<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:348</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T13:05:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202503832</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:348">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:348</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T12:54:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:348 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 03-11-2025 / CUR202503832</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:348:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dwangsom verbonden aan de nakoming van een ambtenarenuitspraak door het Land.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:348:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202503832</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding van 3 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiser], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>eiser, <?linebreak?>gemachtigde: mr. N.B. Louisa, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de openbare rechtspersoon<emphasis role="bold"> HET LAND CURAÇAO, </emphasis></para>
      <para>zetelend in Curaçao, <?linebreak?>gedaagde, <?linebreak?>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en het Land genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 17 september 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>eiser] is ambtenaar in dienst van het Land.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van 2 april 2025 met zaaknummers GAZ CUR202400432 en CUR202400620 heeft het gerecht het bezwaar tegen het landsbesluit van 14 november 2023, no. 23/2376, waarbij [eiser] werd aangesteld in de functie van senior Districtbeheerder (hierna: het landsbesluit), en het bezwaar tegen de ministeriële beschikking van 29 november 2023,                             no. 2023/034067, waarbij een maandelijkse toelage van 25% van zijn bezoldiging werd toegekend over de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 augustus 2023 (hierna: de beschikking), gegrond verklaard. Het Gerecht heeft het landsbesluit alsmede de beschikking vernietigd en de regering opgedragen binnen drie maanden na 2 april 2025 een nieuwe beslissing te nemen met betrekking tot zowel het landsbesluit als de beschikking. Aan deze uitspraak is geen gevolg gegeven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiser] vordert dat het gerecht het Land beveelt binnen vier weken na betekening van dit vonnis te voldoen aan de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken d.d. 2 april 2025 met zaaknummers CUR202400432 en CUR202400620, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 250 per dag dat zij in gebreke blijft, alsmede iedere andere maatregel treft die het gerecht geraden acht, en met veroordeling van het Land in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van [eiser] volgt uit de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt dat [eiser] in zijn vordering het Land te bevelen opnieuw te beslissen niet kan worden ontvangen. Dat bevel is immers al gegeven in de uitspraak van 2 april 2025 van het Gerecht in Ambtenarenzaken en geldt onverkort. In zoverre zal [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Wel kan de burgerlijke rechter een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken kracht bijzetten door daaraan een dwangsom te verbinden. Zie onder meer het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 1 maart 2016 (AR 73963/2015 – H 318/15, ECLI:NL:OGHACMB:2016:8).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het Land is niet in het geding verschenen en heeft zich dus niet tegen de vordering verweerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt dat [eiser] belang heeft bij zijn vordering een dwangsom te stellen op het binnen een bepaalde termijn inhoudelijk beschikken op zijn verzoek. Dit onderdeel van de vordering van [eiser] zal worden toegewezen als na te melden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat het Land (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt het Land veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 404,48 aan oproepingskosten en Cg 1.000 aan gemachtigdensalaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing in kort geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering het Land te bevelen binnen vier weken na vonnis datum opnieuw te beslissen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat het Land, indien het Land niet binnen vier weken na betekening van dit vonnis de beslissingen neemt waartoe het bij de uitspraak van 2 april 2025 is opgedragen, een dwangsom verbeurt van Cg 250 voor iedere dag dat die beslissingen uitblijven, met een maximum van Cg 20.000;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt het Land in de proceskosten van [eiser] van Cg 1.854,48;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door                      mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>