<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:06:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202503837</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:05:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:238 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 15-10-2025 / CUR202503837</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering in kort geding tot opgave van de namen van als getuigen te horen medewerkers. Proceskostenveroordeling gedaagde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202503837</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding van 15 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER],</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. E.L. Virginie en G.C.A. Scheperboer-Parris, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AQUALECTRA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. N.E. Soon en E.S. Eshuis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para />
      <para>- het verzoekschrift van 17 september 2025;</para>
      <para>- de aanvullende producties van eiser en de producties van Aqualectra;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 8 oktober 2025;</para>
      <para>- de pleitnota’s van de gemachtigden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting is verzocht om (nog slechts) te beslissen over de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De oorspronkelijke vordering in dit kort geding strekte ertoe Aqualectra te veroordelen aan eiser de namen bekend te maken van vier personen die eiser als getuige wilde doen horen in een op verzoek van eiser gelast voorlopig getuigenverhoor voor dit gerecht. Die vier personen waren betrokken bij een controle van meteraansluiting van eiser, welke controle Aqualectra aanleiding heeft gegeven tot afsluiting van eisers woning en het in rekening brengen van een boete en heraansluitingskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De beschikking van 16 mei 2025 waarbij het voorlopig getuigenverhoor werd gelast vermeldt dat eiser het verzoekschrift op 31 maart 2025 heeft ingediend, dat Aqualectra niet is verschenen op de zitting om verweer te voeren en dat verzoeker Aqualectra heeft verzocht de namen bekend te maken van de betrokken medewerkers, maar dat dit door Aqualectra is geweigerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het getuigenverhoor was aanvankelijk gepland op 20 juni 2025 en vervolgens op 14 juli 2025, maar kon niet doorgaan omdat eiser de getuigen niet kon noemen en oproepen. De nieuwe datum is 23 oktober 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat eiser Aqualectra bij e-mail van 12 september 2025 voor het laatst heeft verzocht om opgave van de namen van de getuigen, met aanzegging van rechtsmaatregelen indien de gevraagde informatie niet uiterlijk op 15 september 2025 zou zijn verstrekt. Bij e-mail van 16 september 2025 heeft Aqualectra de namen van twee van haar medewerkers verstrekt. Ten aanzien van de andere twee personen schreef zij dat het waarschijnlijk om werklieden gaat die werkzaam zijn voor een aannemer die zij heeft ingeschakeld en dat nog maar de vraag is of Aqualectra kan achterhalen wie dat zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het verzoekschrift in dit kort geding is ingediend op 17 september 2025. Ter zitting zijn ook de namen van de twee andere beoogde getuigen genoemd, mede aan de hand van al eerder door eiser aan Aqualectra verstrekte videobeelden. Volgens mededeling van Aqualectra ter zitting kon zij in haar systeem al zien dat dit de namen waren van de door haar aannemer ingeschakelde personen, maar had zij niet de zekerheid dat dit daadwerkelijk de mensen waren die bij de controle waren betrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het gerecht is met eiser van oordeel dat Aqualectra de namen van de vier beoogde getuigen al veel eerder aan eiser had kunnen en moeten verstrekken. De maatstaf daarbij was niet of Aqualectra absolute zekerheid had. Zij beschikte over duidelijke aanwijzingen, over ook de twee personen die (toen nog) niet bij haar in dienst waren. Zij had die gegevens met eiser moeten delen, al dan niet nadat – zoals op de zitting is gebeurd - de in haar systeem vermelde namen waren voorgelegd aan haar aannemer, in combinatie met de videobeelden. Zowel als contractspartij van eiser als in haar hoedanigheid van verweerder bij het voorlopig getuigenverhoor, was Aqualectra gehouden zich in redelijkheid in te spannen om eiser spoedig van de benodigde informatie te voorzien. Dat heeft nu een half jaar geduurd. Het onderhavige kort geding had niet nodig moeten zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Uit het voorgaande en gelet op artikel 136 sub II Procesreglement Civiele Zaken volgt dat Aqualectra zal worden veroordeeld in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing in kort geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verstaat dat niet meer op de vordering behoeft te worden beslist;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Aqualectra in de proceskosten, aan de zijde van eiser begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 451,44 aan oproepingskosten en Cg 1.500 voor salaris gemachtigde, en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 15 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>