<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2023:48</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-24T15:31:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202200058 en CUR20220005 en CUR202200378 en CUR202200379</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/23 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:48">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:48</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-17T15:21:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2023:48 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-03-2023 / CUR202200058 en CUR20220005 en CUR202200378 en CUR202200379</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2023:48:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbendes beroep had uiterlijk 27 oktober 2021 ingediend moeten worden, maar is echter op 31 december 2021 ingediend. Belanghebbende heeft betoogd dat zij de uitspraken op bezwaar pas in oktober 2021 heeft ontvangen. In de betwisting van de tijdige ontvangst ligt de betwisting van de tijdige bekendmaking van de uitspraken op bezwaar besloten. De Inspecteur is niet geslaagd in zijn bewijslast bewijs te leveren van de tijdige bekendmaking. Daarom merkt het Gerecht als de dag van bekendmaking de dag van ontvangst van de uitspraken op bezwaar. Nu belanghebbende op 31 december 2021 in beroep is gekomen, is belanghebbende alleen ontvankelijk in haar beroep als vaststaat dat zij de uitspraken op bezwaar op 31 oktober 2021 of later heeft ontvangen. Belanghebbende heeft aangevoerd de exacte ontvangstdatum niet te kennen en gesteld geen bewijs te hebben dat de uitspraken op bezwaar daadwerkelijk door haar op 31 oktober 2021 en niet eerder zijn ontvangen. Het Gerecht verklaart belanghebbende daarom niet- ontvankelijk in haar beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2023:48:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e240e43f-520d-4431-95b9-5a1b8db6fcdf" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dd17049e-746e-4728-9a05-33c8c3c01abd" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 14 maart 2023</para>
    <para>BBZ nrs. CUR202200058 en CUR20220005 en CUR202200378 en CUR202200379</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende zijn op 6 december 2019 voor het jaar 2017 aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ  naar een belastbaar inkomen van NAf 94.646 en een premie-inkomen van NAf 98.982 opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 5 februari 2020 tegen bovengenoemde aanslagen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 27 augustus 2021 de aanslagen gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende is in beroep gekomen tegen de uitspraken van de Inspecteur.</para>
        <para>Belanghebbende heeft op 31 december 2021 haar beroepschrift naar de Inspectie gemaild met het verzoek aan de Inspecteur het beroepsschrift door te sturen naar het Gerecht. Op 3 januari 2022 heeft belanghebbende het beroepschrift wederom zelf opgestuurd naar het Gerecht. Voor het instellen van beroep heeft belanghebbende een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 12 januari 2023 via de e-mail verweer gevoerd en bij zijn e-mail als bijlage een screenprint gevoegd waaruit blijkt dat de aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ zijn verminderd naar aanslagen naar respectievelijk een belastbaar inkomen van NAf 78.279, een premie- inkomen van NAf 82.615 (premies AOV/AWW en AVBZ) en NAf 86.881 (premie BVZ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2023 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, vergezeld van [A]. De Inspecteur is, zonder berichtgeving en alhoewel op de juiste wijze te zijn opgeroepen, niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Ontvankelijkheid beroep</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In artikel 31, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De onderhavige uitspraken op bezwaar zijn gedagtekend op 27 augustus 2021. Het beroepschrift had derhalve uiterlijk 27 oktober 2021 ingediend moeten worden. Het beroepschrift is op 31 december 2021 ingediend, echter abusievelijk bij de Inspecteur in plaats van bij het Gerecht. Het tijdstip van indiening bij de Inspecteur geldt als tijdstip van indiening bij het Gerecht (GEA Curaçao 31 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:110). Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De regel dat beroep moet worden ingediend binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraken op bezwaar leidt uitzondering indien de uitspraken op bezwaar ná de datum van dagtekening zijn bekendgemaakt. In dat geval vangt de beroepstermijn pas aan op de dag na de bekendmaking van de uitspraken op bezwaar door de Inspecteur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft betoogd dat zij de uitspraken op bezwaar pas in oktober 2021 heeft ontvangen. In de betwisting van de tijdige ontvangst ligt de betwisting van de tijdige bekendmaking van de uitspraken besloten. In dat geval ligt het op de weg van de Inspecteur om bewijs te leveren van de tijdige bekendmaking. Dat bewijs heeft de Inspecteur niet geleverd. Het Gerecht zal daarom als de dag van bekendmaking aanmerken de dag van ontvangst van de uitspraken op bezwaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Aangezien belanghebbende op 31 december 2021 in beroep is gekomen, is belanghebbende alleen ontvankelijk in haar beroep in het geval vaststaat dat zij de uitspraken op bezwaar op 31 oktober 2021 of later heeft ontvangen. Indien belanghebbende de uitspraken op bezwaar immers vóór 31 oktober 2021 heeft  ontvangen, dan is zij niet- ontvankelijk in haar beroep. Belanghebbende heeft ter zitting aangevoerd de exacte ontvangstdatum niet te kennen en ze heeft gesteld geen bewijs te hebben dat de uitspraken op bezwaar daadwerkelijk door haar op 31 oktober 2021 en niet eerder zijn ontvangen. Het Gerecht verklaart belanghebbende daarom niet ontvankelijk in haar beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Ten overvloede merkt het Gerecht op dat belanghebbende ter zitting heeft verklaard het eens te zijn met de berekening die de Inspecteur in zijn e-mail van 12 januari 2023 uiteen heeft gezet en de door de Inspecteur voor het jaar 2017 vastgestelde belastbare en premie-inkomens. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2017 niet- ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 14 maart 2023, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier, 				De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200</para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>