomst. Gesteld noch gebleken, en ook moeilijk voorstelbaar, is dat [de verkoper] die werkzaamheden overnieuw heeft gedaan. De schade is gelijk aan de door [de makelaar] misgelopen provisie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Wat betreft het verweer dat [de makelaar] niet [de aankoopmakelaar] heeft ingeschakeld overweegt het Gerecht het volgende. Er is geen sprake van “inschakeling” in de zin van artikel 7:404 BW. Het is de normale gang van zaken dat aan- en verkoopmakelaars met elkaar in contact treden over verkoop van onroerende zaken. Uiteindelijk kost het [de verkoper] ook niets omdat de provisie werd verdeeld tussen beiden makelaars. Dit verweer gaat dus niet op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Enige twistpunt dat overblijft is de hoogte van de provisie. [de makelaar] stelt dat dit 6% is en [de verkoper] stelt dat dit 4% is. De 2% verschil wordt verklaard door allerlei vaste kosten. Uit de emailwisseling van 13 december 2016 en 16 februari 2017 (productie 2 bij antwoord) volgt dat [de makelaar] 4% standaard fee rekent en 2% voor kosten is. Nu [de makelaar] die kosten niet hoeft te maken zal het Gerecht uitgaan van 4%. Dit komt neer op USD 10.400,00. De wettelijke rente kan worden toegewezen nu daartegen geen verweer is gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. In het verzoekschrift wordt namelijk niet uitgelegd waarom [de verkoper] die verschuldigd zou zijn. Aldus heeft [de makelaar] op dit punt niet voldaan aan haar stelplicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Als overwegend in het ongelijk gestelde partij wordt [de verkoper] in de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het conservatoire beslag, veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in Eerste Aanleg:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [de verkoper] om aan [de makelaar] te betalen USD 10.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 maart 2017 tot de dag van algehele betaling,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [de verkoper] in de proceskosten, aan de zijde van [de makelaar] begroot op NAf. 1.023,30 aan beslagkosten, NAf aan oproepingskosten, NAf 300,00 aan griffierechten en NAf 3.000,00 aan salaris gemachtigde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>