<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2023:67</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-14T13:42:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202103271</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/32 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:67">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:67</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-06T15:14:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2023:67 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 27-01-2023 / CUR202103271</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2023:67:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is allereerst of de Inspecteur belanghebbendes bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het bezwaar van belanghebbende is gericht tegen de waarde van de onroerende zaak en betreft het jaar 2018. Ingevolge artikel 9, lid 1, Landsverordening onroerendezaakbelasting 2014 (LOZB) kan de belanghebbende slechts in het tijdvak 2014-2018 alleen bezwaar tegen de vastgestelde waarde maken en dat is alleen mogelijk over het jaar 2014. Op grond van voornoemde bepalingen is het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk. Ten overvloede voert het Gerecht aan dat indien wel bezwaar tegen de aanslag 2018 mogelijk zou zijn geweest, zou het bezwaar terecht niet ontvankelijk zijn verklaard. Immers, belanghebbende heeft het bezwaar buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend en de omstandigheid dat belanghebbende ongeveer een jaar voordat de aanslag is opgelegd een auto-ongeluk heeft gehad en als gevolg daarvan lijdt aan geheugenstoornissen vormt geen bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Indien belanghebbende als gevolg van geheugenstoornissen niet zelf in staat was om zorg te dragen voor een adequate behartiging van zijn (belasting)belangen, mocht immers van hem, dan wel van personen in zijn directe omgeving, worden verwacht dat hij daarvoor tijdig hulp zou inschakelen. Belanghebbende heeft dat niet gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2023:67:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3ea959b6-af2e-4340-b317-bb3ee31337ba" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="add8269c-c62f-4b55-9e6c-b4899f3e9929" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 27 januari 2023</para>
    <para>BBZ nr. CUR202103271</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is ter zake van de onroerende zaak Cas Abou kavel 4 op 30 november 2018 een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor het jaar 2018 opgelegd naar een waarde van NAf 1.200.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 8 maart 2021 tegen de aanslag bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 27 augustus 2021 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 26 oktober 2021 tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 17 mei 2022 en 18 mei 2022 nadere stukken ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2022. Belanghebbende is verschenen, vergezeld door zijn vader en [A], verbonden aan advocatenkantoor [X]. Namens de Inspecteur is, zonder voorafgaand bericht, niemand verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en ingebracht. Het onderzoek ter zitting is aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De Inspecteur heeft, na afloop van de zitting, op 9 november 2022 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Een tweede zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2022. Belanghebbende is verschenen, vergezeld door zijn vader en [A], verbonden aan advocatenkantoor [X]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [B] en [C]. Belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en ingebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Tot de gedingstukken behoort een verklaring gedagtekend 8 november 2022 van een Orthopaedisch Chirurg. Deze verklaring luidt, voor zover van belang, als volgt:</para>
        <para>“Hierbij verklaart ondergetekende dat de heer [Belanghebbende] (..) sedert mei 2018 bij mij in behandeling is voor lage rugklachten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de voorgeschiedenis heeft hij een auto ongeval de dato 24 december 2017, waarna hij rugklachten heeft overgehouden, maar tevens hoofdpijn en vergeetachtigheid als teken van doorgemaakte contusio cerebri ten gevolge van het ongeval. </para>
        <para>(..)</para>
        <para>De laatste tijd heeft hij ook veel minder of nagenoeg geen rugklachten meer, maar de andere klachten bestaan nog altijd (..).”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <para>In geschil is allereerst of de Inspecteur belanghebbendes bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast is de waarde van de onroerende zaak in geschil.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Vooraf</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft geklaagd over de late inbreng van het verweerschrift van de Inspecteur. Het verweerschrift is na afloop van de eerste mondelinge behandeling ingediend. Het Gerecht dient ervoor te waken dat de processuele positie van een partij niet wordt geschaad door een te late inbreng van stukken. Dit geldt temeer als die stukken ook in een eerdere fase van de procedure hadden kunnen worden ingebracht, zoals hier het geval is. Het Gerecht is van oordeel dat het verweerschrift als tardief moet worden aangemerkt en zal derhalve niet tot de stukken van het geding worden gerekend. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid bezwaar</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Belanghebbende is in beroep gekomen tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaarschrift. Het Gerecht zal daarom eerst de ontvankelijkheid van belanghebbendes bezwaar beoordelen alvorens tot een eventuele inhoudelijke behandeling over te kunnen gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het bezwaar van belanghebbende is gericht tegen de waarde van de onroerende zaak. Ingevolge artikel 9, lid 1, Landsverordening onroerendezaakbelasting 2014 (LOZB) kan de belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld, bezwaar indienen bij de Inspecteur tegen de vastgestelde waarde. Dit betekent dat in het tijdvak 2014-2018 alleen bezwaar tegen de vastgestelde waarde mogelijk is over het jaar 2014. Dat is alleen anders indien zich een omstandigheid voordoet, als bedoeld in artikel 8 LOZB. Daarvan is hier geen sprake. Op grond van voornoemde bepalingen is het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk. De Inspecteur heeft het bezwaar derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten overvloede</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ook indien wel bezwaar tegen de aanslag 2018 mogelijk zou zijn geweest, zou het bezwaar terecht niet ontvankelijk zijn verklaard. Immers, belanghebbende heeft het bezwaar buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend en de omstandigheid dat belanghebbende ongeveer een jaar voordat de aanslag is opgelegd een auto-ongeluk heeft gehad en als gevolg daarvan lijdt aan geheugenstoornissen vormt geen bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Indien belanghebbende als gevolg van geheugenstoornissen niet zelf in staat was om zorg te dragen voor een adequate behartiging van zijn (belasting)belangen, mocht immers van hem, dan wel van personen in zijn directe omgeving, worden verwacht dat hij daarvoor tijdig hulp zou inschakelen. Belanghebbende heeft dat niet gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Met betrekking tot het griffierecht merkt het Gerecht op dat belanghebbende NAf 50 aan griffierecht verschuldigd is maar per abuis het tarief voor rechtspersonen ad NAf 150 heeft betaald. Het Gerecht zal de griffier de opdracht geven het te veel betaalde griffierecht van NAf 100 te restitueren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de griffier op het teveel betaalde bedrag aan griffierecht van NAf 100 te restitueren.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 27 februari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier, 	De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200</para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>