<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T13:05:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202503944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T12:50:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:347 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 03-11-2025 / CUR202503944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dwangsom verbonden aan de nakoming van een ambtenarenuitspraak door het Land.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202503944</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding van 3 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>eiser, <?linebreak?>procederend in persoon, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de openbare rechtspersoon<emphasis role="bold"> HET LAND CURAÇAO, </emphasis></para>
      <para>zetelend in Curaçao, <?linebreak?>gedaagde, <?linebreak?>gemachtigde: mr. A. Faria.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en het Land genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 26 september 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>eiser] was tot zijn pensioen per 1 juli 2024 werkzaam bij het Korps Politie Curaçao (KPC).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.	[</nr>
      <para>eiser] heeft bij brief van 20 januari 2023 de minister van Justitie verzocht hem te benoemen in de functie van hoofd Wijkbureau of in een gelijkwaardige functie in schaal 13p (hierna: het verzoek). Omdat een beschikking op het verzoek van [eiser] uitbleef, heeft hij op 23 mei 2023 daartegen bezwaar gemaakt. Het Gerecht in Ambtenarenzaken heeft de regering bij uitspraak van 6 november 2023 opgedragen om binnen 4 maanden alsnog een beslissing te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>eiser] heeft op 26 maart 2024 opnieuw bezwaar ingediend, nadat de minister had nagelaten een beslissing te nemen op zijn verzoek. Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken bepaald dat het Gerecht reeds in de uitspraak van 6 november 2023 een beslissing had genomen met betrekking tot de fictieve weigering, en dat het niet opnieuw een beslissing kan nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 17 september 2024 heeft [eiser] een beroepschrift ingediend bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 23 april 2025 met zaaknummer CUR2024H00222 heeft de Raad de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken met zaaknummer CUR202401050 bevestigd en het Land veroordeeld tot vergoeding van schade aan [eiser] van een bedrag van Cg 1.500. Aan deze uitspraak is geen gevolg gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiser] vordert dat het Gerecht het Land beveelt binnen twee weken na betekening van dit vonnis te beslissen op zijn verzoek, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 7.500 per dag of gedeelte daarvan, indien het Land in gebreke blijft dit bevel na te komen, met een maximum van Cg 75.000, te betalen binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, en met veroordeling van het Land in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van [eiser] volgt uit de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt dat [eiser] in zijn vordering het Land te bevelen inhoudelijk te beschikken op zijn verzoek niet kan worden ontvangen. Dat bevel is immers al gegeven in de uitspraak van 6 november 2023 van het Gerecht in Ambtenarenzaken en geldt onverkort. In zoverre zal [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Wel kan de burgerlijke rechter een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken kracht bijzetten door daaraan een dwangsom te verbinden. Zie onder meer het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 1 maart 2016 (AR 73963/2015 – H 318/15, ECLI:NL:OGHACMB:2016:8).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het Land heeft, bij monde van haar gemachtigde gemotiveerd verweer gevoerd tegen de hoogte van de dwangsom en het maximum bedrag daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt dat [eiser] belang heeft bij zijn vordering een dwangsom te stellen op het binnen een bepaalde termijn inhoudelijk beschikken op zijn verzoek. Dit onderdeel van de vordering van [eiser] zal worden toegewezen als na te melden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat het Land (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt het Land veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 392,50 aan oproepingskosten. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing in kort geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering het Land te bevelen binnen vier weken na vonnis datum inhoudelijk te beschikken op zijn verzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat het Land, indien het Land niet binnen vier weken na betekening van dit vonnis een beslissing neemt op het verzoek van [eiser] zoals omschreven in rechtsoverweging 2.2. van dit vonnis, een dwangsom verbeurt van Cg 250 voor iedere dag dat de beschikking uitblijft, met een maximum van             Cg 20.000;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt het Land in de proceskosten van [eiser] van Cg 842,50;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door                      mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>