<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2024:258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T14:53:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202203735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T14:53:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2024:258 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 09-12-2024 / CUR202203735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2024:258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Bewijswaardering. Huurvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2024:258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202203735 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 9 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[Eiser 1],</title>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. </emphasis>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">REYNHOFF B.V.,</emphasis></para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>eisers in conventie,</para>
      <para>verweerders in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.K.E. Hernriquez <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENNIA CARIBE HOLDING N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.D. Keizer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser 1], Reynhoff en Ennia genoemd. [eiser 1]en Reynhoff worden hierna tezamen [eisers] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 29 mei 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte na tussenvonnis van [eisers];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 16 april 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotities van Ennia;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de processen-verbaal van de getuigenverhoren van 16 en 18 april 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de onderscheiden conclusies na enquête van partijen van 16 september 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij voormeld tussenvonnis van 29 mei 2023 heeft het gerecht [eisers] in de gelegenheid gesteld om bewijs bij te brengen van de stelling dat [eiser 1]voorafgaand aan 1 juli 2018 een <emphasis role="italic">housing allowance</emphasis> ten laste van Ennia genoot. Daartoe heeft het gerecht als volgt overwogen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het gerecht overweegt dat uit de stellingen van [eisers] en Ennia volgt dat de lezingen van partijen ten aanzien van de wederzijdse verbintenissen die zij op dit punt zijn overeengekomen lijnrecht tegenover elkaar staan en dat op basis van de feiten niet zonder meer kan worden vastgesteld of voorafgaand aan 1 juli 2018 voor [eiser 1] een housing allowance van kracht was. [eisers] beroepen zich op de rechtsgevolgen van het bestaan van de housing allowance vóór 1 juli 2018, omdat deze vergoeding volgens [eisers] moet worden meegenomen bij de aan Reynhoff te betalen management fee. Nu Ennia gemotiveerd heeft betwist dat daarvan sprake is, dient [eisers] bij deze stand van zaken overeenkomstig de hoofdregel van artikel 129 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering haar stellingen te bewijzen.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij gelegenheid van de comparitie van 16 april 2024 heeft Ennia het gerecht verzocht terug te komen van voormelde overweging en beslissing. Volgens Ennia dient de gegeven bewijsopdracht geen feitelijk belang, althans is deze onnodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak (onder meer HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800) kan het gerecht terugkomen van een eindbeslissing in een tussenvonnis, indien hem is gebleken dat deze beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Aan het gerecht is niet gebleken dat voormelde overweging en beslissing berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Ennia heeft dat evenmin gesteld. De enkele omstandigheid dat er na het tussenvonnis een rechterswissel heeft plaatsgevonden, zoals Ennia aanvoert onder verwijzing naar onder meer HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:472, brengt niet met zich dat voormeld beoordelingskader voor het terugkomen van eindbeslissingen in een tussenvonnis niet geldt. Dit brengt volgens vaste rechtspraak alleen met zich dat indien een partij na een rechterswissel verzoekt om een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van de opvolgend rechter, dit verzoek niet lichtzinnig mag worden afgewezen. Het gerecht zal dan ook niet terugkomen van de in het tussenvonnis gegeven beslissing. Overigens heeft desverzocht een nadere mondelinge behandeling plaatsgevonden (zie 1.1).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.	[</nr>
      <para>eisers] heeft bewijs aangeboden door het horen van getuigen. Als getuigen zijn gehoord: [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], [getuige 5]en [getuige 6]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 4] hebben allen verklaard niet betrokken te zijn geweest bij en/of niet bekend te zijn met enige afspraken over de (componenten) van de bezoldiging van [eiser 1]. [getuige 3], [getuige 5] en [getuige 6] hebben verklaard dat wel te zijn. Voor zover van belang, hebben laatstgenoemden het volgende verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.	[</nr>
      <para>getuige 3], tot 2021 HR manager bij Ennia, heeft onder meer het volgende verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ik ben verantwoordelijk geweest voor het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot uitbetaling van salaris aan de heer [eiser 1]. Bij de indiensttreding van de heer [eiser 1]zijn er afspraken gemaakt over salarisbetalingen. Wij moesten er voor zorgen, door het verwerken van de salarisadministratie, dat deze afspraken goed werden uitgevoerd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb de vergoedingen van de managers goed in mijn hoofd, dat is allemaal standaard. Ter voorbereiding van vandaag heb ik wel even het een en ander nagekeken met name om de jaartallen goed voor ogen te hebben. Over de inhoud van de afspraken met de heer [eiser 1]herinner ik me het volgende.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [eiser 1]kwam in 2009 voor bepaalde tijd in dienst. Naast zijn basissalaris werd zijn overtocht vergoed, kreeg hij een onkostenvergoeding, een auto, een telefoon van de zaak en een huisvestingtoelage. Na verloop van de bepaalde tijd werd het contract eenmaal verlengd met een jaar. Ook gedurende dat jaar ontving de heer [eiser 1]huisvestingtoelage. Daarna is de arbeidsovereenkomst omgezet in onbepaalde tijd en heeft de heer [eiser 1]nooit meer een betaling van huisvestingsvergoeding ontvangen. Ook heb ik nooit meer een opdracht gekregen om huisvestingsvergoeding uit te betalen dan wel te verrekenen. Wel is het zo dat, in dit specifieke geval, in de payroll de huisvestingsvergoeding enige maanden is blijven doorlopen. In overleg met de heer [eiser 1]is toen besloten om de te veel ontvangen huisvestingsvergoeding in te houden op zijn salaris. Ook is in 2012 een bedrag van NAf 24000,-, huisvestingsvergoeding voor een jaar, verrekend met een lening. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ter verduidelijking de opdrachten die ik kreeg ter verwerking van de afspraken in de salarisadministratie kreeg ik van de directeuren de heer [getuige 6] en in mindere mate de heer [ceo van ennia]. Het was met name de heer [getuige 6] die belast was met de arbeidsvoorwaarden en afspraken gemaakt met directeuren. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verrekening van NAf 24000 waar ik het zojuist over heb gehad is inzichtelijk gemaakt in een specifieke salarisstrook. Ik heb het niet bij me maar ik zou het kunnen nagaan. De lening waar het om ging viel buiten de pay-roll dus het was de afdeling financiën die de verrekening bij heeft gewerkt in een overzicht.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.	[</nr>
      <parablock>
        <para>getuige 5], van 2011 tot en met 2020 Group Director HR van de Ennia groep, heeft onder meer het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In die hoedanigheid ben ik op de volgende wijze betrokken geweest bij afspraken over de bezoldiging van dhr. [eiser 1]. De bezoldiging van directeuren is des aandeelhouders. Gebruikelijk was dat ik na afloop van de gemaakte afspraken op de hoogte werd gesteld, dit deed dhr. [getuige 6]. Vervolgens moest ik deze afspraken in een brief vastleggen gericht aan betrokkenen en de overige afdelingen. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">In het specifieke geval van dhr. [eiser 1]gold een expat regeling gedurende een periode van 10 jaar, dat is de maximumduur van zo’n regeling. Deze houdt in dat er netto afspraken worden gemaakt en alle premies en lasten voor rekening komen van de werkgever. Na verloop van die 10 jaar vervalt die regeling. Verder zou dhr. [eiser 1]de leeftijd van 62 jaar bereiken. Binnen het bedrijf waren er gesprekken gaande om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen naar 65 jaar. Ook vertrok in die periode een directeur en een beoogd opvolger. Om toch te kunnen voldoen aan het vereiste aantal directeuren heeft dhr. [getuige 6] besloten dhr. [eiser 1]te verzoeken om aan te blijven en daarbij te gaan werken met een constructie vanuit zijn management company. Daarbij zou zijn hele compensatie moeten worden omgezet naar een management fee. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Dhr. [ceo van ennia] fungeerde als CEO. Na zijn vertrek heeft dhr. [getuige 6] dhr. [eiser 1]verzocht deze rol op zich te nemen. Het vertrek van dhr. [ceo van ennia] was per ongeveer juni 2017, althans volgens mij. Door dhr. [getuige 6] werd ik op de hoogte gebracht van de door hem met dhr. [eiser 1]gemaakte afspraak dat laatstgenoemde, net als de andere directeuren, een housing allowance zou gaan genieten. Dhr. [getuige 6] heeft mij verzocht om deze afspraak op papier te zetten, zodat hij als tekeningsbevoegde zijn handtekening daaronder kon zetten. Het verzoek zag alleen op de housing allowance en niet op de overige looncomponenten, omdat de gedachte was dat het allemaal zou worden opgenomen in een management fee. Overigens is dit ook zo gebeurd met dhr. [ceo van ennia].</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Alle overige directeuren genoten ook een housing allowance. Dhr. [eiser 1]heeft altijd een housing allowance genoten. Na zijn komst uit Nederland was dit in het kader van de expat regeling. In de housing allowance van dhr. [eiser 1]heeft een wijziging plaatsgevonden en dat was zoals ik zojuist verklaarde bij gelegenheid van het vertrek van dhr. [ceo van ennia]. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De housing allowance werd niet feitelijk uitbetaald omdat was afgesproken dat bij omzetting van het dienstverband naar het werken via de management company verrekeningen zouden plaatsvinden tegen openstaande leningen van dhr. [eiser 1]. Daarbij zou worden uitgegaan van de maandelijkse bedragen tot aan de periode van 1 juli 2018, zodat het niet nodig was om dit bij te houden.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Productie 3 </emphasis>[bij het verzoekschrift]<emphasis role="italic"> is inderdaad de brief waar ik het zojuist over had.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…) Op de vraag of mw. Lanoy op de hoogte was van die kwestie antwoord ik dat mw. Lanoy aan mij rapporteerde, zij werkte meer op uitvoerend niveau.”</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.	[</nr>
      <parablock>
        <para>getuige 6], van 2011 tot en met mei 2018 president-directeur van de Ennia groep, heeft onder meer het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De vraag naar mijn betrokkenheid bij het maken van afspraken over de bezoldiging van dhr. [eiser 1]is een moeilijke vraag. Ik zal u uitleggen waarom. De bezoldiging van directeuren is aan de raad van commissarissen en aandeelhouders. Daar ligt de besluitvorming. In mijn rol lag meer in de uitvoering van de besluitvorming, dus in die zin was ik hierbij betrokken. Dhr. [eiser 1]was al in dienst bij Ennia voordat ik daar kwam werken. Zijn beloningspakket was dus al vastgesteld. Voor dhr. [eiser 1]gold een expat regeling. Dat is een fiscale regeling met diverse voordelen. Ik ben op de hoogte van de ins and outs omdat ik voordat ik bij de Ennia ging werken de belastingadviseur van Ennia was. Mijn advies was om zoveel mogelijk loon in natura af te spreken omdat dat ofwel tegen een lager tarief wordt belast ofwel geheel is vrijgesteld. Fiscaal gezien geldt dit ook voor een housing allowance. Dit was dan ook onderdeel van zijn beloningspakket.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Voor dhr. [eiser 1]gold een expat regeling gedurende de periode van twee keer vijf jaar. Het einde hiervan moet ongeveer eind 2015-2016 zijn geweest. Dit leidde tot besprekingen met de afdeling personeelszaken om te komen tot een ander beloningspakket. Kort gezegd, de housing allowance bleef gehonoreerd, maar werd op een andere wijze in de belastingheffing betrokken. Daar zijn diverse besprekingen over gevoerd en het leidde ertoe dat de housing allowance voor dhr. [eiser 1], net als voor alle anderen bij afloop van de expat regeling, behouden bleef net zoals andere kosten die verband houden met huisvesting zoals telefoon, internet, auto van de zaak.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Zoals ik al eerder aangaf, iedereen die onder een expat regeling viel kreeg een housing allowance, net als alle andere statutair directeuren. En als dat niet het geval was dan is dat achteraf alsnog hersteld. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Gedurende de periode dat ik president-directeur was is de housing allowance aan dhr. [eiser 1]altijd feitelijk uitbetaald, althans ik weet niet of dit niet het geval was, ik heb nooit enige klacht ontvangen. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Productie 3 en 4 </emphasis>[bij het verzoekschrift] <emphasis role="italic">komen mij bekend voor, althans in elk geval de inhoud daarvan. Ik hield geen files bij van personeel, dat liep via de afdeling personeelszaken. Een brief als productie 3 werd dan ook voorbereid door de afdeling personeelszaken en aan mij voorgelegd ter ondertekening. Ik heb nooit enige klacht van Ennia ontvangen over productie 3 en 4.”</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.	[</nr>
      <para>getuige 5] en [getuige 6] hebben beiden verklaard dat [eiser 1]een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>genoot. De verklaringen lopen evenwel enigszins uiteen, waar het gaat om de reden waarom dat zo was. [getuige 5] heeft eerst verklaard dat tussen [getuige 6] en [eiser 1]was afgesproken dat [eiser 1]een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>zou gaan genieten ingaande de datum van het vertrek van de destijds fungerend CEO [ceo van ennia]. Daarna zou [eiser 1]deze rol overnemen en dan net als de andere directeuren, een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>gaan genieten. Nadien heeft [getuige 5] verklaard dat [eiser 1]altijd een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>heeft genoten, eerst uit hoofde van een expat-regeling, nadien vanwege het vervullen van de rol van directeur. [getuige 6] heeft verklaard dat [eiser 1]net als iedereen die onder de expat-regeling viel een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>ontving, en dat na verloop van de periode waarvoor deze regeling gold van twee maal vijf jaar, besprekingen hebben plaatsgevonden om tot een ander beloningspakket te komen, waarbij de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>bleef gehonoreerd, maar op een andere wijze in de belastingheffing werd betrokken. De getuigenverklaring van [getuige 6] loopt voorts uiteen met de schriftelijke verklaring van [getuige 6], die [eisers] heeft overgelegd (productie 4 bij het verzoekschrift). Daarin verklaart [getuige 6] <emphasis role="italic">“dat hij in augustus 2017 met [eiser 1]had afgesproken dat hij de algemene leiding van de werkmaatschappijen van ENNIA op zich zou nemen gelet op het feit dat de heer  [ceo van ennia] in juni van dat jaar zijn ontslag had ingediend. Voorts is ondergetekende met de heer [eiser 1]overeengekomen dat hij per 1 augustus 2017 een bedrag van ANG 5.000,- bruto per maand zou krijgen als huisvestingsvergoeding. Deze vergoeding was gebaseerd op de huisvestingsvergoeding die de overige directeuren binnen de Groep ook krijgen.” </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Ook ten aanzien van de wijze van uitbetaling dan wel verrekening van de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>lopen de verklaringen van [getuige 6] en [getuige 5] uiteen. [getuige 6] heeft verklaard dat gedurende de periode dat hij president-directeur was de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>steeds feitelijk aan [eiser 1]werd uitbetaald, althans dat hij niet weet of dit niet het geval is geweest, omdat hij nooit een klacht hierover heeft ontvangen. Over een afspraak tot verrekening heeft [getuige 6] niet verklaard. [getuige 5] daarentegen heeft verklaard dat de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>feitelijk niet werd uitbetaald, omdat was afgesproken dat bij omzetting van het dienstverband van [eiser 1]naar het werken via de management company verrekeningen zouden plaatsvinden tegen openstaande leningen van [eiser 1]. Aldus werd die verrekening wel geadministreerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Voor beide laatstvermelde verklaringen kan in de overgelegde stukken geen steun worden gevonden. Er zijn geen salarisstroken – die voor het overige overigens zeer gespecificeerd zijn – van na eind 2012 overgelegd, waarop is te zien dat de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>deel uitmaakte van de bezoldiging van [eiser 1], en dat de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>werd uitbetaald dan wel werd verrekend met een openstaande lening. Evenmin is een stuk overgelegd, waaruit enige vorm van verrekening blijkt. Dat deze verklaringen geen steun vinden in de stukken, omdat de aanspraak op <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>noch de verrekening van de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>met openstaande leningen werd geadministreerd, zoals [eisers] stelt, acht het gerecht niet aannemelijk. Het is hoogst ongebruikelijk dat in een onderneming van de aard en omvang van Ennia ten aanzien van een functie als die [eiser 1]daar bekleedde geen volledige administratie wordt gevoerd, zeker niet waar het gaat om zulke omvangrijke bedragen. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat en waarom gedurende een periode van vijf jaar niets aan verrekening met een omvangrijke geldlening werd bijgehouden, enkel en alleen met het oog op het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd door [eiser 1]per juli 2018 en het daarna overstappen van een dienstverband naar een opdrachtrelatie. Dit geldt te meer, nu niet in geschil is dat tot het ingaan van het dienstverband voor onbepaalde tijd de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>op de salarisstroken van [eiser 1]was vermeld en blijkens een brief van Ennia van 1 oktober 2012 (productie 3 bij het verzoekschrift; zie 2.2 van het tussenvonnis), overigens medeondertekend door [getuige 6], de gedurende de periode van september 2011 tot en het september 2012 ten onrechte niet uitbetaalde <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>tot een bedrag van NAf 24.000,- is verrekend met een openstaande lening bij Ennia. Bovendien staan op de wel overgelegde salarisstroken gedetailleerd de overige salariscomponenten en inhoudingen vermeld, waaronder de inhouding van rentebedragen op de openstaande leningen van [eiser 1]bij Ennia. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Tegenover de verklaringen van [getuige 6] en [getuige 5] staat de verklaring van [getuige 3], dat de betaling van een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>aan [eiser 1]samenviel met de duur van zijn overeenkomst voor bepaalde tijd, dat nadien [eiser 1]nooit meer enige betaling aan <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>heeft ontvangen en dat zowel tijdelijk te veel als te weinig ontvangen <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>is ingehouden op het salaris van [eiser 1]onderscheidenlijk verrekend met een openstaande lening. Deze verklaring vindt in zoverre steun in de overgelegde salarisstroken van [eiser 1]van na eind 2012 waarop de <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>als looncomponent niet voorkomt en voormelde brief van Ennia van 1 oktober 2012 (productie 3 bij het verzoekschrift; zie 2.2 van het tussenvonnis). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is [eisers] er niet in geslaagd te bewijzen dat [eiser 1]voorafgaand aan 1 juli 2018 een <emphasis role="italic">housing allowance</emphasis> ten laste van Ennia genoot. De verklaringen van [getuige 6] en [getuige 5] van die strekking lopen op relevante punten uiteen en vinden geen steun in de overgelegde stukken, anders dan de brief en de schriftelijke verklaring van [getuige 6] (producties 3 en 4 bij het verzoekschrift), die op hun beurt uiteenlopen met de getuigenverklaring van [getuige 6]. Aldus is deze stelling niet vast komen te staan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Dit leidt er toe dat het gerecht, in overeenstemming met hetgeen het gerecht heeft overwogen in r.o. 4.9 van het tussenvonnis, het nadere HBN-rapport en het Deloitte-rapport tot uitgangspunt zal nemen waarin de management fee is vastgesteld op NAf 46.329,29 per maand en [eisers] in de gelegenheid zal stellen om – al dan niet met een deskundige – zich (inhoudelijk) uit te laten over (de eindberekening in) het Deloitte-rapport, waarna Ennia mag reageren. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Uiteraard staat het partijen ook in deze stand van de procedure vrij te onderzoeken of een minnelijke regeling tot de mogelijkheden behoort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Zoals in het tussenvonnis is overwogen, heeft [eisers] niet betwist dat Ennia haar vordering uit hoofde van een drietal leningen op [eiser 1]mag verrekenen met hetgeen aan Reynhoff in conventie toekomt. Het gerecht heeft voorts iedere beslissing aangehouden, in verband met de nauwe verwevenheid tussen de onderbouwing van het verweer van [eisers] dat Ennia bij de berekening van de openstaande leningen de aflossing van lening 1 via de <emphasis role="italic">housing allowance</emphasis> ten onrechte niet heeft meegenomen en de bewijsopdracht in conventie. Nu, zoals hiervoor onder 2.13 is overwogen, in conventie niet vast is komen te staan dat [eiser 1]voor 1 juli 2018 een <emphasis role="italic">housing allowance </emphasis>ten laste van Ennia genoot, slaagt het op deze stelling gegronde verweer niet. De beslissing ten aanzien van wat dit betekent voor de (berekening van de hoogte van) de vordering in reconventie, en daarmee iedere verdere beslissing, houdt het gerecht ook nu in verband met nauwe verwevenheid aan, in afwachting van de aktewisseling in conventie (zie 2.14). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van maandag 3 februari 2025 voor akte zijdens [eisers] (zie 2.14), waarna Ennia bij antwoordakte mag reageren; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2024. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>