<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T12:39:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202502760</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:243">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T12:38:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:243 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 06-08-2025 / CUR202502760</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:243:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Moeder vermoedt ontucht vader met dochter. Onderzoek en omgang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:243:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para>Zaaknummer: CUR202502760</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding van 6 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[DE MOEDER],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, hierna ‘de moeder’,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. N.A.A. Montroos en J.G.F.G. Blomont,</para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[DE VADER],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna ‘de vader’,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.A. Knoppel.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, op 31 juli 2025 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van de vader met eis in reconventie en producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 4 augustus 2025, waarbij partijen en hun gemachtigden aanwezig waren, alsmede vertegenwoordigers van de Voogdijraad.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit kort geding wordt uitgegaan van de volgende feiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Partijen hebben samen een dochter van 4 jaar, hierna:  ‘[de dochter]’.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Partijen hebben in 2021 en 2023 in een ouderschapsplan afspraken vastgelegd over de verzorging en opvoeding van [de dochter].  Daarbij is een co-ouderschap overeengekomen, waarin [de dochter] de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder verblijft.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 11 juli 2025 om 17:19 uur heeft [de dochter] in een videocall met de vader, waarbij ook de moeder aanwezig was, iets gezegd als ‘<emphasis role="italic">Mi a mishi ku Papa su Nuni</emphasis>’ (volgens de vader) of ‘<emphasis role="italic">Mi a hunga ku Papa su Nuni</emphasis>’ (volgens de moeder), wat zich in dit verband laat vertalen als ‘<emphasis role="italic">Ik heb aan papa’s piemel gezeten</emphasis>’ respectievelijk ‘<emphasis role="italic">Ik heb met papa’s piemel gespeeld</emphasis>’. De moeder heeft diezelfde avond aangifte tegen de vader gedaan ter zake ontucht.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De moeder, de vader en [de dochter] zijn door de politie gehoord.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De huisarts heeft [de dochter] fysiek onderzocht en heeft geen bijzonderheden aangetroffen die wijzen op seksueel misbruik.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> De moeder weigert sinds 11 juli 2025 haar medewerking aan contact tussen de vader en [de dochter].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vorderingen en de grondslag daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De moeder wil niet dat [de dochter] wordt blootgesteld aan mogelijke ontuchtige handelingen van de vader en wil dat het onderzoek naar aanleiding van haar aangifte wordt afgewacht. Tot het zover is, wil zij dat vastgesteld wordt dat de vader geen contact met [de dochter] mag hebben, ook ter voorkoming van conflict tussen de ouders.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De moeder vordert, samengevat, een aan de vader op te leggen verbod om contact te hebben met [de dochter] totdat het onderzoek van het Openbaar Ministerie is afgerond en daaruit blijkt dat de vader niet schuldig is aan hetgeen waarvan aangifte is gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vader zegt dat de uitspraak van [de dochter] door haar lachend werd gedaan en dat er helemaal niets van waar is. Hij ontkent ooit iets ontuchtigs met [de dochter] te hebben gedaan. De vader vordert, samengevat, veroordeling van de moeder om het ouderschapsplan na te leven, [de dochter] aan hem af te geven en [de dochter] op de dagen dat [de dochter] bij de moeder is buiten moeders aanwezigheid videocall-contact met de vader te laten hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Subsidiair vordert de vader, samengevat, om, indien beslist wordt dat de gebruikelijke omgang vooralsnog niet kan plaatsvinden, te bepalen dat de vader driemaal per week gedurende vijf uren omgang heeft met [de dochter] onder begeleiding van Children First Foundation en dat de moeder [de dochter] op die dagen bij die stichting brengt en daar weer ophaalt, waarna, nadat uit onafhankelijk onderzoek heeft uitgewezen dat niet kan worden geconcludeerd tot ontucht jegens [de dochter] door de vader, de gebruikelijke omgang en het gebruikelijke contact moeten worden voortgezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Partijen hebben voorts nog gevorderd dat de andere partij eraan meewerkt dat [de dochter] wordt onderzocht. De vader heeft nog gevorderd dat de moeder meewerkt aan communicatie via de app TalkingParents. Over deze vorderingen is ter zitting overeenstemming bereikt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Partijen hebben gezamenlijk het gezag over [de dochter] en hebben de afspraken over de verzorging en opvoeding neergelegd in een ouderschapsplan. Die afspraken moeten in beginsel worden nageleefd. Geschillen die bij de uitvoering van het gezamenlijk gezag ontstaan, kunnen ingevolge art. 1:253a BW aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt dan een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Andere belangen van partijen kunnen ook zwaar wegen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De door de moeder vermoede ontucht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In dit kort geding kan niet worden aangenomen dat de vader ontuchtige handelingen met [de dochter] heeft gepleegd. Behalve de hiervoor geciteerde uitlating van [de dochter], waarover door partijen via whatsapp kort is gecorrespondeerd, is in dit kort geding niet gebleken van feiten of omstandigheden die erop duiden dat de vader zich met [de dochter] onzedelijk heeft gedragen. De vader betwist dat ook ten stelligste. Evident is dat, als de uitlating van [de dochter] geen feitelijke basis heeft, het voor de vader een groot onrecht is dat hem het contact met [de dochter] wordt ontzegd. Ook het belang van [de dochter] wordt in dat geval ernstig geschaad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Namens de Voogdijraad is ter zitting verklaard dat de Voogdijraad met beide ouders heeft gesproken. De Voogdijraad en eerder ProtehaMi heeft zich niet beziggehouden met de vraag of sprake is geweest van ontucht, omdat die vraag onderwerp is van het strafrechtelijk onderzoek. Volgens de Voogdijraad zijn er (voor het overige) geen zorgsignalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Zoals ter zitting met instemming van partijen aangekondigd, heeft de rechter telefonisch bij de betrokken officier van justitie geïnformeerd naar de stand van het strafrechtelijk onderzoek. Er blijkt een video-opname te zijn (de moeder maakte daar al melding van ter zitting) van een gesprek van de moeder met [de dochter] over het zitten aan/spelen met papa’s of elkaars ‘nuni’. Het voornemen bestaat dit gesprek door een deskundige te laten beoordelen om te bezien in hoeverre dit kan bijdragen aan de waarheidsvinding. Het zal een aantal maanden vergen voordat een dergelijk onderzoek is afgerond. Volgens de officier is het, bezien vanuit het oogpunt van strafrechtelijk onderzoek, in zedenzaken met een minderjarig slachtoffer onwenselijk dat de verdachte contact heeft met het mogelijke slachtoffer, omdat dat beïnvloeding mogelijk zou maken. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De belangen van [de dochter], de moeder en de vader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Voor in elk geval [de dochter] is van belang dat het waarheidsgehalte van haar uitlating nader wordt onderzocht. Ter zitting hebben beide partijen ermee ingestemd dat [de dochter] wordt onderzocht/geobserveerd door een deskundige en dat de Voogdijraad de beschikbaarheid van de drie ter zitting genoemde deskundigen zou nagaan. De Voogdijraad heeft het gerecht en partijen gisteren onder meer het volgende bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De particuliere praktijk Grow with me toonde zich bereidwillig, maar verzocht om nadere schriftelijke toelichting op de zaak. Deze toelichting hebben wij hen vanochtend  toegestuurd. Binnen deze praktijk is een pedagogisch hulpverlener werkzaam die spelobservatie sessies met minderjarigen uitvoert, onder begeleiding van orthopedagoge drs. […]. Zij stellen vijf sessies voor met de minderjarige. De kosten per sessie bedragen XCG 95,-. De kosten dienen door de ouders zelf te worden bekostigd. Zij kunnen het bedrag in gelijke delen verdelen, zodat beide ouders gezamenlijk de kosten dragen.  De eerste sessie kan plaatsvinden op donderdag 7 augustus as. om 15:30 uur. Tevens hebben wij navraag gedaan of een van de ouders bekend is bij de praktijk Grow with Me. Dit bleek niet het geval te zijn. Grow with me kan een groepsapp met beide ouders aanmaken, waarin alle noodzakelijke informatie met hen gedeeld kan worden, zoals afspraken, facturatie en overige communicatie.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Bij dit vonnis zullen partijen worden veroordeeld – in zoverre overeenkomstig de over en weer ingestelde vorderingen op dat punt – mee te werken aan de vijf sessies bij ‘Grow with me’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Voor de vader is van belang dat, indien de uitlating van [de dochter] ongegrond is, deze uitlating door het onderzoek mogelijk wordt ontzenuwd. En voor de moeder is van belang dat zij meer duidelijkheid krijgt over de vraag of er nu wel of niet iets aan de hand was.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang en contact</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Voor de vader is voorts van belang dat hem niet tegengeworpen wordt dat hij tijdens het onderzoek door ‘Grow with me’ heeft geprobeerd [de dochter] te beïnvloeden. Tegelijkertijd moet het bij de huidige stand van zaken in het belang van zowel [de dochter] als de beide ouders worden geacht dat het contact tussen [de dochter] en de vader wordt hervat. Bij dit vonnis zal worden beslist dat het dagelijkse videocall-contact zoals afgesproken in het ouderschapsplan met ingang van morgen moet worden hervat. Om de genoemde reden, zal niet worden bepaald dat, zoals door de vader gevorderd, de moeder daarbij niet aanwezig mag zijn, en wordt ook de door de vader subsidiair voorgestelde omgang bij Children First Foundation afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Voor wat betreft de overige in het ouderschapsplan opgenomen omgang ([de dochter] om de week een week bij de vader) zal worden bepaald dat de moeder gedurende zes weken na heden daaraan niet hoeft mee [te werken]. Daarbij gaat het gerecht ervan uit dat het onderzoek van ‘Grow with me’ dan zal zijn afgerond en daarvan aan de ouders en aan de Voogdijraad verslag zal zijn gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Als het verzoek is afgerond, waarbij het gerecht uitgaat van zes weken na heden, zal de moeder weer moeten meewerken aan onverkorte uitvoering van het ouderschapsplan. Er bestaat geen aanleiding om op dit moment vooruit te lopen op eventuele uit het onderzoek naar boven komende indicaties die zich tegen onverkorte hervatting van het ouderschapsplan verzetten. Mocht daarvan sprake zijn, dan kunnen partijen zich (na raadpleging van de Voogdijraad) beraden over een ander vervolg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Over het gebruik van TalkingParents zal worden beslist conform hetgeen ter zitting is afgesproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom en kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Beslist zal worden als hierna omschreven. Het gerecht gaat ervan uit dat partijen de beslissingen in dit vonnis zullen naleven. Voor het opleggen van dwangsommen bestaat onvoldoende aanleiding. Nu partijen gewezen echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de moeder gedurende zes weken na de uitspraak van dit vonnis niet hoeft mee te werken aan de uitvoering van het ouderschapsplan voor zover daarin is opgenomen dat [de dochter] om de week bij de vader verblijft en beveelt de moeder het ouderschapsplan voor het overige gedurende die zes weken na te komen, het dagelijkse videocall-contact tussen [de dochter] en de vader daaronder begrepen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>beveelt de moeder om na ommekomst van de periode van zes weken na de uitspraak van dit vonnis het ouderschapsplan onverkort na te komen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>beveelt partijen mee te werken aan het onder 4.5 bedoeld onderzoek door ‘Grow with me’, om de kosten daarvan ieder voor de helft te dragen en om de instructies van ‘Grow with me’ en van de Voogdijraad op te volgen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>beveelt partijen de volledige communicatie tussen partijen via de door de vader al gedownloade app ‘TalkingParents: Co-Parent’ te doen verlopen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>verzoekt de griffier een scan van dit vonnis ter informatie te doen toekomen aan de Officier van Justitie en aan de Voogdijraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 6 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>