<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2016:99</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-15T10:52:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nr. SXM201600229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2016:99">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2016:99</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-14T11:11:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2016:99 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 13-06-2016 / BBZ nr. SXM201600229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2016:99:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een intrekking van een beroepschrift brengt met zich mee dat het aanvankelijk bestreden besluit rechtens onaantastbaar wordt. Belanghebbende is  niet-ontvankelijk in haar beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2016:99:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 13 juni 2016</para>
    <para>BBZ nr. SXM201600229</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">X, </emphasis> wonende in de Verenigde Staten,</para>
      <para>belanghebbende, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>,</para>
      <para>De inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is met dagtekening 7 mei 2010 voor het jaar 2007 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van Naf. 55.884. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende is op 11 juni 2010 tegen de aanslag in bezwaar gekomen. Bij uitspraak op bezwaar van 21 januari 2011 is de Inspecteur tegemoetgekomen aan het bezwaar. De aanslag is verminderd naar een belastbaar inkomen van 37.626.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Belanghebbende is op 8 april 2016  in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. Dit beroepschrift is bij de griffie van het Gerecht in het ongerede geraakt. Nadien heeft belanghebbende op 19 januari 2017 wederom een beroepschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 2 juni 2017 te Philipsburg, waarbij zijn verschenen belanghebbende in persoon, haar broer A en haar gemachtigde C. Namens de Inspecteur is verschenen D LLM.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>ONTVANKELIJKHEID BEROEP </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Inspecteur heeft in haar verweerschrift aangevoerd dat belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar op 10 juni 2011 reeds beroep heeft aangetekend. Van dit  beroepschrift heeft zij een afschrift overgelegd. Daaruit blijkt dat belanghebbende daadwerkelijk op voormelde datum tegen de uitspraak op bezwaar een beroepschrift heeft ingediend. De Inspecteur heeft te kennen gegeven dat het beroepschrift door belanghebbende is ingetrokken omdat de aanslag voor het onderhavige jaar in bezwaarfase overeenkomstig het door belanghebbende aangegeven belastbaar inkomen  is verminderd. Belanghebbende heeft ter zitting bevestigd dat het beroep is ingetrokken. Het Gerecht oordeelt dat de intrekking met zich meebrengt dat het aanvankelijk bestreden besluit rechtens onaantastbaar wordt. Dit leidt ertoe dat belanghebbende niet-ontvankelijk is in haar beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt ertoe dat als volgt moet worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit Gerecht:</para>
      <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,								De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: ………………………………….</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier Maite M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening op het beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening op het beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>