<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2016:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-21T11:28:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KG 2016/112</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2016:79">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2016:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-21T11:28:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2016:79 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 28-10-2016 / KG 2016/112</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2016:79:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Huur. Zijn de huurpenningen bevrijdend betaald?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2016:79:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 28 oktober 2016</para>
    <para>Zaaknummer: KG 2016/112</para>
    <para>Vonnisnr.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Sint Maarten,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.G. Snow,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>verzoekschrift met producties d.d. 12 september 2016,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 12 oktober 2016 met bijlagen van [A] aan het Gerecht die door gedaagde in het geding is gebracht.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2016, in aanwezigheid van partijen en mr. Snow. De standpunten zijn toegelicht. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Krachtens een schriftelijke huurovereenkomst tussen eiser als verhuurder en gedaagde als huurder bewoont gedaagde de woning aan de …… Road B-7 op Sint Maarten. De huurprijs bedraagt USD 375,00 per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 6 september 2016 van mr. Snow is gedaagde gesommeerd de uitstaande huur te betalen aan hem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Aan deze sommatie heeft gedaagde geen gehoor gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Blijkens vier boedelvolmachten (onder andere van eiser) uit mei 2015 is zijn zus, mevrouw [A], gemachtigd namens de boedel in de nalatenschap van [erflater] om vorderingen te incasseren. Voormelde woning behoort tot deze nalatenschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij brief van 7 juli 2016 heeft mr. Van der Vliet, advocaat, aan gedaagde het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Please be advised that.[A], as legal representative of all the heirs of late [erflater]  and as executor of the estate, has approached our law firm and has requested me to represent the interest of the heirs in the above captioned matter.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In his testament, [erflater] has bequeathed his estate to his children and his wife. Part of this estate is the apartment you are currently residing in, (…). On behalf of the heirs I inform hereby confirm you that starting from July 2016 the monthly rent may only be paid to the bank account of [A] (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij brief van mr. Van der Vliet d.d. 8 juli 2016 is eiser van haar brief aan gedaagde in kennis gesteld en is hij onder andere gesommeerd om ontvangen huurinkomsten af te dragen aan [A]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Door gedaagde zijn ter zitting kwitanties gepresenteerd. Daaruit blijkt dat de huur over de maanden juni tot en met september 2016 door gedaagde is betaald op de bankrekening van [A].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vorderingen en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vorderingen van eiser strekken ertoe dat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het Gerecht gedaagde zal veroordelen de door hem bewoonde woning te ontruimen, zulks met nevenvorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vorderingen van eiser. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Eiser voert aan dat vanaf 1 juni 2016 door gedaagde geen huur meer wordt betaald. Dat is reden om hem te noodzaken de woning te ontruimen, temeer nu er andere gegadigden zijn die wel bereid zijn de huur tijdig en volledig te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gedaagde stelt wel degelijk te betalen, zie de kwitanties waarvan de inhoud hiervoor is weergegeven. Hij kan niet bevrijdend betalen aan eiser maar wel aan [A]. Dat heeft hij gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De spoedeisendheid is met de aard van de vordering gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit de kwitanties volgt dat gedaagde de huur over de maanden juni tot en met september 2016 heeft betaald. De betaling is echter niet geschied aan eiser maar aan [A]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vraag is dus of gedaagde de huur bevrijdend heeft betaald. Gelet op de mede door eiser ondertekende boedelvolmacht aan [A] staat, naar voorlopig oordeel, vast dat dit het geval is. [A] is door de gerechtigden tot deze boedel gemachtigd, onder andere om vorderingen te incasseren, waaronder huurpenningen van de tot de boedel behorende woning die gedaagde huurt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat de vorderingen dienen te worden afgewezen en dat eiser in de proceskosten dient te worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in Eerste Aanleg:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent gratis admissie aan eiser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde begroot op nihil aan verschotten en op NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>