<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-21T13:47:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202003756</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2022/25 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:32">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T15:00:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:32 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 02-03-2022 / CUR202003756</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:32:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 29 juni 2012 belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft op 29 juli 2020 een beroepschrift ingediend. Op 6 juli 2012 heeft belanghebbende voor de tweede keer bezwaar gemaakt. Hij stelt dat de Inspecteur dit geschrift had moeten doorzenden naar het Gerecht om te worden behandeld als beroepschrift. In de ALL is geen algemene doorzendplicht vergelijkbaar met artikel 6:15 Awb opgenomen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur – in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel – brengen mee dat de Inspecteur het ten onrechte bij hem ingediende beroepschrift zo spoedig mogelijk doorzendt naar de bevoegde rechter. Naar het oordeel van het Gerecht leidt de doorzendverplichting uitzondering als de belanghebbende niet bedoeld heeft om beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar. Die uitzondering doet zich hier voor. Het geschrift is ingediend door een professionele rechtshulpverlener en was kennelijk bedoeld als een verzoek aan de Inspecteur om zijn beslissing te heroverwegen. Hierdoor wordt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht. Belanghebbende is derhalve niet ontvankelijk in zijn beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:32:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e7f5c477-2a1c-440c-866c-bdca4c40b4b6" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b134240d-11ac-4e18-99ef-a6e3a66278d8" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 2 maart 2022</para>
    <para>BBZ nr. CUR202003756</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 1 oktober 2010 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2009 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 575.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 17 augustus 2011 daartegen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 29 juni 2012 belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Hiertegen heeft belanghebbende op 6 juli 2012 bij de Inspectie der belastingen, bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 29 juli 2020 bij het Gerecht beroep ingesteld. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 21 juni 2021 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021 te Willemstad. Namens belanghebbende is [A] verschenen. Namens de Inspecteur is [A] verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota ingebracht en voorgedragen. De rechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting hebben partijen op 5 juli 2021 en 6 juli 2021 nog diverse stukken ingediend. Het Gerecht heeft hierin geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Ontvankelijkheid beroep</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In artikel 31, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De onderhavige uitspraak op bezwaar is gedagtekend op 29 juni 2012. Het beroepschrift is op 29 juli 2020 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. Een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep op grond van termijnoverschrijding blijft op grond van artikel 5, lid 4, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) echter achterwege ingeval van bijzondere omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 6 juli 2012 (wederom) tegen de aanslag bezwaar gemaakt. Hij stelt dat de Inspecteur dit geschrift had moeten doorzenden naar het Gerecht om te worden behandeld als beroepschrift. Volgens belanghebbende heeft hij om deze reden tijdig beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij schrijven van 21 juni 2016 heeft de Inspecteur op het tweede bezwaarschrift gereageerd. In zijn schrijven is voor zover van belang het volgende vermeld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) De dagtekening van de aanslag is 1 oktober 2010. Tegen deze aanslag heeft u op 17 augustus 2011, en dus te laat, een bezwaarschrift ingediend. Bij uitspraak van 29 juni 2012 is de heer [belanghebbende] niet ontvankelijk verklaard. De aanslag is niet ambtshalve verminderd. Op 6 juli 2012 heeft u voor de tweede keer bezwaar gemaakt. Ik kan ermee akkoord gaan dat dit geschrift als een tijdig ingediend beroepschrift wordt aangemerkt. U dient het dan zelf als een beroepschrift in te dienen. Aangezien de rechter niet aan een inhoudelijke behandeling kan toekomen heb ik een aantal vragen gesteld om te kunnen komen tot een beoordeling van het vastgestelde belastbaar inkomen. Aangezien ik geen antwoord krijg op mijn vragen moet ik ervan uitgaan dat het belastbaar inkomen niet te hoog is vastgesteld. (…)”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Voorop wordt gesteld dat de ontvankelijkheid van het beroepschrift ambtshalve door het Gerecht wordt beoordeeld. Dat de Inspecteur het geschrift van 6 juli 2012 als een beroepschrift heeft gekwalificeerd, betekent niet dat  daarom een rechtsgang bij de rechter wordt geopend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>In de ALL is geen algemene doorzendplicht vergelijkbaar met artikel 6:15 Awb opgenomen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur – in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel – brengen mee dat de Inspecteur het ten onrechte bij hem ingediende beroepschrift zo spoedig mogelijk doorzendt naar de bevoegde rechter (vgl. Raad van Beroep, 7 november 1996, ECLI:NL: ORBBNAA:1996:BU5559). In de regel geldt dat het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan - de Inspectie der belastingen – dan beslissend is voor de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend (vgl. GEA Curaçao 3 oktober 2019, ECLI:NL: OGEAC:2019:225). Naar het oordeel van het Gerecht leidt de doorzendverplichting uitzondering als de belanghebbende niet bedoeld heeft om beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Die uitzondering doet zich hier voor. Het geschrift is ingediend door een professionele rechtshulpverlener en was kennelijk bedoeld als een verzoek aan de Inspecteur om zijn beslissing te heroverwegen. Belanghebbende voert immers zelf aan (zie pleitnota 28 juni 2021) dat de vragen die de Inspecteur heeft gesteld naar aanleiding van voormeld schrijven volledig zijn beantwoord en dat alle onderliggende documenten zijn overgelegd. Die bedoeling leidt het Gerecht ook af uit de omstandigheid dat belanghebbende, ondanks de mededeling van de Inspecteur dat hij het geschrift (desgewenst) zelf als een beroepschrift moet indienen, dit niet heeft gedaan. Hij heeft pas op 21 september 2020 een beroepschrift ingediend bij het Gerecht, waarbij hij voormeld geschrift als bijlage heeft gevoegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Belanghebbende heeft verder geen bijzondere omstandigheden aangevoerd voor het niet inachtneming van de beroepstermijn. De termijnoverschrijding wordt niet verschoonbaar geacht. Belanghebbende is derhalve niet ontvankelijk in zijn beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 2 maart 2022, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200 </para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500 </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>