<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-15T12:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202403995</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2026-0261</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:345">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-09T10:19:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:345 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 28-04-2025 / CUR202403995</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:345:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bodemzaak. Verkeersongeval. Verjaring. Aansprakelijkheid. Hoogte schadevergoeding. Gederfde inkomsten. Schatting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:345:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202403995</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 28 april 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A. Koendjbiharie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ASKA SCHADEVERZEKERING N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en S.M.A. Gonzales. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser], Aska en [gedaagde 2] (gedaagden gezamenlijk: Aska c.s.) genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend verzoekschrift met producties d.d. 24 oktober 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling gehouden op 17 maart 2025, alwaar [eiser] in persoon is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Namens Aska is [legal counsel] (Legal Counsel) verschenen, bijgestaan door de gemachtigden voornoemd. [gedaagde 2] is vertegenwoordigd door de gemachtigden voornoemd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het ter zitting door [eiser] ingediende “preliminaire verweer” met productie.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 9 februari 2019 is er op [adres] een verkeersongeval gebeurd waarbij de voertuigen van [eiser] en [gedaagde 2] betrokken waren. [gedaagde 2] is ingevolge de Landsverordening Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (hierna: LAM) verzekerd bij Aska. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zowel [gedaagde 2] als Aska hebben de aansprakelijkheid voor de schade ten gevolge van het ongeval erkend. Aska heeft [eiser] in 2020 uitbetaald een bedrag van Cg 3.247,- voor de schade aan zijn voertuig en een bedrag van Cg 6.000,- aan gederfde inkomsten, bestaande uit 4 maanden minimumloon van Cg 1.500 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 11 juli 2019 heeft de fysiotherapeut van [eiser], M.M. van Wilgen, voor zover hier relevant, het volgende in zijn Fysiotherapeutische werkdiagnose en behandelplan verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Diagnose verwijzer: Cervicale klachten agv auto ongeval/Whiplash</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Status Praesens:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De patiënt heeft nog veel last van zijn CWK aan de belastbaarheid moet nog gewerkt worden.  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast heeft de patiënt af en toe last van zijn lage rug en beperkt de patiënt in ADL/werkactiviteiten. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Samenvattend onderzoek: </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hypertonie nek schouder musculatuur (M Trapezius, M Scalenus)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mobileit CWK: zowel actief/passief beperkt /pijnlijk in alle richtingen vooral rotatie re en extensie </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitstraling re&gt;li continu, lage belastbaarheid nek/schouder musculatuur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Fysiotherapeutische werkdiagnose:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Discopathie C5-C7, Chronische restklachten Whiplash en af toe lage rugklachten en uitstraling </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lage belastbaarheid CWK/LWK (…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 21 september 2020 heeft Aska, voor zover hier relevant,  het volgende aan de gemachtigde van [eiser] bericht: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ Wij hebben uw cliënt gecompenseerd op basis van het minimumloon, omdat hij wel kon aantonen dat hij werkte, maar niet kon aantonen wat hij precies verdiende. Hij weigerde ons te voorzien van verdere informatie en stelde slechts dat hij verschillende jobs had en in 1 maand NAf. 56.000,- had misgelopen. Om over te gaan tot betaling van een bepaald bedrag, moet dat bedrag ook worden aangetoond. Vooralsnog ontbreekt informatie. Uw cliënt stelt verder dat hij 5 maanden A.O. zou zijn (en dus NAf. 280.000,- is misgelopen), maar er is geen enkele onderbouwing van een specialist hierover. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Rapport</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[belanghebbende 1] van Haan Estate Agency is Estate Agent en Real estate Surveyor. [belanghebbende 1] heeft een rapport geschreven over uw cliënt. Hij wordt als een toegewijd werker omschreven, werkt netjes, correct en alleen. Hij voert projecten uit voor mensen die hij eerder bediende en ook herstelwerkzaamheden. Volgens [belanghebbende 1] maakt uw cliënt realistische en marktconforme offertes. Helaas staat er niets in zijn rapport over het inkomen van uw cliënt, terwijl dat juist het belangrijkste punt is. Er wordt door [belanghebbende 1] geen enkel bedrag genoemd. Er wordt ook niets omschreven dat aantoont wat het gemiddelde maandelijks inkomen is. Dit vinden wij erg jammer, aangezien wij hier meerdere malen om hebben verzocht. De offertes zijn immers geen betalingsbewijzen van al het werk uw cliënt heeft verricht.   </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Verlies van arbeid </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dr. Cabenda heeft naar aanleiding van hetgeen u mij heeft gestuurd, aangegeven als A.O. periode aan te houden 20 februari 2019 t/m/ 3 mei 2019. Ik heb geen rapporten meer van hem ontvangen, omdat hij heeft aangegeven dat het rapport van de chiropractor geen toegevoegde waarde heeft. Hij ziet geen reden om van het eerder ingenomen standpunt af te wijken. In die periode stelt uw cliënt verschillende jobs te hebben misgelopen van elk NAf. 7.000,-. Er is geen enkele onderbouwing van en dus ook niet vast te stellen of daar belasting van is ingehouden. Kunt u hiervoor zorgdragen? Wij zien slechts 2 betalingsbewijzen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat wordt gesteld, wordt helaas niet bewezen. Met betrekking tot het verlies van arbeidsvermogen worden bedragen en aantallen genoemd, maar die worden niet onderbouwd. Ook is het onmogelijk om cumulatief alle werkzaamheden naast elkaar uit te voeren, waardoor er keuzes gemaakt hadden moeten worden. Dat zou leiden tot een lager totaal. Bovendien zijn er geen belastingafdrachten of andere (wettelijk verplichte) afdrachten van kosten meegenomen. Voor het krijgen van werk moeten ten laatste goede en kwade kansen in acht worden genomen. In dit geval gaat het alleen om goede kansen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Vervolg     </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij begrijpen dat uw cliënt geen salarisstroken heeft, maar kunt u aub iets overleggen waaruit exact blijkt wat zijn verlies van arbeid is? Wij hebben niets van u ontvangen en u geeft steeds aan dat uw cliënt ons al voldoende heeft geïnformeerd. Om uw cliënt verder te compenseren, zouden wij graag de schade onderbouwd zien, zodat wij daartoe over kunnen gaan. Als er een behoorlijk fors bedrag wordt geëist, zal dat toch wel aangetoond kunnen worden? Zijn belastingaanslagen lenen zich het beste hiervoor, maar we kunnen ook verder met zijn bankoverzichten.(…)”    </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 6 oktober 2020 heeft de gemachtigde van [eiser], voor zover hier relevant, als volgt daarop gereageerd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ Uw email heb ik met cliënt doorgenomen. Cliënt geeft aan dat hetgeen u thans alweer verzoekt, hij reeds naar u heeft toegestuurd. Het zijn dezelfde stukken die u reeds heeft ontvangen en daarvoor heeft getekend. Nog steeds heeft u mij het rapport van dr. Cabenda niet toegestuurd dat u mij beloofd had. Cliënt heeft mij verzocht om verder juridische stappen te ondernemen. “  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiser] heeft Aska bij brief van 20 maart 2024 aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden materiële- en immateriële schade en gesommeerd om tot betaling daarvan over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Aska heeft niet aan de sommatie van de gemachtigde van [eiser] voldaan.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiser] vordert dat het gerecht, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Aska c.s. hoofdelijk zal veroordelen om aan [eiser] te betalen het bedrag van totaal Cg 281.500,- zijnde materiële en immateriële schade die [eiser] opgelopen heeft als gevolg van de aanrijding; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Aska c.s. zal veroordelen om het bedrag van Cg 1.635,- aan [eiser] te betalen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Aska c.s. hoofdelijk te veroordelen in  de kosten van deze procedure.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>eiser] legt – kort samengevat – aan zijn vorderingen ten grondslag dat Aska c.s. aansprakelijk zijn voor de door [eiser] geleden materiële en immateriële schade, voortvloeiende uit het hem overkomen verkeersongeval van 9 februari 2019.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Aska c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd en hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] althans afwijzing van zijn vorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek [eiser]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gerecht heeft tijdens de mondelinge behandeling een beslissing genomen op het verzoek van [eiser] om mrs. A.C. van Hoof en S.M.A. Gonzales niet als gemachtigden in deze procedure toe te laten. Het gerecht heeft het verzoek afgewezen op de grond dat de enkele omstandigheid dat de gemachtigden [eiser] in een eerdere zaak met andere partijen hebben vertegenwoordigd niet maakt dat er sprake is van een zodanige belangenverstrengeling dat zij in deze procedure niet als gemachtigden van Aska c.s. kunnen optreden.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verjaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer van Aska c.s. is dat de vordering van [eiser] is verjaard. Zij voeren daarbij aan dat omdat de laatste correspondentie tussen partijen op 6 oktober 2020 is geweest en er daarna geen stuitingshandelingen hebben plaatsgevonden, de vordering op grond van artikel 9 lid 1 LAM op 7 oktober 2023 is verjaard. Nu [eiser] deze procedure pas op 24 oktober 2024 heeft aanhangig heeft gemaakt, moet hij volgens Aska c.s. niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.	[</nr>
      <para>eiser] betwist dat er sprake is van verjaring. Ter onderbouwing daarvan heeft [eiser] aangevoerd dat Aska c.s. beaamd hebben dat [gedaagde 2] de veroorzaker is van het ongeval en Aska de schade aan het voertuig en ook nog een deel van de gederfde inkomsten heeft vergoed. Volgens [eiser] hebben partijen de onderhandelingen betreffende de resterende schade nimmer afgebroken. Verder heeft [eiser] nimmer een deurwaardersexploot of aangetekende brief van Aska ter zake ontvangen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt als volgt. In een reeks van arresten heeft het BeneluxGerechtshof (9 juli 1981, NJ 1982, 253; 5 juli 1985, NJ 1986/2, m.nt. G; 20 oktober 1989, NJ 1990/660 m.nt. CJHB) zich uitgelaten over de strekking van de werking van de (Nederlandse) equivalente bepaling, art. 10 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). Op basis van deze arresten is bepalend dát onderhandelingen plaatsvonden en dat een verzekeraar ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven die af te breken. Alleen indien de verzekeraar op een schademelding van de benadeelde in het geheel niet reageert of daarop ondubbelzinnig in volstrekt afwijzende zin aan de benadeelde bericht, dient de laatste binnen drie jaar na het ongeval tegen de verzekeraar een rechtsvordering tot vergoeding van de geleden schade in te stellen, wil hij zijn eigen recht ex art. 6 WAM jegens de verzekeraar niet verspelen. Elke andere reactie van de WAM-verzekeraar heeft tot gevolg, dat de verjaringstermijn ex art. 10, eerste lid wordt gestuit en dat een nieuwe termijn van drie jaar eerst begint te lopen vanaf het moment waarop de verzekeraar aan de benadeelde op de in art. 10, derde lid aangegeven wijze kennis heeft gegeven, dat hij de onderhandelingen afbreekt. De Curaçaose regeling wijkt inhoudelijk niet af van deze Nederlandse bepaling. Ook daarin is opgenomen dat de verjaring door onderhandelingen tussen partijen wordt gestuit en dat: “<emphasis role="italic">Een nieuwe termijn van drie jaar begint te lopen, te rekenen van het ogenblik waarop een van de partijen bij deurwaardersexploot of aangetekende brief aan de andere partij heeft kennisgegeven dat zij de onderhandelingen afbreekt” </emphasis>(vergelijk: ECLI:NL:OGEAA:2017:194). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>In het onderhavige geschil heeft Aska zich niet op het standpunt gesteld dat zij niet tot (verdere) schadevergoeding is gehouden én dat zij dit op de in art. 9 lid 3 LAM voorgeschreven wijze aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt. Er is slechts sprake geweest van een langdurig stilzitten aan de zijde van [eiser]. Het enkele feit dat het wellicht langer dan drie jaren heeft geduurd voordat [eiser] (opnieuw) in actie is gekomen is echter onvoldoende om te kunnen concluderen tot verjaring. (Hierbij wijst het Gerecht erop dat in de uitspraak die leidde tot BenGH 5 juli 1985 de benadeelde vier jaren liet verstrijken voordat hij reageerde op een brief van de verzekeraar.) Indien een verzekeraar de verjaringstermijn een aanvang wil doen nemen, dient zij dit te doen door de onderhandelingen af te breken en zulks expliciet op de voorgeschreven wijze mee te delen. Nu Aska dit niet heeft gedaan, is de vordering van [eiser] niet verjaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aansprakelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Aska c.s. hebben de aansprakelijkheid voor de schade van [eiser] ten gevolge van het hiervoor vermelde verkeersongeval erkend. Nu de aansprakelijkheid door Aska c.s. is erkend, spitst het geschil zich toe op de afwikkeling van de schade die [eiser] stelt te hebben als gevolg van het ongeval.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gederfde inkomsten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.	[</nr>
      <para>eiser] heeft gesteld dat zijn materiële schade, zijnde inkomstenderving, een totaalbedrag van Cg 280.000,- bedraagt. Volgens [eiser] verdiende hij een bedrag van Cg 56.000,- per maand en hij is vanaf 9 februari 2019 tot en met 9 juli 2019, zijnde vijf maanden lang, arbeidsongeschikt geweest. [eiser] heeft deze bedragen onderbouwd met schriftelijke verklaringen van klanten die hebben verklaard dat hij werkzaamheden voor hen heeft verricht en welke bedragen aan [eiser] werden uitbetaald. De door [eiser] gestelde inkomsten worden verder ondersteund door het door hem overgelegde rapport van Haan Estate Agency ter zake de door [eiser] verrichte werkzaamheden, aldus [eiser]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Aska c.s. zijn het daar niet mee eens. Aska c.s. zijn van mening dat [eiser] onvoldoende bewijs heeft geleverd van de inkomsten die hij in de voormelde periode zou hebben ontvangen. Volgens Aska c.s. hebben zij [eiser] herhaaldelijk verzocht om documenten zoals bankoverzichten, belastingaangiften, loonbelastingkaarten, verzamelloonstaten dan wel correcte belastingaanslagen over te leggen maar is daar door [eiser] geen gehoor aan gegeven. Naar de mening van Aska c.s. geven de door [eiser] overgelegde verklaringen verder (als die al juist zouden zijn, hetgeen Aska c.s. betwisten) geen duidelijkheid over het maandinkomen van [eiser], laat staan dat ze bevestigen dat zijn maandinkomen  Cg 56.000,- bedraagt. Uit die verklaringen blijkt enkel dat twee beweerdelijke klanten respectievelijk Cg 6.850,- en Cg 9.925,- aan [eiser] zouden hebben betaald. Hieruit blijkt geen uurloon, noch de periode waarover zijn beweerdelijke werkzaamheden zouden zijn uitgevoerd. Verder menen Aska c.s. dat de als bijlage in het rapport opgenomen offertes evenmin helderheid geven over de vraag of de beweerdelijke offertes zijn uitgebracht, laat staan of ze zouden zijn geaccepteerd en/of hoeveel deze beweerdelijke klanten daadwerkelijk aan [eiser] zouden hebben betaald en voor welke diensten. Het feit dat [eiser] consequent weigert om dit enorme bedrag van Cg 56.000 per maand met objectieve bewijsstukken te onderbouwen, maakt dat zijn beweringen volstrekt ongeloofwaardig overkomen, aldus Aska c.s. Volgens Aska c.s. dient de vordering van [eiser] tot vergoeding van gederfde inkomsten reeds daarom te worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vindt de begroting van schade plaats op de wijze die het meest met de aard van de schade in overeenstemming is en wordt de omvang van de schade geschat als die omvang niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Het gerecht heeft daarbij een grote mate van vrijheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Voor wat betreft de omvang van de schade is vaste rechtspraak dat aan de stelplicht van de benadeelde geen hoge eisen mogen worden gesteld. De benadeelde behoeft enkel feiten te stellen waaruit kan worden afgeleid dat hij schade heeft geleden. Dat heeft [eiser] in dit geval gedaan. [eiser] heeft gesteld dat hij als gevolg van zijn arbeidsongeschiktheid niet langer als zelfstandig aannemer inkomsten ontving. Inkomsten die hij anders wel had ontvangen. Daarmee is voldoende aannemelijk dat [eiser] als gevolg van het onrechtmatig handelen van de verzekerde van Aska, schade in de vorm van gederfde inkomsten heeft geleden. Dit is bovendien niet door Aska c.s. weersproken. Gelet hierop, is het gerecht vervolgens gehouden om de omvang van de gederfde inkomsten te begroten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Het gerecht ziet in dit geval aanleiding om de gederfde inkomsten van [eiser] op grond van artikel 6:97 BW te schatten. Het gerecht komt daartoe, omdat het de schade aan de hand van de door [eiser] overgelegde stukken weliswaar niet nauwkeurig kan vaststellen, maar van de zijde van Aska c.s. niet gemotiveerd is weersproken dat [eiser] als zelfstandig aannemer een gemiddeld maandinkomen had van (ruim) boven het minimumloon. Het gerecht overweegt in dit verband verder als volgt. Uit de door [eiser] overgelegde verklaringen kan enkel worden opgemaakt dat hij steeds tussen de Cg 6.000,- en Cg 9.000 aan omzet per opdracht heeft ontvangen. Voor het bepalen van de door hem geleden schade als gevolg van verlies van verdienvermogen is evenwel niet zijn omzet bepalend maar welk inkomen [eiser] na het doorlopen van het fiscale traject en na aftrek van kosten als netto inkomen heeft overgehouden. Aan de hand van de door [eiser] overgelegde stukken kan dit evenwel niet nauwkeurig worden vastgesteld. Van hem had mogen worden verwacht dat hij ten minste zijn jaarcijfers, belastingaanslagen of belastingaangiften zou overleggen. Dat heeft hij nagelaten. Over de regelmaat van de opdrachten valt uit die verklaringen voorts weinig af te leiden, maar het gerecht gaat, mede op basis van het rapport van Haan Estate Agency en de stellingen van [eiser] ter zake, ervanuit dat [eiser] minimaal 1 à 2 opdrachten per maand zou hebben gehad. Aan de hand van voormelde stukken acht het gerecht het dan ook aannemelijk dat [eiser] in die periode een gemiddeld netto maandinkomen van Cg 5.000,- zou hebben gehad. Uit de door [eiser] overgelegde verklaringen van dr. M. de Vos van Sentro Mediko Muizenberg blijkt voorts dat [eiser] van 9 februari tot 8 juli 2019 arbeidsongeschikt is geweest. Dat alles brengt met zich dat het gerecht de gederfde inkomsten van [eiser] als gevolg van het verkeersongeval schat op een bedrag van (5 x Cg 5.000,-) Cg 25.000,-. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.	[</nr>
      <para>eiser] maakt verder aanspraak op een bedrag van Cg 7.500,- aan immateriële schade. Ter onderbouwing daarvan heeft hij gesteld dat hij door het verkeersongeval whiplashlaesie heeft opgelopen. Dit blijkt volgens [eiser] uit het feit dat hij meerdere malen door een fysiotherapeut voor zijn aanhoudende pijnklachten moest worden behandeld. Verder heeft hij ter onderbouwing hiervan ook een X-Ray rapportage van een chiropractor en een werkdiagnose en behandelplan van zijn fysiotherapeut overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Aska c.s. betwisten dat deze schadepost toegeschreven kan worden aan het verkeersongeval. Naar de mening van Aska c.s. heeft [eiser] het causaal verband tussen het ongeval en de hiervoor genoemde whiplash klachten onvoldoende onderbouwd. Een bezoek aan de chiropractor en de overgelegde arbeidsongeschiktheidsverklaringen zijn volgens Aska c.s. onvoldoende om dit causaal verband aan te tonen. De behandeling door de chiropractor is gebaseerd op de klachten van de patiënt, maar biedt op zichzelf geen bewijs dat deze klachten direct het gevolg zijn van het ongeval, aldus Aska c.s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Het gerecht acht het, anders dan Aska c.s., voldoende aannemelijk dat [eiser] immateriële schade heeft geleden. Hij is betrokken geweest bij een verkeersongeval waarbij zijn voertuig “total loss” is verklaard. Uit de overgelegde fysiotherapeutische werkdiagnose en het behandelplan kan verder worden opgemaakt dat [eiser] relatief kort na het ongeval last had van zijn cervicale wervelkolom en af en toe last had van zijn lage rug. Hij is gediagnostiseerd met chronische restklachten whiplash en af en toe lage rugklachten. Het gerecht begroot, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval en de bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend, de naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade dan ook op een bedrag van Cg 3.000,-. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overige schadeposten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Ten slotte heeft [eiser] aanspraak gemaakt op vergoeding van een aantal andere kosten die hij heeft moeten maken om zijn schade te kunnen verhalen. Hij heeft een bedrag van Cg 300,- aan buitengerechtelijke (advocaten)kosten gemaakt. Verder heeft hij transportkosten van Cg 410,- moeten maken gedurende de reparatieperiode van zijn auto. Hij heeft Cg 850,- betaald voor het financieel rapport van Haan Estate Agency en hij heeft Cg 75,- betaald voor de intake bij Posture Ray. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Het gerecht zal de buitengerechtelijke advocatenkosten afwijzen omdat deze geacht worden te zijn inbegrepen bij de proceskostenveroordeling. Voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten daarnaast (conform artikel 6:69 lid 2 BW) heeft [eiser] onvoldoende aangevoerd. De transportkosten van Cg 410,- zullen, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Aska c.s., als onvoldoende nader onderbouwd worden afgewezen. De kosten voor het rapport van [belanghebbende 1] van Cg 850,- en de intake bij Posture Ray van Cg 75,- zullen als niet weersproken door het gerecht worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Totale schade </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de totale schade van [eiser] die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden wordt vastgesteld op Cg 28.925,-. [eiser] heeft als voorschot al Cg 6.000 ontvangen van Aska. Aska c.s. zullen dus nog een bedrag van Cg 22.925,- aan [eiser] moeten vergoeden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <parablock>
        <para>Aska c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden tot op heden begroot op: </para>
        <para>explootkosten 	Cg    662,90</para>
        <para>griffierecht 		Cg 2.820,00</para>
        <para>salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">Cg 3.000,00  (2 x tarief 6)   +</emphasis></para>
        <para>totaal: 			Cg 6.482,90</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt Aska c.s. hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Cg 22.925;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Aska c.s. hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten van [eiser] van Cg 6.482,90;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 28 april 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>