<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-24T12:21:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202401055</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:96">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-24T10:26:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:96 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 13-01-2025 / CUR202401055</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:96:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gebruiksrecht opstal op huurgrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:96:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202401055</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 13 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres], </emphasis>
        <?linebreak?>verblijvend in [verblijfplaats],  <?linebreak?>eiseres, <?linebreak?>gemachtigde: mr. A.M. Perigault Monte,</para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde], </emphasis>
        <?linebreak?>verblijvend in [verblijfplaats], <?linebreak?>gedaagde, <?linebreak?>gemachtigde: mr. A.K. Kleinmoedig.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- <?linebreak?>het verzoekschrift van 26 maart 2024;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere producties van [eiseres] van 28 november 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 2 december 2024.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De te laat ingediende producties van [gedaagde] zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, buiten beschouwing gelaten (artikel 12 lid 3 Procesreglement).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft in 2019 een bedrag van NAf 36.000,- op de derdengeldrekening van oud-notaris Kleinmoedig gestort ten behoeve van de aankoop van het gebruiksrecht op de opstal op een perceel huurgrond te [adres 1] van de erfopvolgers van de huurder van die grond. Dit geld is inmiddels niet meer beschikbaar. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij vonnis van dit gerecht van 10 januari 2022 in zaak nr. CUR202102240 heeft het gerecht gedaagden in die procedure veroordeeld om “hun medewerking te verlenen aan de overdracht van de huurrechten op het perceel te [adres 1], kohiernummer [kohiernummer 1], registratienummer [registratienummer 1], 3e District, Domeinkaart XVII [kavel a] aan mevrouw [eiseres] en de daarvoor benodigde handelingen te verrichten en aktes te tekenen” en bepaald dat, voor het geval gedaagden hun medewerking tot overdracht van de huurrechten niet verlenen, dit vonnis in de plaats treedt van hun noodzakelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 3:300 BW. Zowel eisers als gedaagden in die procedure zijn erfopvolgers van de huurder van het perceel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.	[</nr>
      <para>eiseres] is begonnen met het opknappen en verbouwen van de opstal. [gedaagde] heeft [eiseres] daarvoor een bedrag van NAf 30.000,- geleend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In november 2022 zou [eiseres] het bedrag van NAf 36.000,- vanuit de derdengeldrekening van haar toenmalige gemachtigde aan een vertegenwoordiger van de erfopvolgers betalen. Deze betaling is niet doorgegaan, en uiteindelijk heeft [gedaagde] de betaling gedaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.	[</nr>
      <para>eiseres] heeft bij de dienst Domeinbeheer een verzoek ingediend om de huurrechten op het perceel aan haar over te dragen (nummer 2022019907). Ook [gedaagde] heeft, zo heeft hij ter zitting onweersproken verklaard, een zodanig verzoek bij Domeinbeheer ingediend. Op deze verzoeken is nog niet beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.	[</nr>
      <para>eiseres] verbleef in het verleden steeds een half jaar in Nederland en een half jaar in de opstal. Sinds november 2024 verblijft zij daar permanent. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en de standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <parablock>
        <para>eiseres] vordert dat het gerecht :</para>
        <para>“a. voor recht verklaart dat [gedaagde] de huurrechten en opstal bekend als [adres 1]  aan [eiseres] heeft geschonken;</para>
      </parablock>
      <para>b. bepaalt dat [gedaagde] zich niet binnen een straal van 100 meter van het adres [adres 1] mag begeven en [eiseres] machtigt om de sterke arm in te roepen;</para>
      <para>c. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar het bedrag voor de aankoop van de huurrechten en opstal heeft geschonken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] voert gemotiveerd verweer.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Zoals het Gemeenschappelijk Hof recent heeft overwogen (GHvJ 17 december 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:256) omvat de eigendom van grond mede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Er moet echter rekening worden gehouden met Curaçaose maatschappelijke opvattingen die meebrengen dat degene die grond van een ander (vooral, maar niet uitsluitend overheidsgrond) bebouwt in sommige gevallen een gebruiksrecht op de bebouwing verkrijgt dat derden (in beginsel) dienen te respecteren. De Curaçaose maatschappelijke opvattingen houden ook in dat een dergelijk gebruiksrecht in beginsel aan een ander kan worden verkocht en overgedragen en dat derden dan het gebruiksrecht van die ander (in beginsel) dienen te respecteren. Verder houden de Curaçaose maatschappelijke opvattingen in dat een dergelijk gebruiksrecht vatbaar is voor vererving. De overheid heeft als eigenaar van bebouwde overheidsgrond in veel gevallen op grond van deze maatschappelijke opvattingen aanvaard dat aldus een exclusief gebruiksrecht is overgegaan op een koper of een erfopvolger </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gerecht als civiele rechter kan niet vaststellen of de huurrechten aan [eiseres] toekomen, dan wel of [eiseres] een exclusief gebruiksrecht op de opstal heeft, dus een gebruiksrecht met werking tegenover iedereen. Wel kan het gerecht beoordelen of [eiseres], de maatschappelijke opvattingen (mede) in aanmerking genomen, een sterker gebruiksrecht heeft dan [gedaagde], zodat, in elk geval zolang het Land Curaçao (Domeinbeheer) niet anders heeft beslist op de aanvragen, [gedaagde] het gebruiksrecht van [eiseres] moet respecteren. In de vorderingen van [eiseres], mede in samenhang bezien, ligt besloten dat het gerecht een beslissing van die strekking geeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het meest verstrekkend verweer, dat [eiseres] geen belang heeft bij de vordering, omdat zij in Nederland woont, slaagt niet, reeds omdat [eiseres] ter zitting onweersproken heeft gesteld dat zij zich in Nederland heeft uitgeschreven en sinds 19 november 2024 woonachtig en ingeschreven is in Curaçao. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.	[</nr>
      <para>gedaagde] betwist dat het bedrag voor de koop van het gebruiksrecht op de opstal een schenking aan [eiseres] is geweest. Ter zitting is namens [gedaagde] in dit verband gesteld dat partijen ter zake die aankoop –  mondeling – een intentieovereenkomst hebben gesloten, waarbij partijen onder meer de intentie hebben uitgesproken om verder te onderzoeken op wiens naam dat recht moest worden gesteld. Onderdeel van die intentieovereenkomst was een geldleningsovereenkomst, waarbij [gedaagde] aan [eiseres] geld heeft geleend voor het opknappen van de opstal; eerst na terugbetaling van de geleende som, zou het gebruiksrecht op haar naam worden gesteld, aldus [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Voormelde stelling dat partijen een intentieovereenkomst hebben gesloten, welke stelling door [eiseres] gemotiveerd wordt betwist, vindt geen enkele steun in de overige stukken. Evenmin strookt deze stelling met de erkenning zijdens [gedaagde] ter zitting dat het bedrag voor de aankoop van het gebruiksrecht een – voorwaardelijke – schenking aan [eiseres] betrof. Deze stelling komt dan ook als onvoldoende onderbouwd niet vast te staan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Aldus is niet meer in geschil dat het een schenking betrof. Nog wel in geschil is of aan deze schenking voorwaarden waren verbonden, zoals [gedaagde] stelt en [eiseres] betwist. Het gerecht overweegt als volgt. [gedaagde] heeft niet nader toegelicht op welke wijze de gestelde overeengekomen voorwaarde, dat [eiseres] het geleende geld voor het opknappen van de opstal terug moest betalen, zou worden uitgevoerd. Niet duidelijk is gemaakt of dat betekent dat [eiseres] in dat geval ook het bedrag van NAf 36.000,- aan [gedaagde] terug moest betalen, hetgeen in geval van schenking van een geldbedrag voor de hand ligt, of dat partijen daar andere gevolgen aan hadden verbonden. Ook heeft [gedaagde] niets gesteld over een fatale termijn voor terugbetaling. Dit had wel op zijn weg gelegen, omdat, naar [eiseres] onweersproken heeft gesteld, partijen geruime tijd bezig zijn geweest, onder meer door middel van een gerechtelijke procedure, om het gebruiksrecht overgedragen te krijgen op naam van [eiseres]. Aldus heeft [gedaagde] niet gesteld dat partijen ten aanzien van voormelde aspecten van de gestelde voorwaarde, welke aspecten als essentialia zijn aan te merken, tot overeenstemming zijn gekomen. Voorts heeft [eiseres] onder verwijzing naar overgelegde mail- en whatsappcorrespondentie tussen partijen en derden met die strekking gemotiveerd gesteld dat het een onvoorwaardelijke schenking betrof. Onder deze omstandigheden komt de niet nader uitgewerkte stelling van [gedaagde] dat de schenking voorwaardelijk was niet vast te staan, waarbij het gerecht nog daar laat wat de consequentie zou zijn van het vast komen te staan van die stelling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Dit alles leidt het gerecht tot de slotsom dat, in het bijzonder gelet op hetgeen vast is komen te staan als tussen partijen overeengekomen, [eiseres] een sterker gebruiksrecht heeft op de opstal dan [gedaagde]. Daarmee behoeven de overige stellingen en weren, zoals wie uiteindelijk daadwerkelijk heeft betaald aan de erfopvolgers van de huurder, geen bespreking meer. Dat [eiseres] een sterker gebruiksrecht heeft op de opstal dan [gedaagde], brengt ook met zich dat [gedaagde] dit moet respecteren en om die reden bijvoorbeeld niet zonder toestemming van [eiseres] de opstal mag betreden. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen, met dien verstande dat dit alles heeft te gelden in elk geval zolang Domeinbeheer niet anders heeft beslist. Dit brengt mee dat [eiseres] geen belang heeft bij een beslissing op het gevorderde onder b.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, wordt [eiseres] veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450,- aan griffierecht, NAf 302,50 aan explootkosten en NAf 2.500,- (2 punten in Tarief 5) aan gemachtigdensalaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat [eiseres] een sterker recht op gebruik van de opstal te [adres 1] heeft dan [gedaagde] en dat [gedaagde] gehouden is dit recht van [eiseres] te respecteren, in elk geval zolang Domeinbeheer niet anders heeft beslist;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] van NAf 3.252,50; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth rechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>