<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2023:70</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-24T23:19:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202200195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/37 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:70">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:70</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-14T11:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2023:70 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 12-04-2023 / CUR202200195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2023:70:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is de waarde van de onroerende zaak, gelegen op een perceel erfpachtsgrond. Belanghebbenden hebben ter zitting ingestemd met de waarde voor de onroerende zaak zoals vastgesteld door de Inspecteur in de bezwaarfase. Reden daarvoor is dat vaststaat dat de waarde van de grond niet is meegenomen in de taxatie van de taxateur en dat belanghebbenden zich ter zitting hebben aangesloten bij het standpunt van de Inspecteur dat bij de vaststelling van de OZB-waarde de waarde van de grond wel meegenomen dient te worden. Het Gerecht acht dit eensluidende standpunt van partijen juridisch juist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2023:70:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="27ffa8cb-bd3c-43fc-84e0-1f6f01e56308" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="54eb144d-b660-47dd-b9e3-0fa7893a3ac9" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 12 april 2023</para>
    <para>BBZ nr. CUR202200195</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>domicilie kiezend te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbenden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbenden is ter zake van de onroerende zaak [de onroerende zaak] (hierna: de onroerende zaak) op 5 oktober 2021 een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor het jaar 2019 opgelegd naar een belastbare waarde van NAf 210.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbenden hebben op 12 november 2021 tegen de aanslag bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 7 december 2021 bij uitspraak op bezwaar de aanslag verminderd naar een belastbare waarde van NAf 105.000. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbenden hebben op 26 januari 2022 beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbenden hebben daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbenden hebben het beroep op 9 februari 2022 nader aangevuld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 21 maart 2023 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2023 te Willemstad. Namens belanghebbenden is verschenen [A]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [B] en [C].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De onroerende zaak is een woonhuis staande op een perceel erfpachtgrond van 1.040 m2. Het betreft een leegstaand woonhuis, waarin vernielingen zijn aangericht en waarvan onder andere de ramen zijn gestolen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Tot de gedingstukken behoort een door belanghebbenden ingebracht taxatierapport van taxateur [K]. De marktwaarde is in het taxatierapport vastgesteld op NAf 80.000. In het taxatierapport is de waarde van de grond niet meegenomen bij de waardebepaling. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is of de Inspecteur de waarde per waardepeildatum 1 januari 2019 te hoog heeft vastgesteld. Belanghebbenden beantwoorden deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Waarde onroerende zaak</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ter zitting hebben belanghebbenden ingestemd met een waarde voor de onroerende zaak, zoals door de Inspecteur in de bezwaarfase vastgesteld, van NAf 105.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Reden daarvoor is dat vaststaat dat de waarde van de grond niet is meegenomen in de taxatie van de taxateur en dat belanghebbenden zich ter zitting hebben aangesloten bij het standpunt van de Inspecteur dat  bij de vaststelling van de OZB-waarde de waarde van de grond wel meegenomen dient te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het Gerecht acht dit eensluidende standpunt van partijen juridisch juist. Dat de waarde van de grond meegenomen dient te worden bij de waardebepaling voor de OZB, leidt het Gerecht onder andere af uit de wettekst van artikel 5, lid 2 Landsverordening onroerendezaakbelasting 2014 (hierna: LOZB). Dit artikel luidt: “de heffingsmaatstaf is de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de <emphasis role="italic">volle en onbezwaarde eigendom</emphasis> daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen”. Uit de tekst van de wet blijkt dat er voor de waardebepaling van uit moet worden gegaan dat de verkrijger de volle en onbezwaarde eigendom zal krijgen, dat betekent dus dat ervan uit moet worden gegaan dat alle rechten bij één persoon zijn. Derhalve ook het (zakelijk) recht op gebruik van de grond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast blijkt uit de Memorie van Toelichting dat voor de waardebepaling geen rekening wordt gehouden met, zoals in deze situatie het geval is, het recht van erfpacht. In de Memorie van Toelichting bij de Vaststelling Landsverordening onroerendezaakbelasting 2014, is bij artikel 5, lid 2 LOZB het volgende vermeld:</para>
        <para>“Artikel 5</para>
        <para>	(..)</para>
        <para>De omschrijving van het tweede lid leidt ertoe dat in beginsel moet worden uitgegaan van de prijs welke zou kunnen worden verkregen bij openbaar aanbod van de onroerende zaak. Daarbij moet worden opgemerkt dat een verkoop op een openbare veiling in het algemeen voor onroerende zaken niet is aan te merken als de voor de zaak geschiktste wijze van aanbieding. Veelal vindt een verkoop op een openbare veiling ook niet plaats na de beste voorbereiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De ficties bewerkstelligen dat een objectieve waarde wordt bepaald, waarbij wordt geabstraheerd van de feitelijke eigendoms- en gebruikssituatie van de onroerende zaak. De juridische en persoonlijke band tussen de belastingplichtigen (eigenaar en gebruiker) en de onroerende zaak wordt doorgesneden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De overdrachtsfictie houdt in dat bij de waardering wordt gedaan alsof sprake is van een volle en onbezwaarde overdracht van de onroerende zaak; een fictieve verkoop van de volle en onbezwaarde eigendom. Alle rechten worden geacht in één hand te zijn! Met zakelijke beperkte rechten, zoals recht van erfpacht, recht van opstal, recht van vruchtgebruik en recht van gebruik en bewoning, wordt bij de waardering geen rekening gehouden. De ficties moeten bewerkstelligen dat de te hanteren waarde in sterke mate wordt geobjectiveerd.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Nu belanghebbenden hebben ingestemd met de waarde van de onroerende zaak, zoals vastgesteld in de bezwaarfase, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 12 april 2023, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier, 	De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200</para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>