<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:48:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">500.00171/23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:46:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:249 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 06-06-2025 / 500.00171/23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wildwest achtervolging in woonwijk. Politieambtenaar schiet twee keer gericht op wegvluchtende 17-jarige (vermoedelijke) autodief om hem tot stoppen te dwingen. Wel letsel, geen zwaar lichamelijk letsel. De verdachte heeft niet gehandeld ter uitvoering van een wettelijk voorschrift. Geen (putatief) noodweer(exces) of psychische overmacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 500.00171/23</title>
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 6 juni 2025	</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[Verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [1968] te [Land], </para>
      <para>wonende op [het adres] in [Land].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. van der Zee en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw </para>
      <para>mr. M.C. Vaders, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – tenlastegelegd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair </para>
      <para>dat hij, als politieambtenaar, op of omstreeks 18 december 2021, althans de maand december 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten schotverwondingen aan rechterhand en/of linkerschouder, en/of linkerarm, en/of linkerdijbeen, heeft toegebracht, door deze opzettelijk een of meerdere kogels met zijn dienstvuurwapen in de richting van het bovenlichaam en/of onderlichaam van die [slachtoffer 1] heeft afgelost;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair </para>
      <para>dat hij, als politieambtenaar, op of omstreeks 18 december 2021, althans de maand december 2023 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meerdere kogels met zijn dienstwapen in de richting van het hoofd, en/of rug, althans borst en/of armen en/of benen, althans lichaam van die [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
      <para>Meer subsidiair </para>
      <para>dat hij, als politieambtenaar, op of omstreeks 18 december 2021, althans de maand december 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend </para>
      <para>en met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening 1931, te weten een dienstvuurwapen, </para>
      <para>[slachtoffer 1] opzettelijk meerderen keren met dat dienstvuurwapen heeft geschoten tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Slachtoffer 1] is op 18 december 2021 door de politie beschoten en hij heeft ten gevolge daarvan (schot)verwondingen opgelopen. Hij is hiervoor op 18 december 2021 behandeld in het Curaçao Medisch Centrum en hij is op 20 december 2021 met pijnstilling uit het ziekenhuis ontslagen. </para>
      <para>In de geneeskundige verklaringen worden (schot)verwondingen omschreven aan zijn linkerarm, linker schouderblad, linkerbeen en aan zijn rechterhand. Blijkens deze verklaringen was er geen uitwendig bloedverlies, noch een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel. Er was medisch ingrijpen nodig, in die zin dat de rechterhand van [slachtoffer 1] in het gips is gezet (er was sprake van een comminutieve fractuur met enkele losse botfragmenten waarvoor de rechterhand is gespalkt). Uit de medische informatie blijkt niet van een behandeling langer dan zes weken, noch van blijvend letsel.<footnote-ref linkend="_0deb9e83-edb6-45b3-8e9f-a04d485b75fc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat de omschreven verwondingen weliswaar ernstig zijn, maar dat zij, gelet op de aard van de letsels, de benodigde medische behandeling en de herstelperiode, niet kunnen worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 1:200 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorengaande is het Gerecht dan ook van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Op 18 december 2021 heeft een achtervolging plaatsgevonden van de inzittenden van een donkerblauwe Kia met [kentekennummer] (hierna: de Kia) door een politieauto. Al tijdens de achtervolging zijn er schoten gelost uit de politieauto. De achtervolging is geëindigd in de wijk Wishi. Bij de aanhouding van de inzittenden van de Kia zijn opnieuw schoten gelost, ten gevolge waarvan de 17-jarige [slachtoffer 1] gewond is geraakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De verklaringen van de verbalisanten</emphasis>
      </para>
      <para>De verbalisanten [verbalisant 1]<footnote-ref linkend="_78f3f04a-11cf-44ec-a73d-8b40f98047e3" /> (aspirant agent), [verbalisant 2]<footnote-ref linkend="_8260de11-dc6d-4889-b0d3-4975f4ef13eb" /> (brigadier en waarnemend mentor) en de verdachte<footnote-ref linkend="_6fef20ba-daaa-475e-a3bb-ee2aba0ff1cc" /> (aspirant agent) zijn naar aanleiding van voornoemd incident gehoord. Uit hun verklaringen, bezien in samenhang met het door hen opgemaakte proces-verbaal van aanhouding<footnote-ref linkend="_469ddd1e-aad4-4742-8038-13e79009e607" />, kan worden afgeleid dat zij op 18 december 2021 nachtdienst hadden en dat zij omstreeks 02:00 uur reageerden zij op een melding van de Centrale Kamer over een autodiefstal bij het pompstation “Scheidelaar” te Curaçao. Daar aangekomen zagen zij dat vier personen een Kia aan het duwen waren. Zij zagen dat die personen in die auto stapten en wegreden. Zij zagen dat de bestuurder van de Kia de verlichting doofde en met hoge snelheid, via de weg bestemd voor het verkeer uit de tegengestelde richting, wegreed. De verbalisanten hebben met gebruikmaking van het zwaailicht en de sirene direct de achtervolging ingezet. </para>
      <para>Tijdens de achtervolging heeft de verdachte, volgens zijn eigen verklaring, eerst een waarschuwingsschot afgevuurd, en later een gericht schot op het rechterwiel van de Kia. Dit blijkt ook uit de verklaring van [verbalisant 1]. [verbalisant 2] heeft blijkens zijn verklaring tijdens de achtervolging een schot gehoord. Hij heeft verklaard dat hij tijdens de achtervolging erg gefocust was op de Kia omdat het hard regende, donker was en omdat hij zich angstig en onveilig voelde.   </para>
      <para>De Kia is uiteindelijk in de woonwijk Wishi ter hoogte van perceel 215 tot stilstand gekomen. De verbalisanten zagen dat vijf inzittenden uit de Kia stapten en dat zij zich uit de voeten probeerden te maken. </para>
      <para>Daarop hebben zij verschillende keren “Stop, … Polis Para” geroepen. [verbalisant 2] heeft twee schoten afgevuurd in de richting van de linker zijspiegel van de Kia, terwijl de verdachte, zoals hij zelf heeft verklaard, twee schoten heeft afgevuurd in de richting van de wegvluchtende [slachtoffer 1], die daardoor werd geraakt en door zijn knieën zakte.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verbalisanten hebben uiteindelijk vier personen aangehouden, te weten: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>[betrokkene 1]</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>[betrokkene 2] </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>[betrokkene 3] en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gewonde [slachtoffer 1]. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De verklaringen van de inzittenden van de Kia </emphasis>
      </para>
      <para>Ook de inzittenden van de Kia zijn door de politie gehoord, als verdachte en/of als aangever en/of als getuige.<footnote-ref linkend="_54e68455-178b-4d08-a3ee-e268ce03135b" /> Het Gerecht constateert dat hetgeen de verbalisanten hebben verklaard goeddeels overeenkomt met hetgeen de inzittenden van de Kia hebben verklaard. Uit hun verklaringen, in onderling verband en samenhang bezien, kan worden afgeleid dat zij in de nacht van 17 op 18 december 2021 met in totaal vijf personen in de Kia hebben rondgereden. Volgens [betrokkene 1], de bestuurder van de Kia, bevonden zij zich op een gegeven moment bij het pompstation Scheidelaar, alwaar twee inzittenden van de Kia een ruit van een daar geparkeerde auto hebben ingeslagen. Toen een of meer van hen een politieauto zagen aankomen, zijn die personen weer in de Kia gaan zitten en zijn zij hard weggereden. [Slachtoffer 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] lagen, volgens hun eigen verklaringen, in de Kia te slapen. Zij werden pas wakker tijdens de achtervolging. Ieder van hen heeft de sirenes en zwaailichten van de politieauto gehoord en gezien. Ook hebben zij gehoord dat de politie, tijdens de  achtervolging schoten heeft afgevuurd. [Betrokkene] heeft de auto uiteindelijk in de wijk Wishi tot stilstand gebracht, waarna de vijf inzittenden zijn uitgestapt. Drie van hen hebben zich direct overgegeven, [slachtoffer 1] en een andere inzittende probeerden te voet te vluchten. [slachtoffer 1] is daarbij door de politie neergeschoten. Die ander is ontkomen.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoe vaak is er na de achtervolging geschoten  </emphasis>
      </para>
      <para>Verschil van inzicht bestaat vooral over de vraag hoe vaak de politie na de achtervolging nog (op [slachtoffer 1]) heeft geschoten. </para>
      <para>Volgens [slachtoffer 1] is er op hem geschoten toen de auto stilstond, toen hij wegrende en ook nog toen hij al op de grond lag. Volgens hem is hij door vijf of zes politiekogels geraakt. [Betrokkene 1] heeft het over zeven of acht schoten nadat de Kia tot stilstand was gekomen. Dit verhoudt zich niet met hetgeen [verbalisant 2] en de verdachte hierover hebben verklaard, te weten dat zij, nadat de Kia en de politieauto tot stilstand waren gekomen, ieder twee kogels hebben afgevuurd.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de technische recherche onderzoek heeft verricht aan de wapens van [verbalisant 2] en de verdachte.<footnote-ref linkend="_28ea50ba-806d-4d69-bff6-491a4caf819c" />. In het wapen van [verbalisant 2] (een Glock 17 met nummer KPC) werd één patroon aangetroffen in de kamer en veertien kogels in de patroonhouder. De andere patroonhouder bevatte zeventien kogels. Gelet op het feit dat een patroonhouder (maximaal) 17 patronen bevat, ontbraken aldus uit zijn wapen twee kogels. </para>
      <para>In het wapen van de verdachte (een Glock 17 met nummer) werden dertien kogels aangetroffen in de ene patroonhouder en zeventien kogels in de andere patroonhouder. Gelet op het feit dat een patroonhouder (maximaal) 17 patronen bevat, ontbraken uit zijn wapen aldus vier kogels. </para>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat voornoemde bevindingen naadloos aansluiten bij hetgeen de verbalisanten ter zake hebben verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht merkt verder op dat er geen aanwijzingen zijn dat er toen aldaar veel meer dan vier kogels zijn afgevuurd. Omwonenden, die als getuigen zijn gehoord, hebben het maximaal over vier schoten.<footnote-ref linkend="_1d0b2ada-31d0-44ea-b092-845b95bf6228" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook het forensische onderzoek ter plaatse dwingt niet tot een ander oordeel. Daaruit blijkt dat er in totaal drie hulzen zijn gevonden, niet meer.<footnote-ref linkend="_c3a2a5c1-1a09-46fb-aea4-cd0ec17da408" /> Deze hulzen zijn onderzocht, waaruit is gebleken dat twee hulzen zijn afgevuurd met het wapen van [verbalisant 2] en een huls met het wapen van de verdachte.<footnote-ref linkend="_4c6571f8-0492-44b0-844a-e4f808f8f0ed" /></para>
      <para>Ten slotte is er onderzoek gedaan aan de Kia. Er zijn twee schotinslagen geconstateerd aan de linker buitenspiegel en een kogelperforatie aan de onderzijde van het rechter voorportier. Ook dit past bij hetgeen de verbalisanten hebben verklaard, namelijk dat [verbalisant 2] gericht op de spiegel heeft geschoten toen de auto tot stilstand was gekomen en dat de verdachte op een eerder moment tijdens de achtervolging op het rechterwiel van de auto heeft geschoten.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht merkt met betrekking tot de verwondingen van [slachtoffer 1] nog het volgende op. De verwondingen van [slachtoffer 1] zijn fotografisch vastgelegd op 22 december 2021.<footnote-ref linkend="_df7876b6-00bc-45ad-8e25-366ec5bcffe9" /> De forensisch patholoog heeft zijn bevindingen op deze afbeeldingen gebaseerd. Hij heeft vastgesteld dat sprake is van in ieder geval één in- en uitschot in de linkerarm, één in- en uitschot in het linker bovenbeen en van een schampschot aan het linker bovenbeen. Hij gaat er vanuit dat het slachtoffer door ten minste drie kogels is geraakt, maar kan niet uitsluiten dat bijvoorbeeld de verwonding aan de linker onderarm in een ‘first or second entry’-relatie staat met bijvoorbeeld de verwonding aan het linker bovenbeen.<footnote-ref linkend="_8c2f0843-1d44-42e6-97b5-edbb8acd8635" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht leidt hieruit af dat de verwondingen van [slachtoffer 1] niet noodzakelijkerwijs zijn toegebracht door drie afzonderlijke kogels. Dit betekent dat de conclusies van de forensisch patholoog kunnen passen bij hetgeen de verdachte heeft verklaard. Aanknopingspunten voor de juistheid van de stelling van [slachtoffer 1], inhoudende dat hij door zes kogels is geraakt, vindt het Gerecht hierin in elk geval niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, concludeert het Gerecht, voor zover hier relevant, dat de verdachte na de achtervolging twee maal gericht op [slachtoffer 1] heeft geschoten en dat de verwondingen van [slachtoffer 1] door deze kogels zijn veroorzaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op het ontbreken van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte geen opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, ook niet in voorwaardelijke zin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt. </para>
      <para>Vaststaat dat de verdachte twee keer van korte afstand gericht op het lichaam van [slachtoffer 1] heeft geschoten om hem tot stoppen te dwingen. Dat de verdachte doelbewust heeft geschoten, volgt reeds uit zijn eigen verklaring. Gelet op die doelbewustheid, daarbij gebruikmakend van een wapen waarvan de ernst van de impact op een menselijk lichaam een gegeven is, staat naar het oordeel van het Gerecht vast dat de verdachte het opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het verweer wordt dan ook verworpen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op de rechtvaardigingsgrond ‘handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift’</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verder bepleit dat de verdachte heeft gehandeld ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, namelijk artikel 12, lid 1 onder b, van de Ambtsinstructie Politie Curaçao (Ambtsinstructie). De inzittenden van de auto probeerden zich immers te onttrekken aan hun aanhouding. Terwijl ook overigens aan de in de Ambtsinstructie gestelde eisen is voldaan (een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld en er was sprake van een feit dat een ernstige aantasting vormt van de persoonlijke levenssfeer). Daarbij komt nog dat de verbalisanten er, gelet op de wijze waarop de inzittenden van de Kia zich aan hun aanhouding hebben geprobeerd te onttrekken (roekeloos rijdend, geen gehoor gevend aan bevelen van de politie, ook niet toen er tot twee maal toe op hen werd geschoten) rekening mee mochten houden dat die inzittenden vuurwapengevaarlijk konden zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt. </para>
      <para>De vraag die ter beantwoording voorligt, is of de verdachte ter aanhouding heeft mogen schieten op een (vermoedelijke) autodief. </para>
      <para>In artikel 5 juncto 13 van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de bevoegdheid verankerd dat politieambtenaren ter handhaving van de rechtsorde onder omstandigheden bevoegd zijn geweld te gebruiken tegen personen. Deze geweldshandeling moet zijn toegepast in de rechtmatige uitoefening van de politietaak en moet bovendien voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit betekent dat het toegepaste geweld het daarmee beoogde doel dient te rechtvaardigen en alleen mag worden toegepast indien het doel niet op andere wijze kan worden bereikt. </para>
      <para>Artikel 14 van voornoemde Rijkswet bepaalt voorts dat nadere regels omtrent dit geweldsmandaat in een ambtsinstructie worden neergelegd. In artikel 12 van die Ambtsinstructie is het wettelijk kader opgenomen waarbinnen het gebruik van een vuurwapen is geoorloofd. </para>
      <para>Artikel 12, lid 1, sub a van de Ambtsinstructie bepaalt dat het gebruik van een vuurwapen is toegestaan om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken. </para>
      <para>Artikel 12, lid 1, sub b van de Ambtsinstructie bepaalt dat een vuurwapen mag worden gebruikt indien een persoon zich aan zijn aanhouding tracht te onttrekken, indien op het vermeende misdrijf een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld én het misdrijf een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of indien het misdrijf door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, kan – naar het oordeel van het Gerecht – een (mogelijke) autodiefstal (met braak) – hoewel een ernstig en voor de gedupeerden en de samenleving ergerlijk misdrijf – niet worden vereenzelvigd met een misdrijf dat een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit of persoonlijke levenssfeer vormt, dan wel dat het door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn. Nu het Gerecht ook anderszins niet is gebleken dat sprake was van een misdrijf dat een ernstige aantasting vormt van de persoonlijke levenssfeer, is niet voldaan aan de in artikel 12, lid 1, onder b van de Ambtsinstructie gestelde voorwaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenmin kan in de wijze waarop de inzittenden van de Kia zich aan hun aanhouding hebben geprobeerd te onttrekken, op grond van het bepaalde in artikel 12, lid 1, onder a van de Ambtsinstructie, zoals door de raadsvrouw bepleit, een legitimatie worden gevonden voor het handelen van de verdachte. </para>
      <para>Het daadwerkelijke schieten op een aan te houden persoon is voorbehouden aan situaties waaruit concrete en acute vuurwapengevaarlijkheid van die persoon blijkt en waarbij de aanhouding, mede in het kader van de veiligheid, niet op andere wijze kan worden bereikt. Van een dergelijke situatie was in het onderhavige geval geen sprake. Zo betrof de melding van de Centrale Meldkamer een ‘gewone’ autodiefstal. In de melding werd geen gewag gemaakt van gewapende personen. Daarbij komt dat de verbalisanten zelf op geen enkel moment een wapen bij [slachtoffer 1] of bij een van de andere inzittenden van de Kia hebben waargenomen: niet bij het pompstation, niet toen die inzittenden tijdens de achtervolging door de politie werden beschoten, niet toen drie inzittenden zich aan de politie overgaven en twee inzittenden te voet probeerden te vluchten en evenmin toen [slachtoffer 1] zich volgens de verklaring van de verdachte omdraaide naar de verdachte en met zijn hand naar zijn broekriem ging, waarover hieronder onder het kopje ‘verweren ten aanzien van de strafbaarheid’ meer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht merkt ten overvloede nog op dat hoewel het zonder meer waar is dat er op Curaçao veel vuurwapens in omloop zijn, dit niet betekent dat iedere pleger van een misdrijf gewapend is en niet schroomt om dat wapen te gebruiken, of anders gezegd dat de politie daarvan uitgaande ter aanhouding op iedere pleger van een misdrijf mag schieten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus kan niet worden gezegd dat de verdachte heeft gehandeld ter uitvoering van  een wettelijk voorschrift. Het verweer wordt dan ook verworpen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht hecht er in dit verband nog aan op te merken dat het hier ging om een ‘gewone’ autodiefstal, waarbij de verbalisanten al bekend waren met het kenteken van de vluchtauto. Hoezeer het Gerecht ook oog heeft voor de soms uiterst complexe, gevaarlijke en acute omstandigheden waaronder politieambtenaren hun taken moet uitoefenen, kan het Gerecht in dit geval niet anders dan constateren dat de onderhavige situatie door toedoen van de verbalisanten is verworden tot een wildwest achtervolging door drukbevolkte wijken in Curaçao. Een achtervolging die de verbalisanten op ieder moment hadden kunnen staken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, als politieambtenaar, op 18 december 2021, te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet twee kogels met zijn dienstwapen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1]heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verweren ten aanzien van de strafbaarheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Putatief) noodweer(exces)</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden ontslagen van alle rechtsvolging, omdat er ten tijde van het plegen van het feit sprake was van putatief noodweer of noodweerexces. Zij heeft hiertoe bepleit dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden (het Gerecht begrijpt: dat [slachtoffer 1] de verdachte aankeek, niet reageerde op het bevel om zijn handen omhoog te doen en met zijn hand naar zijn broekriem ging, terwijl het regende en donker was) mocht menen dat [slachtoffer 1] een vuurwapen uit zijn broekband zou halen en dat hij door [slachtoffer 1] werd aangevallen en dat die aanval werd voortgezet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt. </para>
      <para>Een beroep op noodweer kan slechts slagen indien het begane feit geboden is door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. </para>
      <para>Het Gerecht heeft hiervoor al overwogen dat er geen concrete aanwijzingen waren voor de vuurwapengevaarlijkheid van [slachtoffer 1]. Dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke situatie is dan ook niet aannemelijk geworden. </para>
      <para>Zelfs als het Gerecht uitgaat van de door de verdachte geschetste situatie dan nog levert dat geen noodweersituatie op. Uit dat scenario blijkt immers dat de verdachte degene is die koste wat het kost de vluchtende [slachtoffer 1] probeert in te rekenen. Hij is degene die met een getrokken wapen achter [slachtoffer 1] aangaat. De verdachte moet dan ook worden gezien als de aanvaller in deze zaak. Dat hij in de rechtmatige uitoefening was van zijn functie, maakt dat niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een geslaagd beroep op putatief noodweer is vereist dat de verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald omdat hij niet alleen kon, maar ook mocht denken dat hij zich in een noodweersituatie bevond en hij zich moest verdedigen op de wijze zoals hij heeft gedaan. Gelet op de feiten en omstandigheden die hierboven zijn omschreven is niet aannemelijk geworden dat dit laatste het geval is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Psychische overmacht</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht begrijpt het verweer van de raadsvrouw zo dat bij de verdachte sprake was van psychische overmacht omdat de opdracht van de meldkamer, die hij wilde uitvoeren, in de gegeven omstandigheden een zodanige van buitenkomende drang opleverde, dat de verdachte daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht verwerpt ook dit verweer. Nog daargelaten dat de Centrale Meldkamer de verdachte niet heeft opgedragen om Dorothea neer te schieten en zelfs niet om de Kia te achtervolgen, spreekt het voor zich dat een dergelijke melding niet kan worden aangemerkt als een zodanige van buiten komende drang, waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. Ook niet onder de door de raadsvrouw beschreven omstandigheden.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het voorgaande komt het Gerecht tot de conclusie dat de verdachte strafbaar is. Er zijn namelijk ook geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorwaardelijk verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het Gerecht wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan en hij daarvoor ook strafbaar is, is van twijfel die tot nader onderzoek noodzaakt geen sprake. Het verzoek wordt afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiair bewezen wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Poging tot zware mishandeling. </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich in de hoedanigheid van politieambtenaar schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling door met zijn dienstwapen twee keer op een vluchtende, van autodiefstal verdachte, jongeman te schieten, waardoor deze diverse (schot)verwondingen heeft opgelopen. Dat deze daardoor geen blijvend letsel heeft opgelopen, is een gelukkige omstandigheid, die geenszins aan het handelen van de verdachte te danken is. </para>
      <para>De verdachte heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het destijds 17-jarige slachtoffer. Het is evident dat een dergelijk feit een enorme impact heeft op het slachtoffer en langdurige gevolgen kent die diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en zijn omgeving.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor (poging tot) zware mishandeling met een vuurwapen wordt doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. In het onderhavige geval is echter geen sprake van een typische mishandelingssituatie. Het gaat in het onderhavige geval om een politieambtenaar die in de uitoefening van zijn politietaak een beoordelingsfout heeft gemaakt ten aanzien van zijn bevoegdheid in de gegeven situatie. Daarbij speelde een grote rol dat het slachtoffer, ondanks dat er tijdens de achtervolging al schoten waren gelost en hij herhaaldelijk door de politieagenten is gesommeerd te stoppen, daaraan geen gehoor heeft gegeven. Het Gerecht houdt rekening met deze bijzondere context. </para>
      <para>Het Gerecht houdt ook rekening met het feit dat opsporingsambtenaren doorgaans ad hoc, in een fractie van een seconde, moeten reageren op – zoals reeds </para>
      <para>overwogen – soms uiterst complexe, gevaarlijke en acute omstandigheden. Juist daarom is het van groot belang dat politieambtenaren goed worden getraind en onderlegd zijn in hetgeen wel en niet mag in de uitoefening van de politietaken. Op dit punt is een belangrijke taak weggelegd voor (het bestuur van) het politiekorps, dat haar werknemers hierin (ook volgens de wet) optimaal moet faciliteren, begeleiden en beschermen. Daaraan heeft het in dit geval klaarblijkelijk ontbroken. De verdachte, nog aspirant agent ten tijde van het bewezenverklaarde, heeft immers op geen enkel moment de juiste begeleiding en adviezen gekregen van [verbalisant 2], die, bij afwezigheid van zijn mentor, als plaatsvervanger met hem werd meegestuurd.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht houdt tenslotte rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn blanco strafblad en de grote impact die dit incident zelf en de daaruit voortvloeiende strafzaak op de persoonlijke en professionele levenssfeer van de verdachte heeft gehad en nog steeds heeft.              </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht constateert dat sprake is van een aanzienlijke schending van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Immers, tussen het moment waarop de verdachte in deze zaak als verdachte is aangemerkt (18 oktober 2022) en het wijzen van vonnis door het Gerecht op 6 juni 2025 is een periode verstreken van twee jaren en ongeveer acht maanden, waar deze fase twee jaar had mogen duren. Het Gerecht zou zonder deze termijnoverschrijding, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemende, een (deels) onvoorwaardelijke taakstraf hebben opgelegd. Nu moet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit alles laat onverlet dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van zijn vuurwapen in een situatie waarin dat niet mocht. Het mandaat om geweld toe te passen tegen burgers dient met de uiterste zorgvuldigheid te worden gebruikt, hetgeen de verdachte niet heeft gedaan. Het Gerecht acht, alles afwegende, de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden, om de verdachte van het belang te doordringen dat hij in de toekomst zijn belangrijke taak in overeenstemming met de Ambtsinstructie zal verrichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij, [slachtoffer 1], heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van Cg 51.700,-, bestaande uit Cg 41.700,- aan materiële schade en Cg 10.000,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De materiële schade bestaat uit de volgende posten/bedragen:</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">Post</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">Bedrag </emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>1. Kleding</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 200,-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>2. Telefoon</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 1.900,-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>3. Ketting</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 800,-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>4. Oorbellen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>5. Verband, gaas, ontsmettingsmiddelen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 200,-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>6. Pleegzorg moeder en oma</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 5.000,-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>7. Inkomstenderving</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Cg 33.600,-</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kleding</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, voor zover dat post 1 (kleding) betreft. Bij gebrek aan enige nadere onderbouwing (facturen, datum aanschaf enzovoort) zal het Gerecht de schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op Cg 100,-. Dit bedrag komt dan ook voor toewijzing in aanmerking te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2021. Voor het overige wijst het Gerecht de vordering, voor zover het de post kleding betreft, af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Telefoon, ketting, oorbellen, verband, gaas, ontsmettingsmiddelen, pleegzorg en inkomstenderving</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat het causale verband tussen de bij de posten 2 t/m 4 gestelde schade en het bewezenverklaarde handelen van de verdachte niet is onderbouwd. Niet is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde een telefoon, oorbellen en een ketting is verloren. Ook overigens is de gestelde schade niet onderbouwd.  </para>
      <para>Voor wat betreft de posten 5 t/m 7 is het Gerecht eveneens van oordeel dat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Weliswaar hebben de moeder en de oma van de benadeelde partij middels een verklaring gesteld dat zij zorg hebben verleend en daardoor inkomsten mis zijn gelopen, maar enige onderbouwing ten aanzien van het aantal uren respectievelijk het (daardoor) misgelopen loon ontbreekt. Het Gerecht zal de vordering voor zover het deze posten betreft dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij stelt doodsangsten te hebben uitgestaan en een psychisch trauma te hebben overgehouden aan het incident. Hoewel dit niet is onderbouwd met een verklaring van een psycholoog, acht het Gerecht – temeer nu uit het dossier en de (onderbouwing bij de) vordering wel volgt dat benadeelde partij letsel, bestaande uit meerdere schotwonden, heeft opgelopen alsook behandeling heeft ondergaan bij een psycholoog – het wel aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden door het onderhavige  schietincident. Het gevorderde bedrag (Cg 10.000,-), welke hoogte niet door de verdediging is betwist, komt het Gerecht in dit geval niet onaannemelijk voor. Met de raadsvrouw van de verdachte, is het Gerecht echter van oordeel dat op de verdachte een verminderde schadevergoedingsplicht rust, omdat de bij de benadeelde partij ontstane schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan benadeelde partij kan worden toegerekend (eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW). In dit verband overweegt het Gerecht dat de benadeelde partij – ondanks het feit dat er reeds schoten waren gelost en hij herhaaldelijk, door politieagenten, was gesommeerd te stoppen – daaraan geen gehoor heeft gegeven en zijn vlucht heeft vervolgd. Het Gerecht begroot het eigen aandeel van benadeelde partij op 50%, en daarmee ook de vergoedingsplicht van de verdachte op 50% van de door benadeelde partij geleden schade (voor zover deze wordt toegewezen). Alles afwegende komt naar het oordeel van het Gerecht aldus een bedrag van Cg 5.000,- voor toewijzing in aanmerking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2021. Voor het overige wijst het Gerecht de vordering, voor zover het immateriële schade betreft, af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. </para>
      <para>Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 1:19, 1:20, 1:21, 1:45, 1:46, 1:78, 1:119 en 2:275 van Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf, bestaande uit een werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">50 (vijftig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">25 (vijfentwintig) dagen hechtenis</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van <emphasis role="bold">Cg 5.100,- (vijfduizend een honderd gulden), </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 december 2021 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding ten aanzien van het overigens onder 1 gevorderde af.  </para>
      <para>verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de overigens onder 2 t/m 7  gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding ten aanzien van de overigens gevorderde immateriële schade af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van <emphasis role="bold">Cg 5.100,- (vijfduizend eenhonderd gulden)</emphasis>, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2021 tot aan de dag van de voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.R. van Bracht, bijgestaan door </para>
      <para>mr. J. Mulder, griffier, en is op 6 juni 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0deb9e83-edb6-45b3-8e9f-a04d485b75fc" label="1">
    <para> Diverse geschriften, te weten een geneeskundige verklaring van 20 december 2021 (pagina 171 e.v.), een geneeskundige verklaring van 20 december 2021 (pagina 176 e.v.) en een geneeskundige verklaring van 3 oktober 2022 (pagina 178 e.v.)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78f3f04a-11cf-44ec-a73d-8b40f98047e3" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van 18 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 113 e.v.) en proces-verbaal van verhoor van 4 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 118 e.v.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8260de11-dc6d-4889-b0d3-4975f4ef13eb" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van 18 oktober 20022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 72 e.v.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fef20ba-daaa-475e-a3bb-ee2aba0ff1cc" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van 18 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 27 e.v.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_469ddd1e-aad4-4742-8038-13e79009e607" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding van 19 december 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2], [verbalisant 1] en [de verdachte] (pagina 47 e.v.).  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_54e68455-178b-4d08-a3ee-e268ce03135b" label="6">
    <para> Het Gerecht heeft acht geslagen op de verklaringen van [betrokkene 1] (pagina 247 e.v., pagina 291 e.v. en pagina 297 e.v.), de verklaringen van [betrokkene 2] (pagina 252 e.v. en 312 e.v.), de verklaringen van [betrokkene 3] (pagina 305 e.v.) en de verklaringen van [slachtoffer 1] (pagina 142 e.v., 146 e.v. en 156 e.v.).   </para>
  </footnote>
  <footnote id="_28ea50ba-806d-4d69-bff6-491a4caf819c" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van 6 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 163 e.v.). Proces-verbaal van forensisch onderzoek van 13 mei 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 207 e.v.) in combinatie met het process-verbaal van 29 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 230).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d0b2ada-31d0-44ea-b092-845b95bf6228" label="8">
    <para> Het Gerecht heeft acht geslagen op de verklaringen van [getuige 1] (pagina 275 e.v.), [getuige 2] (pagina 277 e.v.), [getuige 3] (pagina 279 e.v.), [getuige 4] (pagina 281 e.v.) en [getuige 5] (pagina 283 e.v.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c3a2a5c1-1a09-46fb-aea4-cd0ec17da408" label="9">
    <para> Proces-verbaal van forensisch onderzoek van 13 mei 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 207 e.v.).   </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c6571f8-0492-44b0-844a-e4f808f8f0ed" label="10">
    <para> Proces-verbaal van 7 juni 2022, in de wettelijke vorm opemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 244 e.v.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_df7876b6-00bc-45ad-8e25-366ec5bcffe9" label="11">
    <para> Een proces-verbaal van 18 mei 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 231 e.v.) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c2f0843-1d44-42e6-97b5-edbb8acd8635" label="12">
    <para> Een geschrift, te weten een Forensic Medical Statement van 16 april 2024 opgemaakt door dr. L. Althaus (ongenummerd).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>