<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-26T16:04:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202201283</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-26T16:02:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:212 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 07-07-2022 / CUR202201283</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen sprake van elkaar opvolgende dienstbetrekkingen tussen een arbeider en verschillende werkgevers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERZOEKER],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AUTOMATION CONSULTANCY &amp; TECHNOLOGICAL SYSTEMS B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao, </para>
      <para>verweerster, </para>
      <para>gemachtigde: mr. W. ten Veen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat blijkt uit:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, ter griffie ingediend op 31 maart 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 10 juni 2022 (en de door partijen overgelegde pleitnotities). Bij de behandeling waren aanwezig verzoeker en namens verweerster haar directeur dhr. [naam 1] en mevr. [naam 2], assistent van de directeur, bijgestaan door voornoemde gemachtigde.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitspraak is bepaald op heden. <?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker verzoekt het Gerecht over te gaan “tot het gegrond verklaren van zijn bezwaar en verzoek tot geregelde schadevergoeding”. Voorts verzoekt hij door betaling van het loon vanaf oktober 2021 plus vertragingsrente van minimaal 20% over de nog door verweerster te betalen salaris plus 2 maanden opzegtermijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker legt aan de vordering ten grondslag dat de derde arbeidsovereenkomst bij een voortgezette dienstbetrekking “komende uit Nederland” wettelijk gezien heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dus dat verweerster de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd diende op te zeggen. Bij gebreke van de opzegging stelt hij recht te hebben op een door verweerster te betalen schadevergoeding gelijk aan een bedrag ter zake doorbetaling van het loon vanaf oktober 2021 tot einde van de arbeidsovereenkomst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.3.</para>
        <para>Verweerster voert verweer. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 oktober 2018 is verzoeker, na een proefperiode, krachtens een schriftelijke overeenkomst voor de duur van 1 jaar (derhalve van rechtswege eindigende op 30 september 2019) in dienst getreden van verweerster in de functie van “Business Support”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.2.</para>
        <para>Bij schriftelijke overeenkomst voor de duur van 1 jaar (ingaande op 1 oktober 2020 en eindigende 30 september 2021) is de arbeidsovereenkomst van verzoeker voortgezet in de functie van Application Manager. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.3.</para>
        <para>In voornoemde overeenkomsten is in artikel 2 lid 2 opgenomen dat de dienstbetrekking van rechtswege eindigt zonder dat hiervoor enige (voorafgaande) opzeggingshandeling noodzakelijk is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.4.</para>
        <para>Verweerster heeft het loon na 30 september 2021 niet doorbetaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitleg stellingen verzoeker</emphasis>
        </para>
        <para>3.5.</para>
        <para>In geschil is of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan (standpunt verzoeker) of niet (standpunt verweerster). Indien het standpunt van verzoeker juist is, dan is ingevolge artikel 7A:1615e lid 7 BW opzegging nodig.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.6.</para>
        <para>Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij in Nederland hetzelfde werk deed als in de functie die hij bij verweerster bekleedde en dat hij zijn werkzaamheden hier heeft voortgezet. Niet in geschil is, zo heeft verzoeker ook ter zitting toegelicht, dat de werkzaamheden in Nederland werden verricht ten behoeve van een andere werkgever. Evenmin is in geschil dat verweerster en de andere werkgever verschillende directieleden hebben, terwijl er door verzoeker steeds aparte arbeidsovereenkomsten met de desbetreffende werkgevers zijn gesloten. Gelet op het voorgaande is geen sprake van elkaar opvolgende dienstbetrekkingen tussen een arbeider en verschillende werkgevers, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn (artikel 7A:1615fa lid 2 BW). In zoverre telt, zo heeft verweerster terecht aangevoerd, de arbeidsovereenkomst bij de andere werkgever niet mee in de keten van arbeidsovereenkomsten. Van conversie inhoudende dat een reeks opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden ex artikel 7A:1615fa lid 1 aanhef en sub a BW op een gegeven moment wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geen sprake, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.7.</para>
        <para>Dit betekent dat in deze alleen de arbeidsovereenkomsten vanaf 1 oktober 2018 een rol spelen. Gelet daarop is er naar de letterlijke tekst van artikel 7A: 1615fa lid 1 BW niet voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De periode van 36 maanden is niet overschreden (sub a) en er is geen sprake van meer dan drie aaneengesloten arbeidsovereenkomsten (sub b). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.8.</para>
        <para>Voor zover verzoeker zich op het standpunt stelt dat de opzegbepalingen van het BW niet in acht zijn genomen, slaagt dat evenmin. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt door het verstrijken van de overeengekomen periode. Opzegging is alleen nodig indien partijen dit zijn overeengekomen. In het in 3.3. bedoelde artikel van de arbeidsovereenkomsten staat niet opgenomen dat partijen een opzeggingshandeling zijn overeengekomen. Integendeel: daarin staat expliciet dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt zonder dat een opzeggingshandeling noodzakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.9.</para>
        <para>De slotsom is dat de arbeidsovereenkomst niet als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aan te merken. De daarmee in verband staande verzoeken worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.10.</para>
        <para>In de gewezen arbeidsrelatie tussen partijen ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <bridgehead role="underline">Het Gerecht:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.</para>
      <para>wijst de verzoeken af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.</para>
      <para>compenseert de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. U.I.D. Luydens, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>