<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-01T17:00:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202403965</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-01T16:58:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:183 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 05-05-2025 / CUR202403965</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Nakoming huurovereenkomst. Verjaringsverweer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202403965</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 5 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting FUNDASHON FIANSA POPULAR, </emphasis>
        <?linebreak?>gevestigd in Curaçao,  <?linebreak?>eiseres, <?linebreak?>gevolmachtigde: mr. J. de Wind, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde], </emphasis>
      </para>
      <para>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>gedaagde, <?linebreak?>gemachtigde: mr. C.S.F. Marshall, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Partijen worden hierna FFP en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 22 oktober 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere producties van FFP,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 20 maart 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 8 januari 2014 is FFP met [gedaagde] een kredietovereenkomst (hierna: de overeenkomst) aangegaan, waarbij FFP een bedrag van Cg 14.845<footnote-ref linkend="_71d7eb75-63c0-43ee-ba08-14f45b8c5ef8" /> aan [gedaagde] heeft verstrekt ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden aan de woning te [adres 1]. Overeengekomen werd een rente van 12% per jaar en een  maandelijkse aflossing van Cg 294,10 met ingang van eind februari 2014. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] is haar betalingsverplichtingen jegens FFP voortvloeiende uit de overeenkomst niet correct nagekomen. Behalve een betaling van Cg 100 en een van Cg 200 in maart en april 2024 heeft zij geen betalingen gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] is bij brief van 15 juli 2019 in gebreke gesteld en gesommeerd om de uitstaande schuld binnen 10 dagen aan te zuiveren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ondanks diverse aanmaningen heeft [gedaagde] het openstaande bedrag niet  afgelost. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 20 februari 2024 heeft [gedaagde] een schuldbekentenis ondertekend voor een bedrag van Cg 48.512,99, waarbij zij een afbetalingsregeling van Cg 200 per maand is aangegaan. [gedaagde] is deze regeling niet nagekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en de standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>FFP vordert – samengevat – dat het gerecht [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van Cg 48.374,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2024 totdat volledig zal zijn betaald, en vermeerderd met een bedrag van Cg 1.875 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>FFP legt – kort samengevat – aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] (ondanks diverse aanmaningen) tekort is geschoten in de nakoming van haar uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] voert een verjaringsverweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wijziging van eis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Desgevraagd heeft FFP ter zitting te kennen gegeven dat zij, mede in verband met ontwikkelingen in andere rechtszaken waarin FFP betrokken is, bereid is om [gedaagde] enigszins tegemoet te komen, zoals zij dat al heeft gedaan met het bevriezen van de rente gedurende enige tijd. FFP heeft in dit verband verzocht om haar in de gelegenheid te stellen een akte wijziging van eis te nemen. Omdat [gedaagde] een verjaringsverweer voert, is ter zitting besproken dat het gerecht eerst bij vonnis dat verweer zal beoordelen, waarna, zo nodig, de zaak naar de rol zal worden verwezen voor die akte. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verjaringsverweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] grondt het verjaringsverweer uitdrukkelijk op artikel 3:307 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [gedaagde] stelt in dit verband dat zij voor 8 januari 2019, en ook overigens daarna, nimmer enige aanmaning van FFP heeft ontvangen. Hiermee is de vordering met ingang van die datum, te weten vijf jaar na het sluiten van de overeenkomst op 8 januari 2014, verjaard, aldus [gedaagde].  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt als volgt. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Op de dag van het aangaan van de overeenkomst, op 8 januari 2014, was de vordering niet opeisbaar. Partijen zijn bij de overeenkomst juist een maandelijkse aflossing overeengekomen. Het verjaringsverweer kan reeds om deze reden niet slagen. De overige stellingen en weren in dit verband behoeven dan ook geen bespreking meer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu het verjaringsverweer niet slaagt, zal het gerecht de zaak naar de rol verwijzen voor een akte wijziging van eis. Weliswaar heeft [gedaagde] op zichzelf de hoogte van het aanvankelijk gevorderde bedrag niet weersproken, maar zij zal toch in de gelegenheid worden gesteld bij antwoordakte te reageren. Daarbij neemt het gerecht mede in aanmerking dat het verzoek van FFP om deze akte te dienen, mede is ingegeven door haar streven om met [gedaagde] tot een vergelijk te komen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 2 juni 2025 voor het nemen van een akte wijziging van eis, waarna [gedaagde] op een door de rolrechter te bepalen rolzitting bij antwoordakte mag reageren; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_71d7eb75-63c0-43ee-ba08-14f45b8c5ef8" label="1">
    <para> Aangezien dit vonnis wordt gewezen na invoering van de Caribische gulden (Cg) wordt waar in de stukken van partijen nog werd gesproken van NAf dit gelezen als Cg.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>