<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:13:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202303628</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:11:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:110 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 13-01-2025 / CUR202303628</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstrcuturering vergoedingen aan de RvC, vordering uitstaande vergoedingen lid toegewezen, geen sprake van kwijtschelding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202303628</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 13 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres],</emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>eiseres,<?linebreak?>gemachtigden: mrs. C.A. Peterson en A.M. Faria, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen<?linebreak?></para>
      <para>de naamloze vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">INTERNATIONAL INSURANCE COMPANY N.V., </emphasis></para>
      <para>gevestigd in Curaçao,<?linebreak?>gedaagde,<?linebreak?>gemachtigde: mr. R.A. Diaz.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Partijen worden hierna [eiseres] en IIC genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 9 november 2023, met producties, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een nadere productie van IIC,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een nadere productie van [eiseres], </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 22 november 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotitie van mr. Faria voornoemd. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>IIC is een verzekeringsmaatschappij die sinds 2014 onder toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) staat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de statuten van IIC is het volgende bepaald, voor zover van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…)</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">	SUPERVISION</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">	Article 18</emphasis>
        </para>
        <para>	(…)</para>
        <para>	7.	Supervisory directors may receive an annual remuneration to be determined by the general meeting of shareholders, and they are furthermore entitled to reimbursement of the travel-, accommodation- and other expenses incurred by them in view of the execution of their tasks and duties on behalf of the company, shall be reimbursed to them.  </para>
        <para>(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>eiseres] is per 1 juli 2017 benoemd als lid van de raad van commissarissen van IIC (hierna: de RvC). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij e-mail van 14 december 2017 is namens IIC aan [eiseres] het volgende bericht, voor zover van belang: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) </para>
        <para>This is why the Board of Director of IIC decided to compensate the Supervisory Board Members with the total amount of Ang 1.200,00 per each month of effective responsibilities involved by the members.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Best Regards.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in the name of Board of Directors.</para>
        <para>(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Blijkens ondertekende notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna: de AvA) van 29 januari 2021, alwaar onder meer [eiseres] aanwezig was, heeft het bestuur van IIC het volgende voorgesteld, voor zover van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) </para>
        <para>1. La junta de accionistas presentará un plan de capitalización de todas las acreencias  a los accionistas y empresas relacionadas y propondrán un nuevo aporte de capital a la empresa, para lograr así la liquidez bajo los estandares de CBCS. Bajo este mismo concepto los accionistas le solicitan al Supervisory Board (SB): </para>
        <para>	a – condonar todas la deudas por concepto de Supervisry board fee al 31-12-2020.</para>
        <para>b – restructurar la remuneracion de SB a una dieta (cuota) por reunión oficial de Ang. 1,500.00 por miembro y al 5% de la ganncia neta destribuiad entre los miembros equitativamente. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Llevar a 0 la deuda con SB al 31-12-2020 (acuerdo con el SB) y desde el 2021 los fee accionista serán Ang. 1,500.00 por reunión (dieta) (no por mes). </para>
        <para>(…)”  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij AvA van 15 september 2021 is voornoemd voorstel van het bestuur om alle per 31 december 2020 uitstaande vergoedingen aan de RvC kwijt te schelden en de beloning van de RvC vanaf 2021 te herstructureren naar een vergoeding van </para>
        <para>NAf 1.500 per officiële vergadering per lid, aangenomen.      </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 6 mei en 16 juni 2022 heeft [eiseres] een (na)betaling van in totaal </para>
        <para>NAf 15.000 van IIC ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.	[</nr>
      <para>eiseres] is per 1 juli 2022 geen lid meer van de RvC.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In de daaropvolgende periode hebben partijen tevergeefs geprobeerd om tot een minnelijke regeling te komen.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiseres] vordert – samengevat – dat het gerecht IIC veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van NAf 39.000 en de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van IIC in de proceskosten, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitstaande vergoedingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.	[</nr>
      <parablock>
        <para>eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst van opdracht zijn aangegaan op grond waarvan [eiseres] een vergoeding toekomt van NAf 1.200 per maand voor haar optreden als lid van de RvC. [eiseres] heeft nimmer ingestemd met een voornemen van de AvA om de met haar overeengekomen vergoeding te wijzigen. De AvA was evenmin bevoegd om te bepalen dat haar per 31 december 2020 uitstaande vergoeding van NAf 43.200 wordt kwijtgescholden nu [eiseres] nimmer afstand van deze vordering heeft gedaan of enige kwijtschelding hiervan heeft verleend. Indien en voor zover aangenomen zou mogen worden dat de vergoeding per januari 2021 NAf 1.500 per vergadering werd, is IIC volgens [eiseres] over de periode januari 2021 tot en met juni 2022 (7 x NAf 1.500 =) </para>
        <para>NAf 10.500 aan haar verschuldigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>IIC voert daartegen aan dat de AvA, bezien de precaire financiële situatie van IIC en conform het eerdere voorstel van het bestuur van 29 januari 2021, op </para>
        <para>15 september 2021 in aanwezigheid en met toestemming van de RvC heeft besloten om de beloning van de RvC te herstructureren naar een vergoeding van NAf 1.500 per officiële vergadering per lid en zijn de aanwezige leden van de RvC akkoord gegaan om hun vordering op IIC kwijt te schelden. Gelet op hetgeen IIC reeds aan [eiseres] heeft betaald, heeft zij geen vordering op IIC, aldus steeds IIC. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht stelt met betrekking tot de uitstaande vergoedingen per </para>
        <para>31 december 2020 vast dat [eiseres] tijdens de AvA van 15 september 2021 niet aanwezig was. Zij is toen dus niet akkoord gegaan met het voorstel van het bestuur om alle per 31 december 2020 uitstaande vergoedingen aan de RvC kwijt te schelden en heeft evenmin nadien afstand van haar recht gedaan om het alsdan onbetwiste  bedrag van NAf 43.200 van IIC te vorderen. Nu noch de aanwezige leden van de RvC noch het bestuur van IIC zonder instemming van [eiseres] daartoe kunnen besluiten of de vereiste instemming stilzwijgend mogen aannemen, komt de vordering van [eiseres] in zoverre voor toewijzing in aanmerking.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de openstaande vergoedingen over de periode </para>
        <para>1 januari 2021 tot 1 juli 2022, overweegt het gerecht dat de AvA op </para>
        <para>15 september 2021 het voorstel van het bestuur van IIC van 29 januari 2021 om de beloning van de RvC met ingang van 2021 te herstructureren naar een vergoeding van NAf 1.500 per officiële vergadering per lid, heeft aangenomen. Dat de AvA hiertoe bevoegd is volgt uit artikel 18, lid 7 van de statuten van IIC, waardoor [eiseres] niet behoefde in te stemmen met een dergelijke wijziging van het aan haar als lid van de RvC toekomende vergoeding. De omstandigheid dat [eiseres] niet tijdens de AvA op 15 september 2021 aanwezig was doet aan het voorgaande niet af, temeer daar dit voorstel van het bestuur ook op de AvA van 29 januari 2021 is besproken en [eiseres] toen wel tegenwoordig en derhalve hiermee bekend was, althans kon zijn. Dit brengt mee dat IIC over de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2022 een bedrag van NAf 1.500 per officiële vergadering aan [eiseres] is verschuldigd, door [eiseres] onweersproken vastgesteld op een totaalbedrag van NAf 10.500.        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De slotsom is dat de vordering van [eiseres] tot een bedrag van NAf 38.700<footnote-ref linkend="_9a67a57d-1dc0-4984-b77c-bda83e4e5a45" /> zal worden toegewezen, te vermeerderen met de niet betwiste wettelijke rente daarover vanaf 19 december 2022.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief.  Dit komt neer op een bedrag van NAf 1.875. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen nu [eiseres] niet heeft gesteld dat deze kosten al zijn betaald aan haar gemachtigde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat IIC (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 332,47 aan oproepingskosten en NAf 2.500 aan gemachtigdensalaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt IIC tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van NAf 38.700, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2022 tot aan de dag van betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt IIC om aan [eiseres] te voldoen NAf 1.875 aan buitengerechtelijke incassokosten; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt IIC in de proceskosten van [eiseres] van NAf 3.582,47; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, bijgestaan door mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9a67a57d-1dc0-4984-b77c-bda83e4e5a45" label="1">
    <para> (NAf 43.200 + NAf 10.500 =) NAf 53.700 -/- het door IIC aan [eiseres] betaalde bedrag van NAf 15.000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>