<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2026:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T13:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202500891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2026/05 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:3">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T17:17:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2026:3 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 12-01-2026 / CUR202500891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2026:3:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het procesbelang voor wat betreft de aanslag inkomstenbelasting 2018, waartegen belanghebbende bezwaar en beroep heeft ingesteld, ontbreekt. Belanghebbende is dan ook niet-ontvankelijk in zijn beroep. Had belanghebbende mede bezwaar, en vervolgens beroep, willen instellen tegen de aanslagen AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2018, dan had hij daartegen afzonderlijk bezwaar en beroep moeten instellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2026:3:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 12 januari 2026</para>
    <para>BBZ nr. CUR202500891</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 26 augustus 2022 een aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2018 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 27.115 en een verschuldigde belasting van NAf 969 (de aanslag).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 19 april 2023 tegen de aanslag bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 8 september 2023 vermindert de Inspecteur de aanslag ambtshalve, resulterende in een vermindering van NAf 969. Daarbij wordt tevens de opgelegde boete vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 17 maart 2025 beroep ingesteld.  Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 28 oktober 2025 een verweerschrift ingediend. Daarop heeft belanghebbende schriftelijk gereageerd (genoemd Repliek).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2025 te Willemstad. Namens belanghebbende zijn verschenen, de gemachtigden: [A] en [B]. Namens de Inspecteur is verschenen mr. [C]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan verstrekt aan de wederpartij en het Gerecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 29 juni 2023 zijn aangifte IB voor het jaar 2018, nihil, ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 8 september 2023 vermindert de Inspecteur, -ten onrechte- de taxatieve aanslag en boete tot nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>In geschil is of:</para>
        <para>I.	sprake is van enig procesbelang, en zo ja, </para>
        <para>II.	belanghebbende ontvankelijk is in zijn bezwaar en beroep;</para>
        <para>III.	het belastbaar inkomen tot het juiste bedrag is vastgesteld.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Voor wat betreft vraag I stelt belanghebbende dat er sprake is van een procesbelang. Er is weliswaar geen inkomstenbelasting verschuldigd en de ter zake daarvan opgelegd boete is weliswaar vernietigd, maar het belastbaar inkomen is gehandhaafd. Omdat het belastbaar inkomen mede de basis vormt voor het premie-inkomen bestaat het procesbelang uit de vooralsnog in stand gebleven verschuldigde premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ, aldus belanghebbende.</para>
        <para>Voor wat betreft vraag II stelt belanghebbende dat buiten de termijn van twee maanden bezwaar en beroep is gemaakt, maar dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.</para>
        <para>Voor wat betreft vraag III is belanghebbende van mening dat hij voor het jaar 2018 geen inkomen heeft genoten.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De Inspecteur stelt dat, nadat ambtshalve vermindering heeft plaatsgevonden, een procesbelang ontbreekt, aangezien belanghebbende geen inkomstenbelasting verschuldigd is en de boete ter zake is vernietigd (vraag I), dat belanghebbende wegens termijnoverschrijding (ook) niet ontvankelijk is (vraag II) en dat het belastbaar inkomen (met omkering bewijslast) in redelijkheid is vastgesteld (vraag III).  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit de stukken van het geding blijkt niet dat de Inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Uit proceseconomische overwegingen besluit het Gerecht evenwel om de zaak niet terug te wijzen en de Inspecteur op te dragen alsnog uitspraak op bezwaar te doen. Zie hierna.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen (vgl. HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Nu is komen vast te staan dat het procesbelang voor wat betreft de aanslag inkomstenbelasting 2018, waartegen belanghebbende bezwaar en beroep heeft ingesteld, ontbreekt, oordeelt het Gerecht dat belanghebbende niet-ontvankelijk is in zijn beroep. </para>
        <para>Had belanghebbende mede bezwaar, en vervolgens beroep, willen instellen tegen de aanslagen AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2018, dan had hij afzonderlijk bezwaar en beroep tegen deze aanslagen moeten instellen. Dat is, naar het Gerecht heeft begrepen, niet gebeurd. </para>
        <para>Vraag I dient dan ook ontkennend te worden beantwoord. Met de ontkennende beantwoording van vraag I behoeven de vragen II en III geen beantwoording meer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het beroep dient niet ontvankelijk te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 12 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:</para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;</para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt,</para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	Cg 200</para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	Cg 500</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>