<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2025:105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T12:47:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202401245</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T12:47:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2025:105 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 03-02-2025 / CUR202401245</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2025:105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanneming van werl, overeengekomene, meer- en minderwerk, schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2025:105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202401245</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 3 februari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiser], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats],  <?linebreak?>eiser in conventie, verweerder in reconventie, <?linebreak?>gevolmachtigde: [gevolmachtigde 1], </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, <?linebreak?>gemachtigde: mr. S.A. Hortencia.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop in conventie en in reconventie<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- <?linebreak?>het verzoekschrift van 11 april 2024;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere producties van [eiser] van 14 november 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 10 december 2024.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Omstreeks januari 2023 hebben partijen een overeenkomst gesloten met betrekking tot de bouw van een appartement en het aanleggen van een zwembad aan [adres] te [land]. Kort nadien hebben partijen deze overeenkomst gewijzigd. De uiteindelijk opgerichte bouwwerken wijken in maatvoering, indeling en ligging (enigszins) af van het overeengekomen bouwplan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De graaf- en bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in een periode tot omstreeks begin juni. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft aan [eiser] op de volgende data de volgende betalingen gedaan, tot een totaalbedrag van NAf 180.000,-: begin februari NAf 50.000,-, 9 februari 2023 NAf 40.000,-, 8 maart 2023 NAf 30.000,-, 28 maart 2023 NAf 20.000,- , 9 mei 2023 NAf 10.000,- en 21 mei 2023 NAf 30.000,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 1 september 2023 heeft deurwaarder R.A. Ramazan namens [eiser] [gedaagde] gemaand om binnen zeven dagen na dagtekening van die brief het bedrag van NAf 15.493,22, vermeerderd met 15% incassokosten aan [eiser] te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft geen betalingen meer aan [eiser] gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en de standpunten van partijen in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 15.493,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023, tot de dag der algehele voldoening, en met buitengerechtelijke incassokosten, en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan de vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag. </para>
        <para>Tussen partijen geldt een overeenkomst op grond waarvan [eiser] bouwwerkzaamheden voor de bouw van een appartement en zwembad voor [gedaagde] diende te coördineren. [gedaagde] heeft niet voldaan aan de voor haar uit die overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen, bestaande uit de aanneemsom en het overeengekomen meerwerk tot een bedrag van in totaal NAf 195.493,22. Zij heeft, ondanks daartoe te zijn aangemaand, een bedrag van NAf 15.493,22 onbetaald gelaten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] betwist de vordering van [eiser] en voert daartoe het volgende aan. [gedaagde] betwist dat partijen de gestelde aanneemsom en meerwerk zijn overeengekomen; zij heeft inmiddels meer betaald dan waar zij uit hoofde van de overeenkomst toe verplicht was. Verder heeft [eiser] het werk niet deugdelijk afgemaakt. Als gevolg hiervan heeft zij schade geleden, bestaande uit de aan een derde en aan materialen te betalen kosten voor het verrichten van de noodzakelijke afbouw- en herstelwerkzaamheden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4	[</nr>
      <para>gedaagde] vordert in reconventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>- voor recht te verklaren dat [eiser] aansprakelijk is voor de door [gedaagde] geleden en te lijden schade, waaronder begrepen gedane betalingen aan de elektricien voor herstelwerkzaamheden en het afronden van het project;</para>
      <para>- [ eiser] te veroordelen tot betaling van NAf 42.000,- althans NAf 25.531,50, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de datum van de eis in reconventie, tot de dag der algehele voldoening, althans een door het gerecht te bepalen bedrag en datum;</para>
      <para>- [ eiser] te veroordelen in de proceskosten;</para>
      <para>- de rechtsmaatregelen in deze te treffen die het gerecht opportuun acht.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan de vordering legt [gedaagde] het volgende ten grondslag. [eiser] heeft het overeengekomen werk niet afgemaakt, dan wel is er sprake geweest van minderwerk, zodat [gedaagde] te veel aan [eiser] heeft betaald. </para>
        <para>Verder heeft [eiser] het werk niet deugdelijk afgemaakt. Als gevolg hiervan heeft zij schade geleden, bestaande uit de aan een derde en aan materialen te betalen kosten voor het verrichten van de noodzakelijke afbouw- en herstelwerkzaamheden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6	 [</nr>
      <parablock>
        <para>eiser] betwist de vordering van [gedaagde] en voert het volgende aan. </para>
        <para>De betalingen door [gedaagde] stroken met de overeenkomst tussen partijen. [eiser] betwist verder dat hij tekort is geschoten in de verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst tussen partijen. De werkzaamheden waren nagenoeg afgerond. Het is juist [gedaagde] die eerst in verzuim is geraakt, door niet te voldoen aan haar betalingsverplichtingen, waarop hij op de bouwwerkzaamheden heeft laten stilleggen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd wordt, voor zover van belang, hierna onder de beoordeling ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vanwege de samenhang tussen de vorderingen en verweren in conventie en in reconventie, zal het gerecht deze gezamenlijk behandelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een overeenkomst tot aanneming van werk. [eiser] heeft zich verbonden om voor [gedaagde] een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen tegen een bepaalde prijs (artikel 7A:1613b van het Burgerlijk Wetboek; BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de verklaringen van partijen ter zitting volgt dat het geschil tussen partijen ziet op de hoogte van de uiteindelijke aanneemsom, het overeengekomen meerwerk en het minderwerk. In reconventie komt daar nog bij dat [gedaagde] stelt dat zij als gevolg van wanprestatie van de zijde van [eiser] schade heeft geleden tot een bedrag van NAf 1.007,38, die zij vergoed wenst te zien. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">aannemingsovereenkomst en aanneemsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen zijn de volgende omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen hen is gesloten en aangepast niet (meer) in geschil:</para>
        <para>Op basis van bouwtekeningen van een derde, hebben partijen in eerste instantie een overeenkomst gesloten voor de bouw van een appartement en het aanleggen van een zwembad voor een aanneemsom van NAf 138.000,-. Deze afspraak is als volgt op papier gezet (p. 1 van productie 3 bij de conclusie van antwoord):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="bold">[adres] Appartments and Pool Construction	138,000.00</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Appartments as specified in the drawings</title>
    <parablock>
      <para>All labor</para>
      <para>Construction materials and paint included</para>
      <para>Doors, Windows, Kitchen, Bathroom and light fixtures and tiles are not included</para>
      <para>Pool pump house and paving of deck included</para>
      <para>Paving stones and related materials not included</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>3 x 6 meter pool with 1 meter x 2 meter depth </title>
    <para>All labor and related material including pump and lights.”</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Bij aanvang van de graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het zwembad is een openbare rioolleiding geraakt. Gebleken is dat de projectie van het zwembad en het appartement zoals op de bouwtekeningen voorgesteld, vanwege de ligging van deze leiding niet mogelijk is. [eiser] heeft daarop een (schets)bouwtekening gemaakt, van een appartement met een oppervlakte van 41,4 m² en een zwembad (p. 2 van productie 3 bij de conclusie van antwoord en p. 2 van productie VI). Partijen hebben de volgende nieuwe afspraken gemaakt: de tekening van [eiser] zal als uitgangspunt dienen voor de bouw van het appartement en de aanleg van het zwembad. Omdat het een ruwe schets was, zou het kunnen dat de uiteindelijke maatvoering daarvan afwijkt. Iedere vierkante meter die uiteindelijk meer dan 41,4 m² wordt gebouwd, brengt een bedrag aan extra kosten mee van NAf 2.000,- per vierkante meter, zo is tussen partijen niet in geschil. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Ten slotte is, blijkens de uitdrukkelijke verklaringen van partijen ter zitting, tussen partijen niet meer in geschil dat op grond van de afspraak van NAf. 2.000,- per vierkante meter boven de 41,4 m² en de uiteindelijke maatvoering van het appartement, [gedaagde] een bedrag van NAf 33.160,- aan meerwerk verschuldigd is (zie ook p. 3 van productie VI). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Tussen partijen is wel in geschil wat de overeengekomen aanneemsom is, op grond van de tekening van [eiser]. [eiser] stelt dat de aanneemsom NAf 153.000,- bedroeg, te weten NAf 15.000,- meer dan de oorspronkelijke aanneemsom, omdat het tweede bouwplan zowel ten aanzien van het appartement als van het zwembad een grotere maatvoering had, naast een andere indeling, te weten twee slaapkamers in plaats van een. [gedaagde] betwist niet dat de afspraak was dat zij voor een grotere maatvoering meer diende te betalen, maar zij betwist dat sprake is van een grotere maatvoering tussen het oorspronkelijk en het uiteindelijk overeengekomen bouwplan, zodat volgens [gedaagde] de uiteindelijk overeengekomen aanneemsom eveneens NAf 138.000,- bedroeg.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt ten aanzien van dit geschilpunt als volgt. Naar ter zitting is komen vast te staan, is de oppervlakte van het appartement op de oorspronkelijke bouwtekeningen kleiner dan die op de schetstekening van [eiser]. Het gaat volgens [eiser] om een verschil van omstreeks 4 m² en volgens [gedaagde] om een verschil van omstreeks 2 m². Het gerecht laat in het midden wat de precieze afmetingen zijn, nu in elk geval tussen partijen vast staat dat er een verschil in maatvoering is tussen beide bouwplannen. Ten aanzien van het zwembad is tussen partijen niet in geschil dat de oorspronkelijk overeengekomen afmetingen van het zwembad “3 x 6 meter met 1 meter x 2 meter diepte”(zie hiervoor onder 4.4.) bedragen. [eiser] stelt, onder meer onder verwijzing naar een verklaring van [belanghebbende 1] (productie VI) dat het zwembad, gebouwd conform de gewijzigde aannemingsovereenkomst, grotere afmetingen heeft, te weten 3,5 x 6,5 meter met een overall diepte van 2 meter. [gedaagde] heeft dat niet gemotiveerd betwist. Aldus is tussen partijen vast komen te staan dat de maatvoering van het uiteindelijk overeengekomen bouwplan zowel ten aanzien van het appartement als van het zwembad groter is dan die van het oorspronkelijk overeengekomen bouwplan. Onder deze omstandigheden volgt het gerecht ook de op die omstandigheden gebaseerde stelling van [eiser] dat de uiteindelijk overeengekomen aanneemsom meer bedroeg dan de oorspronkelijk overeengekomen aanneemsom. Op zichzelf heeft [gedaagde] niet weersproken de stelling van [eiser] dat dat verschil NAf 15.000,- bedraagt. Dit alles leidt het gerecht tot de slotsom dat vast is komen te staan dat de overeengekomen aanneemsom NAf 153.000,- bedraagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">meerwerk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Uit het door [eiser] overgelegde overzicht (p. 2 van productie II bij het verzoekschrift) valt af te leiden dat hij daarin, behalve het overeengekomen meerwerk voor de extra vierkante meters, ook ander meerwerk heeft verwerkt, en overigens ook minderwerk.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.	[</nr>
      <para>gedaagde] stelt dat de kostenposten voor de porch voor een bedrag van NAf 7.808,- en voor het pomphuis voor een bedrag van NAf 3.220,- ten onrechte als meerwerk zijn opgevoerd. Deze posten maakten volgens [gedaagde] (al dan niet gedeeltelijk) deel uit van de offerte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt hierover als volgt. Op het overzicht dat [eiser] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd (zie 4.9.), komt een extra kostenpost voor de porch niet voor. Uit de overige stukken en stellingen kan worden afgeleid dat de uitbreiding van de porch is meegenomen in de berekening van de extra vierkante meters. Zoals hiervoor is overwogen, is tussen partijen niet in geschil dat [gedaagde] voor meerwerk bestaande uit extra vierkante meters een bedrag van NAf 33.160,- verschuldigd is. De stelling van [gedaagde] dat de porch ten onrechte als meerwerk is opgevoerd, kan onder deze omstandigheden dan ook niet slagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Volgens het overzicht van [eiser] valt af te leiden dat hij als meerwerk een bedrag van NAf 700,- per m² voor 4,6 m² = NAf 3.220,- voor het pomphuis in rekening heeft gebracht. Tegenover de betwisting van [gedaagde] dat dit (alles) meerwerk is, heeft [eiser] niets nader gesteld, terwijl de bouw van een pomphuis was opgenomen in de offerte. Het had op de weg van [eiser] gelegen om nader toe te lichten waarom niettemin sprake is van meerwerk. Nu hij dat niet heeft gedaan, laat het gerecht deze post buiten beschouwing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte betwist [gedaagde] de meerwerkpost voor de extra leidingen, benodigd vanwege de gewijzigde ligging van het zwembad op langere afstand van het pomphuis. Althans, [gedaagde] betwist niet dat langere leidingen nodig waren, maar stelt dat zij de facturen voor deze leidingen nimmer heeft kunnen inzien. </para>
        <para>Wat van dat laatste ook zij – [eiser] stelt dat de onderaannemer tevergeefs gepoogd heeft de facturen langs te brengen – dit brengt niet met zich dat [gedaagde] deze post niet hoeft te betalen. Niet in geschil is dat het overeengekomen meerwerk betreft, en gesteld noch gebleken is dat het om een onredelijk bedrag voor het meerdere materiaal gaat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De conclusie ten aanzien van meerwerk is dat de door [eiser] opgevoerde posten van meerwerk zijn komen vast te staan, behoudens de post van NAf 3.220,- voor het pomphuis. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">verrekening met minderwerk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Het gerecht begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat zij een beroep doet op verrekening uit hoofde van minderwerk. De gestelde post van minderwerk van 20 m² minder dan overeengekomen aan klinkers rondom het zwembad heeft [eiser] blijkens zijn overzicht erkend. De overige door [gedaagde] vermelde posten, betreffen alle posten voor werkzaamheden die volgens [gedaagde], nadat tussen partijen onenigheid is ontstaan, niet door [eiser] niet zijn afgewerkt. Als inderdaad werkzaamheden niet zijn afgerond, zoals [gedaagde] stelt en [eiser] betwist, dan is evenwel sprake van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst van de zijde van [eiser], en niet van op te voeren minderwerkposten. Dit leidt tot de conclusie dat er geen te verrekenen minderwerkposten zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Tot slot dient de vraag te worden beantwoord of [gedaagde] aanspraak heeft op een vervangende schadevergoeding. [gedaagde] stelt dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen aanneemovereenkomst, omdat de elektrawerkzaamheden niet waren afgerond. [gedaagde] heeft een derde deze werkzaamheden laten afronden en heeft hem daarvoor een bedrag van NAf 1.007,38 betaald. [gedaagde] heeft dan ook op grond van artikel 6:87 BW haar vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding, ter hoogte van dat bedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen aanneemovereenkomst. Die vraag kan echter onbeantwoord blijven, want ook als dat zo zou zijn, is de vordering van [gedaagde] tot betaling van een vervangende schadevergoeding niet toewijsbaar. Uit artikel 6:87 BW volgt dat er verzuim nodig is, voordat de oorspronkelijke verbintenis kan worden omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. In dit geval volgt uit de verklaringen van partijen dat de gang van zaken tegen het eind van de samenwerking als volgt is geweest. [eiser] heeft [gedaagde] verzocht om een deelbetaling te doen, waarop [gedaagde] heeft geweigerd nog enige betalingen te doen. Vervolgens heeft [eiser] [gedaagde] te kennen gegeven dat zolang zij niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet, hij de werkzaamheden zal laten stilleggen. Dat heeft hij vervolgens gedaan. Op enig moment daarna heeft [gedaagde] werkzaamheden door een derde laten verrichten. Aldus heeft [eiser] vanwege het niet nakomen door [gedaagde] zijn prestaties opgeschort. Daarmee verkeerde hij niet in verzuim jegens [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Dit alles leidt tot de volgende slotsom. De vordering van [eiser] is gegrond op het verschil tussen de som van de aanneemsom en het meerwerk, verminderd met de betalingen van [gedaagde] en het minderwerk. Uit het voorgaande vloeit voort dat de gevorderde hoofdsom van [eiser] tot een bedrag van NAf 12.273,22 (NAf 15.493,22 – NAf 3.220,-) voor toewijzing in aanmerking komt. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. De vorderingen van [gedaagde] komen voor afwijzing in aanmerking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en gebleken dat deze daadwerkelijk en in redelijkheid zijn gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van NAf  12.273,22,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023 tot aan de dag van betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth rechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>