<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2017:38</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-24T16:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 2015/106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:38">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:38</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-24T16:57:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2017:38 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 18-07-2017 / AR 2015/106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2017:38:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Burgerlijk procesrecht. Niet opvolgen aanwijzingen tussenvonnis. Vorderingen over en weer worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2017:38:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 18 juli 2017</para>
      <para>Zaaknummer: AR 2015/106</para>
      <para>Vonnisnr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[A],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Sint Maarten,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.E. Duncan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[B],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C. Marica. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden aangeduid als [A] en [B], tenzij hierna anders is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 18 oktober 2016 heeft het Gerecht bepaalt dat [B] een akte mag indienen en dat daarop door [A] bij antwoordakte mag worden gereageerd. [B] heeft ter rolzitting van 24 januari 2017 de akte na tussenvonnis met producties ingediend. Ter rolzitting van 21 februari 2017 is aan [A] akte niet dienen verleend omdat zij haar antwoordakte niet indiende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de comparitie van partijen heeft het Gerecht geconstateerd dat namens [A] de advocaat mr. Kockx is verschenen, tezamen met de heren [A] en [B]. Zij bleken echter niet te beschikken over en schriftelijke volmacht. Namens [B] verscheen mr. Marica. Zij bleek geen vertegenwoordiger van [B] te hebben meegenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De zaaksrechter heeft op de comparitie van partijen medegedeeld de zaak niet inhoudelijk te willen behandelen omdat partijen niet dan wel niet met een volmacht ter zitting zijn verschenen terwijl dit uiteraard bij een comparitie van partijen wel de bedoeling is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de akte na tussenvonnis van [B] is onder 9 het volgende vermeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Vanwege overmacht (de onbeschikbaarheid van de heer [C] die hiermee belast was) is [B] op dit moment niet in staat om een gedetailleerder overzicht over te leggen. [B] zal evenwel eraan werken om voor de te plannen comparitie van partijen met haar accountant een deugdelijker overzicht voor te bereiden. [B] verzoekt U Edelachtbare haar in het licht van het voorgaande toe te staan om bij de comparitie van partijen additionele documenten over te leggen (op voorhand) te staving van haar stellingen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de aanloop naar de comparitie heeft het Gerecht echter geen stukken ontvangen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt als volgt. Duidelijk is dat beide partijen de aanwijzingen van het Gerecht niet hebben opgevolgd. [A] heeft de antwoordakte niet ingediend en blijkens de akte van [B] zelf is het aangeleverde materiaal bij haar akte niet deugdelijk. [B] heeft niet, haar eigen toezegging ten spijt, de correcte documenten ten behoeve van de comparitie van partijen aangeleverd. Verder geldt dat beide partijen niet of niet gevolmachtigd zijn verschenen. Op grond van de wet kan het Gerecht uit deze proceshouding de conclusies trekken die hem geraden voorkomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt dat uit deze proceshouding van partijen volgt dat zij niet voldoen aan hun stelplichten. Teneinde tot een goed overwogen beslissing te komen immers heeft het Gerecht in zijn inhoudelijke tussenvonnis tot de aktewisseling en de comparitie besloten. Nu partijen daaraan niet wensen mee te werken oordeelt het Gerecht dat de vorderingen in conventie en in reconventie dienen te worden afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Partijen kunnen tegen dit vonnis in hoger beroep. Dit rechtsmiddel dient er immers mede toe om de eigen fouten te herstellen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het Gerecht ziet aanleiding te bepalen dat partijen de proceskosten voor eigen rekening moeten houden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in Eerste Aanleg:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende in conventie en in reconventie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen de proceskosten voor eigen rekening dienen te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>