<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T10:09:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202204254</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T10:08:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:324 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-12-2022 / CUR202204254</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige inbezitneming vissershuisje bij Fuik. Gedaagden moeten ontruimen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para>Zaaknummer: CUR202204254</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding d.d. 14 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER],</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.G.I. van der Plank, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[GEDAAGDE SUB 1],</title>
    <parablock>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. DE GEBRUIKER(S) VAN DE WONING AAN HET ADRES […],</title>
    <parablock>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 8 november 2022 heeft eiser een verzoekschrift in kort geding ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van het kort geding heeft hedenmiddag plaatsgehad. Eiser is verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde. Gedaagden zijn, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser vordert - samengevat - de ontruiming door gedaagden van de woning aan het adres […]. Ook vordert eiser veroordeling van gedaagde sub 1 tot betaling van buitengerechtelijke kosten, proceskosten en rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij in 2010 toestemming van (de rechtsvoorganger van) het Land Curaçao heeft gekregen om het betreffende terrein, gelegen in een vissershaven aan het Spaanse Water bekend als Kura Buriku, te gebruiken. Eiser stelt voorts dat hij op dat terrein in 2012 de woning – een vissershuisje – heeft laten bouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Volgens eiser is hij er in 2021 achter gekomen dat gedaagde sub 1 en anderen zich de toegang tot de woning hebben verschaft en daarin verblijven. Hij stelt dat dit zonder zijn toestemming en zonder recht of titel is gebeurd, en daarmee onrechtmatig. Tussenkomst van politie en sommaties van zijn gemachtigde zijn volgens eiser tevergeefs geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gedaagden, die niet op de zitting zijn verschenen, hebben de vorderingen van eiser niet weersproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De onweersproken vorderingen komen het gerecht onrechtmatig noch ongegrond voor, en zullen worden toegewezen. Daarbij zal een wat langere ontruimingstermijn worden bepaald dan gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gedaagde sub 1 zal, zoals gevorderd, als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht, recht doende in kort geding,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden de woning aan het adres […] te Curaçao binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met alle personen en zaken die zich in de woning bevinden, voor zover die zaken geen eigendom van eiser zijn, en ontruimd te houden en ter vrije beschikking van eiser te stellen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verstaat dat, indien gedaagden niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan deze veroordeling voldoen, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling aan eiser van NAf 2.268,19, bij uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling van de proceskosten, tot op heden begroot op NAf 763,28 aan oproepingskosten, NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.000 voor salaris gemachtigde, alle bedragen bij uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>