<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2026:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T13:26:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">500.00269/25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2026/05 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T17:11:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2026:2 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 05-01-2026 / 500.00269/25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2026:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Strafrecht. Fiscale strafzaak. Niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte winstbelasting en het niet verstrekken van gevorderde inlichtingen (art. 49 lid 1, aanhef en onder a en b, Algemene landsverordening Landsbelastingen). Voor bewezenverklaring is vereist dat de Inspecteur de belastingplichtige heeft uitgenodigd tot het doen van aangifte en dat de aangiftetermijn is verstreken. De Inspecteur kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending van de uitnodiging naar het juiste adres (vgl. HR 17 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1268). Indien vaststaat dat de uitnodiging op het adres van de verdachte is aangeboden en voor ontvangst is getekend, ligt het op de weg van de verdachte dit vermoeden te ontzenuwen. Een enkele ontkenning van ontvangst, zonder nadere onderbouwing, is daartoe onvoldoende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2026:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 500.00269/25</title>
    <para>Uitspraak:	5 januari 2026		Tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren  [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats] , te [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A. Koendjbiharie, advocaat in Curaçao. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie mr. C. Janssen heeft ter terechtzitting gevorderd, dat het Gerecht de ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft primair bepleit dat de dagvaarding buiten vervolging wordt gesteld. Subsidiair heeft hij bepleit dat de verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 1</title>
    <para>Dat [bedrijf]. in of omstreeks de periode van 25 februari 2019 tot en met 31 oktober 2025 te Curaçao, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) bij de Belastingverordening voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> (een) aangifte(n) voor de winstbelasting over de/het jaar/jaren 2018, 2019, 2020, 2021 en/of 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 2</title>
    <para>dat [bedrijf] in of omstreeks de periode van 24 januari 2025 tot en met 31 oktober 2025 te Curaçao, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bij de Belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> (een) aangifte(n) voor de winstbelasting over de/het jaar/jaren 2018, 2019, 2020, 2021 en/of 2022 en/of;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk(e) niet, onjuist of onvolledig heeft verstrekt, tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene landsverordening Landsbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Formele voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gedeeltelijke vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hierna zal blijken, kan het Gerecht slechts vaststellen dat de uitnodiging voor het doen van aangifte is gestuurd op 24 januari 2025. Uit de door de raadsman aangeleverde producties volgt – onweersproken door de officier van justitie - dat de definitieve aangiftes voor de winstbelasting over de jaren 2018 en 2019 al waren ingediend voor die datum (in 2020). Dat betekent dat voor het niet tijdig doen van aangifte winstbelasting over de jaren 2018 en 2019 vrijspraak zal volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Feit 1</title>
    <para>dat [bedrijf] in de periode van 10 maart 2025 tot en met 31 oktober 2025 te Curaçao, bij de Belastingverordening voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>  aangiften voor de winstbelasting over de jaren 2020, 2021 en 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 2</title>
    <para>dat [bedrijf] in de periode van 24 januari 2025 tot en met 31 oktober 2025 te Curaçao, (bij de Belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:</para>
    <para />
    <para> aangiften voor de winstbelasting over de jaren 2020, 2021 en 2022 </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet heeft verstrekt, welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte  feitelijke leiding heeft gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">Een schriftelijk bescheid, houdende een brief van de Stichting Belasting Accountants Bureau gedagtekend 24 januari 2025, met, zover van belang de navolgende inhoud (los stuk): </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…) Naam: [bedrijf]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v.: [medeverdachte] &amp;  [verdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Adres: [adres]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24-01-2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onderwerp:	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Uitnodiging </emphasis>
        <emphasis role="italic">voor indiening aangiften WB</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Laatste aanmaning </emphasis>
        <emphasis role="italic">voor indiening aangiften WB, dan wel verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inlichtingen voor de belastingheffing </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) Voor zover de uitnodiging tot het doen van aangifte van de Inspecteur der Belastingen u niet heeft bereikt of u is ontgaan, wordt u bij deze mede door de Inspecteur der Belastingen aangeschreven. (…) U dient de aangifte WB van de jaren 2018 t/m 2022 in te dienen vóór 10-03-2025. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook voor de belastingheffing van latere jaren, is het van belang dat u de aangifte invult als informatieverstrekking voor het vaststellen van het juiste belastingbedrag van die jaren. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor ontvangst: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[ondertekend door [persoon 1] (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum 28-1-2025.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="bold">Een schriftelijk bescheid, houdende een uittreksel uit het Handelsregister van Curaçao, met onder meer de navolgende inhoud (los stuk): </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">(…) In the Commercial Register of the Curaçao Chamber of Commerce &amp; Industry is registered under number [nummer]: [registratienaam] </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Trade name			[registratienaam]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Legal form			Limited liability company </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Official name			[bedrijf]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Statutory seat			Curaçao </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Date of incorporation		December 15, 2000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Date last amendment		January 21, 2013</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Date established		December 15, 2000 (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Address			[adres]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Country			Curaçao </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mailing address		(same as above)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Official(s)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Function			Statutory director</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Title description		Managing director</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Name				[verdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Date of birth			[geboortedatum], 1977 (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 15 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Ik ben directeur van [bedrijf]. Ik ben eindverantwoordelijk voor alle administratie en fiscale zaken. Het klopt dat ik niet in maart 2025 alles op orde had. Ik ben bezig met mijn situatie op het gebied van fiscale zaken te verbeteren. Ik heb problemen gehad met mijn accountant. Ik heb nog niet alles ingediend, maar het is best wel op orde. Ik heb onlangs de winstbelastingaangiftes ingediend tot 2024.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="bold">Een schriftelijk bescheid, </emphasis>te weten de op de terechtzitting van 15 december 2025 door de raadsman overgelegde producties bij de pleitnota, waaruit volgt dat (pas) op 9 december 2025 de definitieve aangiftes winstbelasting over de jaren 2020 tot en met 2022 zijn gedaan. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
      <para>Vooropgesteld dient te worden dat artikel 49 lid 1 sub a van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) degene strafbaar stelt die ingevolge de ALL verplicht is tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte, en dat niet binnen de gestelde termijn, onjuist of onvolledig doet. Artikel 6 ALL bepaalt dat de Inspecteur eenieder die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig is, kan uitnodigen tot het doen van aangifte (lid 1) en dat eenieder die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, gehouden is de aangifte te doen door in de aangifte gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen, te ondertekenen en in te dienen (lid 4).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van deze bepalingen is alleen degene die door de Inspecteur is uitgenodigd tot het doen van aangifte, verplicht om aangifte te doen en voorts is strafbaar degene die dat niet binnen de gestelde termijn, onjuist of onvolledig doet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat van het niet (tijdig) doen van aangifte, slechts sprake kan zijn indien de Inspecteur de betrokkene heeft uitgenodigd tot het doen van aangifte. Verder dient de door de Inspecteur gestelde termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan zijn verstreken. Het ligt op de weg van de Inspecteur aannemelijk te maken dat de uitnodiging de belastingplichtige heeft bereikt, dan wel op diens adres is ontvangen of aangeboden. In dat verband kan de Inspecteur in beginsel volstaan met het bewijs van verzending van de uitnodiging naar het juiste adres (HR 17 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1268).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 januari 2025 is een uitnodigingsbrief, gedateerd 24 januari 2025, tot het doen van aangiften winstbelasting aangeboden aan de [adres], het adres van (het bedrijf van) de verdachte. De brief is aldaar in ontvangst genomen door [persoon 1], die voor ontvangst heeft getekend. In de brief is vermeld dat de uiterste datum voor het indienen van de aangiften over de jaren 2018 tot en met 2022 vóór 10 maart 2025 was gesteld. De brief bevatte daarnaast een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard [persoon 1] niet te kennen en geen kennis te hebben genomen van deze uitnodigingsbrief voor het doen van aangifte winstbelasting. Het Gerecht ziet zich gesteld voor de vraag of sprake is geweest van een rechtsgeldige uitnodiging tot het doen van aangifte winstbelasting door (of namens) de Inspecteur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige geval staat vast dat namens de Inspecteur een schriftelijke uitnodiging is verzonden waarin de verdachte expliciet is uitgenodigd tot het doen van aangifte winstbelasting, onder vermelding van een uiterste aangiftedatum, te weten voor 10 maart 2025. Eveneens staat vast dat deze uitnodiging op 28 januari 2025 is aangeboden op het adres (van het bedrijf) van de verdachte en dat de ontvangst is bevestigd door een handtekening. Daarmee heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt dat de uitnodiging de verdachte heeft bereikt dan wel op zijn adres is ontvangen of aangeboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ligt vervolgens op de weg van de verdachte om dit vermoeden te ontzenuwen. Naar het oordeel van het Gerecht is de verdachte hierin niet geslaagd. Hij heeft enkel gesteld dat hij [persoon 1] niet kent en dat hij zelf geen kennis heeft genomen van de uitnodigingsbrief, zonder dit nader te onderbouwen. Daarmee heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de brief niet op zijn adres is ontvangen of aangeboden, noch heeft hij omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot redelijke twijfel. Het Gerecht acht deze ontkenning bovendien niet aannemelijk, nu het weinig logisch is dat een volstrekt onbekend persoon zich op het adres (van het bedrijf) van de verdachte bevond en zich bereid zou verklaren de uitnodiging van de Inspecteur in ontvangst te nemen en daarvoor te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bij de pleitnota overgelegde stukken blijkt dat de aangiften pas op 9 december 2025 zijn ingediend, ná het verstrijken van de uiterlijke indieningsdatum van 10 maart 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling verweren</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft primair verzocht de dagvaarding buiten vervolging te stellen en subsidiair verzocht de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Het Gerecht is in beginsel niet gehouden op deze verweren te reageren aangezien deze niet voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover het primaire verzoek ziet op een bezwaar tegen de dagvaarding, geldt dat een dergelijk verzoek uitsluitend kan worden behandeld binnen de procedure van het bezwaarschrift tegen de dagvaarding, zoals bedoeld in artikelen 293 e.v. van het Wetboek van Strafvordering. Het primaire verzoek kan derhalve in deze strafzaak niet slagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het subsidiaire verzoek tot ontslag van alle rechtsvervolging ziet het Gerecht geen feiten of omstandigheden die daartoe aanleiding geven. Het enkele feit dat de aangiften inmiddels – ongeveer negen maanden na de uiterlijke termijn – zijn ingediend, noch de stellingen over het ultimum remedium karakter van het strafrecht, het ontbreken van opzet of vrijwillig herstel, vormen geen grond voor ontslag van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verweren van de verdediging worden derhalve verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
      </para>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat sprake is geweest van een rechtsgeldige uitnodiging tot het doen van aangifte winstbelasting als bedoeld in artikel 6 ALL. De verdachte heeft als feitelijk leidinggevende niet uiterlijk op de in de uitnodigingsbrief genoemde datum van 10 maart 2025 aangiftewinstbelasting gedaan. Gelet op de voorgaande overwegingen acht het Gerecht ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 49, lid 1 sub a, van de Algemene Landsverordening Landsbelasting en wordt als volgt gekwalificeerd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">een bij de belastingverordening voorziene aangifte niet binnen de daarvoor gestelde termijn doen, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 49, lid 1, sub b, van de Algemene Landsverordening Landsbelasting en wordt als volgt gekwalificeerd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het niet verstrekken van bij de belastingverordening gevorderde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft namens de naamloze vennootschap [bedrijf] niet voor de uiterlijke termijn aangifte winstbelasting gedaan en heeft inlichtingen, gegevens of aanwijzingen niet verstrekt voor de tijdvakken 2020, 2021 en 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het niet doen van aangifte winstbelasting is een ernstig feit, nu belastingen essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving en de financiering van publieke voorzieningen. Door structureel geen aangifte te doen, wordt het belastingstelsel ondermijnd en wordt de efficiëntie van de belastingdienst ernstig belemmerd. Dit leidt tot extra handhavingslasten en treft uiteindelijk de burger. Het Gerecht rekent de verdachte dit zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht houdt bij de oplegging van de straf rekening met het feit dat de verdachte blijkens zijn strafkaart d.d. 10 november 2025 niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Verder houdt het Gerecht rekening met de omstandigheid dat verdachte inmiddels de in de tenlastelegging opgenomen aangiftes lijkt te hebben ingediend. Omdat de bewezenverklaarde periode beperkter is dan in de bewezenverklaring van de officier van justitie, geeft dit aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht is, alles overwegende, van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de niet gedane aangiftes (omzet-, loonbelasting en de sociale premies) binnen een periode van 8 maanden alsnog worden ingediend, passend en geboden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht en  artikel 49 van de Algemene Landsverordening Landsbelasting, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">2 (twee) maanden; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">3 (drie) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de verdachte de niet gedane definitieve aangiftes (omzet-, loonbelasting en de sociale premies) over de jaren 2018 tot en met 2024 van [bedrijf] alsnog indient binnen 8 maanden na onherroepelijk worden van dit vonnis;</para>
    <para />
    <para> zolang de verdachte als zijnde directeur/bestuurder is van [bedrijf] hij erop toe zal zien dat de vennootschap tijdens de proeftijd de aan haar ingevolge de belastingwetten uitgereikte aangiftebiljetten tijdig zal indienen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.M. Leijten, bijgestaan door mr. M.S. Dip, (zittingsgriffier), en op 5 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>