<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2024:230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T09:49:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202400220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:230">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2024:230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T09:49:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2024:230 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 28-10-2024 / CUR202400220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2024:230:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis nakoming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2024:230:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202400220</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 28 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats],  <?linebreak?>eiseres, <?linebreak?>gemachtigde: mr. S.I. da Costa Gomez,</para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde], </emphasis>
        <?linebreak?>wonend in [woonplaats], <?linebreak?>gedaagde, <?linebreak?>procederend in persoon. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis van 24 juni 2024;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de akte uitlating zijdens [eiseres];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aan [gedaagde] verleende akte niet-dienen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij het tussenvonnis heeft het gerecht overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat het bedrag van NAf 10.006,76 ziet op het openstaande bedrag bij Island Finance per 5 september 2023 van de lening die [belanghebbende 1] op eigen naam ten behoeve van [gedaagde] heeft afgesloten. Verder heeft het gerecht [eiseres] desverzocht in de gelegenheid gesteld om een en ander te verifiëren naar aanleiding van de stelling van [gedaagde] dat de schuld van [belanghebbende 1] bij Island Finance vanwege de levensverzekering is afgelost, en zich daarna uit te laten over de vraag of er een openstaande schuld is op naam van [belanghebbende 1] bij Island Finance. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij voormelde akte heeft [eiseres] overgelegd een afschrift van het vonnis van het gerecht van 19 december 2022 in zaak nummer CUR202101308 inzake Island Finance tegen [belanghebbende 1]. Bij dat vonnis heeft het gerecht [belanghebbende 1] onder meer veroordeeld om aan Island Finance te betalen een bedrag van NAf 17.581,72. [eiseres] stelt dat deze veroordeling de geldlening betreft die [belanghebbende 1] op eigen naam ten behoeve van [gedaagde] heeft afgesloten. Tussen het vonnis en het overlijden van [belanghebbende 1] heeft [gedaagde] aan [belanghebbende 1] nog betalingen verricht, waarna het bedrag van NAf 10.006,76 resteerde. Er staat dus nog een schuld open op naam van [belanghebbende 1] bij Island Finance, aldus [eiseres], en deze is niet vanwege de levensverzekering van [belanghebbende 1] afgelost, zoals [gedaagde] heeft gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een antwoordakte te dienen. [gedaagde] heeft voormelde stellingen van [eiseres] dan ook niet betwist, zodat deze tussen partijen vast zijn komen te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Dit leidt tot de slotsom dat ook het gevorderde deelbedrag van NAf 10.006,76 voor toewijzing in aanmerking komt. Ook de gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 360,93 aan oproepingskosten en NAf 2.500 aan gemachtigdensalaris (2,5 punten in tarief 4). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Onvoldoende gesteld en gebleken is dat daadwerkelijk en in redelijkheid buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, zodat de verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, wordt aan [eiseres] verlof verleend om kosteloos te procederen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent [eiseres] toestemming om kosteloos te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van NAf 21.281,76, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 26 jaunari 2024 tot de dag dat volledig is betaald; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] van NAf 3.610,93;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth rechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>