<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2023:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T14:30:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202203852</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2023:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T14:29:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2023:138 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 05-06-2023 / CUR202203852</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2023:138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot ontruiming wegens huurachterstand afgewezen, omdat niet is komen vaststaan dat tussen partijen een huurovereenkomst bestaat</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2023:138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </emphasis>
      </para>
      <para>Afdeling Civiel</para>
      <para>Zaaknummer: CUR202203852</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van 5 juni 2023 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[Eiser sub 1],</title>
    <para>wonend in Curaçao, </para>
    <para>2. [<emphasis role="bold">Eiseres sub 2] L</emphasis>,</para>
    <para>wonend in Curaçao, </para>
    <para>3. [<emphasis role="bold">Eiser sub 3]</emphasis>,</para>
    <para>wonend in Curaçao, </para>
    <para>4. [<emphasis role="bold">Eiseres sub 4]</emphasis>,</para>
    <para>wonend in Nederland,</para>
    <para>5<emphasis role="bold">. [Eiser sub 5]</emphasis>,</para>
    <para>wonend in Nederland,</para>
    <para>6. [<emphasis role="bold">Eiser sub 6]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonend in Curaçao, </para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[Gedaagdesub1],</title>
    <parablock>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>2.<emphasis role="bold">[Gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.O. Gomes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] c.s. en [gedaagden] c.s. worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <para>- het inleidend verzoekschrift met producties, ingediend op 7 oktober 2022;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord met producties, ingediend op 6 februari 2023;</para>
      <para>- de productie van [gedaagden] c.s., ingediend op 4 mei 2023;</para>
      <para>- de comparitie van partijen op 9 mei 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op 19 juni 2023, maar zal vandaag bij vervroeging worden uitgesproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1	[</nr>
      <para>eisers] c.s. zijn de kinderen en enige erfgenamen van [naam 1] (hierna: erflater). Erflater is overleden op 27 april 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Erflater was in het verleden eigenaar van de woningen c.q. appartementen te Souax aan het adres [adres woningen] (hierna: de woningen).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De woningen worden bewoond door [gedaagden] c.s.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1	[</nr>
      <para>eisers] c.s. vorderen – samengevat en zakelijk weergegeven – dat [gedaagden] c.s. zullen worden veroordeeld tot ontruiming van de woningen met de hunnen en het hunne, onder afgifte van de sleutels, zulks op verbeurte van een dwangsom, met machtiging van [eisers] c.s. om [gedaagden] c.s. met de hunnen met behulp van de sterke arm te doen verwijderen, met veroordeling van [gedaagden] c.s. in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In het licht van de feiten leggen [eisers] c.s. aan deze vordering het volgende ten grondslag. De woningen vallen in de nalatenschap waartoe [eisers] c.s. als erfgenamen van erflater voor gelijke delen gerechtigd zijn. Erflater en [gedaagden] c.s. zijn in het verleden met elkaar mondeling een huurovereenkomst met betrekking tot de woningen aangegaan. Daarbij is een maandelijkse huurprijs van NAf 600,- per woning overeengekomen, in totaal NAf 1.200,- per maand. Sinds het overlijden van erflater hebben [gedaagden] c.s. ondanks sommaties geen huur meer betaald. Daardoor is – gerekend tot en met oktober 2022 – een schuld van NAf 50.400,- van [gedaagden] c.s. aan [eisers] c.s. ontstaan. [eisers] c.s. vorderen voor alsnog geen betaling maar ontruiming, zodat zij weer over hun eigendommen zullen kunnen beschikken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3	[</nr>
      <para>gedaagden] c.s. voeren gemotiveerd verweer tegen deze vordering en concluderen om [eisers] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering dan wel deze af te wijzen met veroordeling van [eisers] c.s. in de proceskosten, alles uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen, voor zover voor de beoordeling van belang, zal hierna worden ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op [eisers] c.s. als eisende partijen rust de stelplicht en de bewijslast. Zij stellen dat erflater een mondelinge huurovereenkomst met [gedaagden] c.s. is aangegaan. Elke onderbouwing van die stelling ontbreekt. Ter comparitie heeft de gemachtigde van [eisers] c.s. desgevraagd verklaard dat er geen hard bewijs is voor het bestaan van de mondelinge huurovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Tegen de stelling van [eisers] c.s. dat zij de woningen hebben gehuurd, voeren [gedaagden] c.s. het verweer dat geen sprake is van huur, maar van huurkoop althans koop op afbetaling. Zij voeren aan dat zij de woningen hebben gekocht voor een koopsom van NAf 80.000,- en dat zij dat bedrag volledig hebben voldaan door betaling van bedrag ineens van NAf 2.100,- en vervolgens maandelijkse afbetalingstermijnen van NAf 700,- tot een bedrag van NAf 77.900,-, dus in totaal NAf 80.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3	[</nr>
      <para>eisers] c.s. baseren hun vordering op een huurovereenkomst. Omdat het bestaan daarvan wordt betwist en [eisers] c.s. hun stelling dat erflater en [gedaagden] c.s. (mondeling) een huurovereenkomst zijn aangegaan, niet hebben onderbouwd, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Op grond van het bovenstaande komt in deze procedure het bestaan van de bedoelde huurovereenkomst niet vast te staan en daarmee evenmin dat [gedaagden] c.s. huur aan [eisers] c.s. zijn verschuldigd. Nu [eisers] c.s. hun vordering tot ontruiming op de gestelde huurachterstand baseren, zal deze vordering worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5	[</nr>
      <para>eisers] c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagden] c.s. en tot aan dit vonnis begroot op NAf 2.500,- (2 punten, tarief 5).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eisers] c.s. in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagden] c.s. en tot aan dit vonnis begroot op NAf 2.500,-,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en op 5 juni 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>