<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T14:39:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202400691</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:82">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T14:38:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:82 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-01-2025 / CUR202400691</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:82:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tijdigheid inroepen nietigheid ontslag, dringende reden, overwijldheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:82:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Zaaknummer: CUR202400691</para>
    <para>
      <?linebreak?>Beschikking van 14 januari 2025</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van <?linebreak?><emphasis role="bold">[Verzoeker],</emphasis></para>
      <para>wonend in [woonplaats]<emphasis role="bold">, </emphasis></para>
      <para>verzoeker,  </para>
      <para>gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>--tegen--</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MARLOTTE B.V. (“SERAFINA”), </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>verweerster, </para>
      <para>gemachtigde: mr. K.D. Keizer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [verzoeker] en Serafina genoemd.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit:	</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking van 30 april 2024 (hierna: de tussenbeschikking);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mailberichten zijdens [verzoeker] van 18 en 26 november 2024, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van Serafina van 27 november 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de tussenbeschikking heeft het gerecht [verzoeker] in de gelegenheid gesteld bewijs bij te brengen van zijn stelling dat de brief van 9 augustus 2023, waarbij hij de nietigheid van het ontslag inroept, Serafina binnen de vervaltermijn heeft bereikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.	[</nr>
      <parablock>
        <para>verzoeker] heeft e-mailcorrespondentie overgelegd tussen een medewerker van de Directie Arbeid en de bestuurder van Serafina van </para>
        <para>13 en 15 september 2023. Uit die correspondentie, met als onderwerp “Ontslag brief [verzoeker]”, valt af te leiden dat het e-mailbericht vanuit de Directie Arbeid een vervolg is op een telefoongesprek tussen de desbetreffende medewerker en de bestuurder van Serafina van de dag ervoor, dat laatsgenoemde verzocht wordt om de ontslagbrief van [verzoeker] over te leggen, en dat hem uitgelegd wordt wat de vereisten voor een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet zijn. In antwoord daarop geeft de bestuurder te kennen dat hij de zaak overdraagt aan zijn advocaat, die met de zaak verder zal gaan. Naar het oordeel van het gerecht kon Serafina uit dit contact redelijkerwijs opmaken dat [verzoeker] het met het ontslag niet eens was en zich op de nietigheid daarvan beriep. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat volgens vaste rechtspraak aan de verklaring van een werknemer dat hij een beroep doet op de vernietigingsgrond geen vormvereisten en evenmin strenge inhoudelijke eisen worden gesteld. Dit leidt het gerecht tot de conclusie dat het beroep op de nietigheid van het ontslag tijdig is gedaan. Beantwoording van de vraag of de brief van 9 augustus 2023, die volgens de schriftelijke verklaring van de medewerker van SOAW per aangetekende post aan Serafina is verzonden ook is ontvangen, kan dan ook achterwege blijven. Vast is immers komen te staan dat Serafina, in elk geval ten tijde van voormelde e-mailcorrespondentie en dus binnen de vervaltermijn, redelijkerwijs had moeten begrijpen dat [verzoeker] de nietigheid van het ontslag had ingeroepen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Hiermee komt het gerecht toe aan beoordeling van de stelling van [verzoeker] dat het ontslag niet tijdig is gegeven en diens betwisting van de stelling van Serafina dat van een dringende reden sprake is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.	[</nr>
      <para>verzoeker] is op 19 juni 2023 op staande voet ontslagen. Dit ontslag is hem telefonisch medegedeeld, met als reden het ongewenst aanraken van een vrouwelijke collega (zie 2.2. tussenbeschikking). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">onverwijld?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7A:1615o lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Voor het antwoord op de vraag of een ontslag al dan niet onverwijld is geschied, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden voor dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Serafina heeft ter zitting onweersproken gesteld dat [verzoeker] met vakantie was gestuurd, omdat er vanwege de opgemerkte veranderde sfeer in de keuken het vermoeden bestond dat er daar wat aan de hand was. Gedurende de vakantie van [verzoeker] heeft de bestuurder van Serafina camerabeelden van de werkvloer bekeken. Daarop was te zien dat [verzoeker] een vrouwelijke collega bij haar geslachtsdelen heeft vastgepakt. Direct na het zien van deze beelden, is [verzoeker] op staande voet ontslagen, aldus nog altijd Serafina onweersproken. Onder deze omstandigheden acht het gerecht het ontslag op staande voet onverwijld gegeven, te weten direct nadat Serafina op de hoogte was geraakt van de gestelde dringende reden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">dringende reden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Een ontslag op staande voet is een uiterst middel dat slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. In artikel 7A: 1615p lid 1 BW is bepaald dat voor de werkgever als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens vaste rechtspraak moeten bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij dient niet alleen te worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, in de afweging worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zullen hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.	[</nr>
      <para>verzoeker] heeft de hem verweten gedragingen niet weersproken, hij plaatst deze alleen op een ander – eerder – moment. De juistheid van de verklaringen zijdens de bestuurder van Serafina over wat hij op de camerabeelden heeft waargenomen, en wanneer dit is geweest, de juistheid van de gedetailleerde videoverklaring van de desbetreffende vrouwelijke collega en de stelling van Serafina dat zij [verzoeker] in het verleden meerdere kansen heeft gegeven om zijn gedrag jegens zijn (voornamelijk vrouwelijke) collega’s te verbeteren, heeft [verzoeker] verder onweersproken gelaten. Naar het oordeel van het gerecht levert de gedraging, gelet op de aard en ernst daarvan, op zichzelf een dringende reden in vorenbedoelde zin op. Dit klemt te meer nu, zoals hiervoor is vermeld, Serafina onweersproken heeft gesteld dat [verzoeker] zich in het verleden al schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten richting vrouwelijke collega’s en dat hij meerdere kansen heeft gekregen om zijn gedrag te verbeteren. Wanneer de gedraging precies heeft plaatsgevonden, wat tussen partijen kennelijk in geschil is, kan in het midden blijven, omdat dit in dit verband niet relevant is, nu reeds vast is komen te staan dat het ontslag onverwijld is gegeven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Dit leidt het gerecht tot de slotsom dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De vorderingen van [verzoeker], die alle gegrond zijn op de nietigheid van het ontslag, komen dan ook voor afwijzing in aanmerking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Omdat [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Serafina worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 750 (de helft van NAf 1.500) aan gemachtigdensalaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van Serafina van NAf 750, te vermeerderen met NAf 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met NAf 150 in geval van betekening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald.</para>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>