<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2024:279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T10:48:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202403632</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:279">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T10:47:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2024:279 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 26-11-2024 / CUR202403632</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2024:279:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak, algemeen directeur Korpodeko, partijen eens over gewijzigde omstandigheden, billijke vergoeding en Lnt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2024:279:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202403632</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 26 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting <emphasis role="bold">STICHTING KORPORASHON PA DESAROYO DI KORSOU (KORPODEKO),</emphasis></para>
      <para>gevestigd in Curaçao, </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>verweerster in het zelfstandig verzoek, </para>
      <para>gemachtigden: mr. M.F. Murray en mr. K.A. Doekhi, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verweerder].</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verzoeker in het zelfstandig verzoek, </para>
      <para>gemachtigde: mr. H.W. Braam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Korpodeko en [verweerder] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het verzoekschrift van 20 september 2024, met de daarbij overgelegde producties;</para>
        <para>- het verweerschrift met het tegenverzoek en de daarbij overgelegde producties; </para>
        <para>- de nagezonden productie zijdens [verweerder];</para>
        <para>- de mondelinge behandeling op 29 oktober 2024, alwaar namens Korpodeko zijn verschenen dhr. [voorzitter] (voorzitter), dhr. [vice-voorzitter] (vice-voorzitter) en dhr. [secretaris] (secretaris), bijgestaan door de gemachtigden voornoemd. [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd;</para>
        <para>- tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten (nader) toegelicht. Beide gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Korpodeko is een financiële instelling die zich bezighoudt met het bevorderen van het bedrijfsleven op Curaçao. Korpodeko wordt geleid door een bestuur, waaruit een dagelijks bestuur is gevormd. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter, secretaris en penningmeester. De uitvoerende taken liggen bij een algemeen directeur en een financieel directeur, ondersteund door ongeveer 22 medewerkers.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 1 mei 2012 is [verweerder] voor bepaalde tijd in dienst getreden als algemeen directeur. Op 30 april 2014 is de arbeidsovereenkomst omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>verweerder] ontving laatstelijk een basisloon van NAf 19.000,- per maand met een vakantietoelage van 8% per jaar, vermeerderd met NAf 3.100,- per maand aan vergoedingen. Voorts betaalde Korpodeko de ziektekostenverzekering voor [verweerder] en zijn gezin en 2/3 van de pensioenpremies. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vanaf 2020 ontstond er verschil van inzicht tussen het dagelijks bestuur en [verweerder] over de koers van de organisatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In 2020 is een financieel directeur aangesteld. De financieel directeur kreeg in 2021 de bevoegdheid beslissingen van de algemeen directeur te blokkeren. Bij geschillen komt de uiteindelijke beslissing toe aan het dagelijks bestuur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Vanaf 2020 zijn de jaarlijkse evaluaties van [verweerder] negatief. Gewezen wordt op het niet-tijdig aanleveren van verslagen, ontstane achterstanden/vertragingen en communicatie. [verweerder] heeft bezwaar gemaakt tegen de beoordelingen. Het bestuur van Korpodeko heeft geen aanleiding gezien voor herziening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Vanwege ziekte was [verweerder] tussen augustus 2021 en april 2022 minder dan 90 werkdagen aanwezig op het werk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>In 2023 waren er incidenten tussen [verweerder] en twee medewerkers, waarbij is geschreeuwd en gescholden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In 2023 is ten behoeve van [verweerder] een coaching traject gestart. Dit traject is begin 2024 gestopt omdat daarmee het verschil in visie tussen [verweerder] en het bestuur alsmede de verstoorde verhouding niet kon worden weggenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 19 april 2024 heeft een gesprek tussen Korpodeko en [verweerder] plaatsgevonden, waarbij aan [verweerder] is medegedeeld dat Korpodeko voornemens is om het dienstverband te beëindigen. Met het oog hierop is [verweerder] op 22 april 2024 op non-actief gesteld en opgedragen zich ter beschikking te houden voor Korpodeko. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Op 10 mei 2024 heeft [verweerder] zich ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft [verweerder] met ingang van 14 juni 2024 arbeidsongeschikt verklaard. Thans is [verweerder] nog steeds arbeidsongeschikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Bij schrijven van 16 mei 2024 heeft Korpodeko aan [verweerder] te kennen gegeven het dienstverband te willen beëindigen en een ontslagvergunning te zullen aanvragen. In de brief wordt gewezen op achterblijvende resultaten in de periode 2020-2023, een verstoorde verhouding met het dagelijks bestuur, het beëindigen van het coaching traject, intimiderend gedrag jegens het personeel en oneigenlijk gebruik van de creditcard van Korpodeko.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Op 24 mei 2024 heeft Korpodeko bij het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) toestemming gevraagd voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Bij brief van 27 mei 2024 is door Korpodeko aan [verweerder] een officiële waarschuwing gegeven met als reden dat hij na zijn op non-actiefstelling en ziekmelding naar het buitenland was gegaan zonder daarvoor toestemming te vragen. Tevens wijst Korpodeko erop dat [verweerder] zakelijke informatie naar zijn privé emailadres heeft gezonden. [verweerder] wordt voorts gesommeerd alle eigendommen van Korpodeko te retourneren en alle digitale kopieën te verwijderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Bij beschikking van 28 augustus 2024 heeft SOAW partijen naar de rechter verwezen omdat twee commissieleden en de sectordirecteur Arbeid tevens tot het bestuur van Korpodeko behoren, zodat SOAW het verzoek niet kan beoordelen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inzake het verzoek van Korpodeko</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Korpodeko heeft het gerecht verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="lowerroman">
        <listitem>
          <para>de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen op basis van artikel 7A:1615w BW per direct te ontbinden, althans per een in goede justitie te bepalen datum; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>aan [verweerder] primair geen ontslagvergoeding toe te kennen, althans subsidiair een ontslagvergoeding in goede justitie vast te stellen, die verrekend dient te worden op grond van artikel 5 lid 2 Lnt met salarisbetalingen die aan [verweerder] plaatshebben vanaf de datum van diens op non-actiefstelling tot aan het wijzen van een beschikking in deze procedure; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten, waaronder begrepen het gemachtigdensalaris. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Korpodeko legt aan haar verzoek ten grondslag - kort weergegeven - dat sprake is van gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Primair is sprake van gewijzigde omstandigheden. De gewijzigde omstandigheden betreffen een vertrouwensbreuk voortvloeiend uit het niet naar behoren uitvoeren van de functie, verschil van inzicht over de koers van de organisatie, het in strijd met de procedures goedkeuren van leningen en onvoldoende inspanningen verrichten voor de inning, ongeoorloofde afwezigheid, ongewenste omgangsvormen, oneigenlijk gebruik van de creditcard van Korpodeko en het sturen van vertrouwelijke informatie naar zijn privé e-mailadres. Gezien deze omstandigheden komt [verweerder] geen ontslagvergoeding toe, aldus Korpodeko. Indien evenwel toch aanleiding bestaat tot het toekennen van een ontslagvergoeding, dient de hoogte daarvan op grond van artikel 5 lid 1 van de Landsverordening normering topinkomens (Lnt) te worden beperkt. Op grond van artikel 5 lid 2 Lnt dient daarop de vergoeding in de periode dat [verweerder] niet werkzaam was in mindering te worden gebracht. </para>
        <para>Subsidiair stelt Korpodeko zich op het standpunt dat sprake is van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, hetgeen inhoudt dat geen ontslagvergoeding dient te worden toegekend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <parablock>
        <para>verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Benadrukt wordt dat zijn evaluaties tot de komst van de huidige financieel directeur in 2020 altijd goed waren. Dat er bepaalde achterstanden waren kan worden erkend, maar dit vindt ook oorzaak in te ambitieuze organisatieplannen, wat later door het bestuur is erkend. Hierin was tevens het verschil van inzicht tussen partijen over de koers van de organisatie gelegen. Bovendien was sprake van een situatie van hoge werkdruk, een gebrek aan ondersteuning en het bekleden van twee functies, daar [verweerder] tevens de functie van Hoofd Krediet en Ontwikkeling vervulde. Hierbij dient te worden opgemerkt dat jaarverslagen nooit zijn opgevraagd. De rapporten van de interne auditafdeling (IAD) en de jaarlijkse persoonlijke evaluaties waren inderdaad te laat. Dat er op persoonlijke titel leningen zouden zijn goedgekeurd wordt betwist. Alle leningen zijn verstrekt met goedkeuring van het bestuur, dan wel slechts voorwaardelijk toegewezen onder voorbehoud van deze goedkeuring. Bovendien zijn steeds de vereiste inspanningen geleverd om te komen tot inning.</para>
        <para>Het is voorts vast beleid dat creditcards van Korpodeko voor persoonlijke of noodsituaties kunnen worden gebruikt. [verweerder] heeft van de zakelijke creditcard gebruik gemaakt toen hij tijdens een dienstreis door ontstane medische problemen genoodzaakt was langer in het buitenland te verblijven. De gemaakte kosten zijn door het dagelijks bestuur goedgekeurd en vergoed door de verzekeraar. </para>
        <para>Betwist wordt voorts dat werknemers van Korpodeko zich door de houding van [verweerder] onveilig zouden voelen. Er was inderdaad sprake van twee incidenten, maar dit vormde geen aanleiding tot nadere acties of onderzoek. Ook is hiervan pas melding gemaakt nadat [verweerder] al op non-actief was gesteld. Erkend wordt ten slotte dat [verweerder] zakelijke informatie heeft doorgeleid naar zijn persoonlijke computer. Dit was echter nodig om zich te kunnen verdedigen in de onderhavige procedure. Deze gegevens zijn niet met derden gedeeld, aldus [verweerder]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inzake het zelfstandig verzoek van [verweerder]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.	[</nr>
      <para>verweerder] heeft het gerecht verzocht om bij beschikking de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen in de zin van gewijzigde omstandigheden, met toekenning aan [verweerder] van een vergoeding van NAf 810.354,74 alsmede doorbetaling van de ziektekostenpremies van hem en zijn gezin totdat [verweerder] de 65-jarige leeftijd zal hebben bereikt, dan wel een vergoeding naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen, met veroordeling van Korpodeko in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.	[</nr>
      <para>verweerder] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de arbeidsrelatie tussen partijen ernstig is verstoord door aan Korpodeko toe te rekenen gedragingen. [verweerder] maakt aanspraak op een billijke vergoeding. Bij het bepalen van de vergoeding dient rekening te worden gehouden met zijn leeftijd, gezondheid, arbeidsverleden, pensioenbreuk en salaris. [verweerder] stelt zich op het standpunt dat het gerecht bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding niet is gebonden aan de Lnt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Korpodeko heeft gemotiveerd verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan. De verzoeken zullen wegens de samenhang gezamenlijk worden behandeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Opzegverbod</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat er (in beginsel) sprake is van een opzegverbod, omdat [verweerder] nog steeds arbeidsongeschikt is tot het verrichten van werkzaamheden wegens ziekte. Dit opzegverbod staat echter niet in de weg aan een ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van [verweerder]. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ontbinding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uitgangspunt bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek is dat de werkgever ingevolge artikel 7A:1615w lid 1 BW te allen tijde bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden, welke een dringende reden, als bedoeld in artikel 7A:1615o eerste lid BW zouden hebben opgeleverd, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vastgesteld kan worden dat partijen het eens zijn dat er sprake is van gewichtige redenen gelegen in een wijziging van omstandigheden. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is genoegzaam gebleken dat tussen partijen een situatie is ontstaan waarin een behoorlijke samenwerking niet meer mogelijk is. Het primair door Korpodeko verzochte zal daarom worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst zal per 10 december 2024 door het gerecht worden ontbonden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Billijke vergoeding </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vervolgens staat ter beoordeling de vraag of met het oog op de omstandigheden van het geval het billijk voorkomt dat aan [verweerder] op grond van artikel 7A:1615w lid 5 BW een vergoeding wordt toegekend, en zo ja, wat de hoogte van die vergoeding zal moeten zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Korpodeko stelt zich primair op het standpunt dat aan [verweerder] geen billijke vergoeding dient te worden toegekend omdat de verstoorde arbeidsverhouding gezien de feiten en omstandigheden geheel aan [verweerder] valt te verwijten. Subsidiair dient, indien het gerecht aanleiding ziet tot een toekenning, de vergoeding te worden gemaximeerd tot een bedrag van NAf 100.000,- op grond van artikel 5 lid 1 jo artikel 23 lid 2 Lnt. Op dit bedrag dienen op grond van artikel 5 lid 2 Lnt de betaalde vergoedingen vanaf april 2024 in mindering worden gebracht. Voor de gevorderde doorbetaling van de ziektekostenpremies bestaat volgens Korpodeko geen wettelijke basis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Anders dan Korpodeko ziet het gerecht aanleiding om [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Het gerecht acht de genoemde feiten en omstandigheden niet van dien aard dat in het geheel geen vergoeding dient te worden toegekend. Hoewel duidelijk is geworden dat sprake is van verstoorde verhoudingen (ondanks een coaching traject), negatieve evaluaties en achterstanden, is onvoldoende weersproken dat het functioneren ook verband hield met een te ambitieus door de organisatie uitgezet beleid alsmede met inhoudelijke meningsverschillen daarover. Hierbij wordt betrokken dat [verweerder] niet eerder heeft kunnen reageren op het verweten gebruik van de creditcard, waarvoor hij een verklaring heeft gegeven, en de incidenten met twee medewerkers. Deze incidenten zijn overigens niet weersproken, maar de ernst en omvang is het gerecht niet geheel duidelijk geworden. Ook voor de gang van zaken rondom het verstrekken van de leningen is door [verweerder] een, onvoldoende weersproken, verklaring gegeven. Het gegeven dat [verweerder] ongeoorloofd zakelijke e-mails heeft doorgestuurd, hetgeen voor zijn rekening komt, alsmede dat hij tijdens zijn op non-actief stelling en ziekte zonder daarvan mededeling te doen, en derhalve ongeoorloofd, naar het buitenland is gegaan is hierbij eveneens door het gerecht meegewogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding overweegt het gerecht dat zij, hoewel vaststaat dat op Korpodeko en [verweerder] als topfunctionaris de Lnt van toepassing is, bij het bepalen van de omvang van de ontbindingsvergoeding niet gebonden is aan de in de Lnt genoemde maximale vergoeding. In artikel 7 lid 2 van de Lnt is immers bepaald dat betalingen die het maximumbedrag overschrijden onverschuldigd zijn betaald, <emphasis role="italic">tenzij</emphasis> de betaling voortvloeit uit een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Het voorgaande neemt echter niet weg dat het gerecht bij het bepalen van een billijke vergoeding in de zin van artikel 7A:1615w lid 5 BW wel degelijk de normerende werking van deze wet als relevante omstandigheid in haar overwegingen zal betrekken. Dit omdat de genoemde maximering van de Lnt een in recente wetgeving verankerde neerslag vormt van het maatschappelijk breed gedragen gevoel dat in de (semi) publieke sector in beginsel geen plaats (meer) is voor hoge ontslagvergoedingen die betaald worden uit de publieke middelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Voorts zal het gerecht bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding, naast de hiervoor genoemde omstandigheden, rekening houden met de leeftijd van [verweerder] (61 jaar), de tijd dat hij in dienst is geweest bij Korpodeko (12 jaar) en de hoogte van zijn loon. Tevens laat het gerecht de gezondheid van [verweerder] meewegen en de vooruitzichten op een functie met eenzelfde beloning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Alles afwegende, acht het gerecht een billijke vergoeding ten bedrage van NAf 180.000,- bruto aangewezen. De verzochte ziektekostenpremies dienen door [verweerder] zelf te worden betaald en worden niet aan Korpodeko opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht, hoeft niet nader te worden besproken, omdat dit in het licht van wat in deze beschikking al reeds is vastgesteld en overwogen, niet tot een ander oordeel kan leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Nu aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden zal Korpodeko, gelet op artikel 7A:1615w lid 6 BW, in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna genoemde termijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Indien Korpodeko haar verzoek intrekt zal zij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], die tot aan deze uitspraak worden begroot op NAf 1.500 aan gemachtigdensalaris. Als Korpodeko haar verzoek niet intrekt, brengt de uitkomst van deze procedure, waarbij partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, met zich dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	stelt </emphasis>partijen in kennis van haar voornemen de tussen partijen bestaande 	arbeidsovereenkomst met ingang van 10 december 2024 te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden, onder toekenning van na te melden billijke vergoeding ten laste van Korpodeko;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	stelt</emphasis> Korpodeko in de gelegenheid vóór 3 december 2024 gebruik te maken van haar bevoegdheid het verzoek in te trekken;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> Korpodeko voor zover zij haar verzoek intrekt, in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] begroot op een bedrag van NAf 1.500,00 aan gemachtigdensalaris;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>en, voor het geval dat Korpodeko niet vóór 3 december 2024 tot intrekking van het ontbindingsverzoek zal overgaan:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontbindt</emphasis> de tussen Korpodeko en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 10 december 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">kent </emphasis>terzake van die ontbinding aan [verweerder] ten laste van Korpodeko een 	vergoeding toe van NAf 180.000,- bruto;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> deze beschikking, voor wat betreft onder 5.3 en 5.5., uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	compenseert </emphasis>de proceskosten tussen partijen, in die zin dat ieder van hen de eigen kosten draagt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	wijst af</emphasis> het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. D.W.J. Vinkes, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 26 november 2024 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>