<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-20T08:03:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202002399</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:147">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-20T08:02:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:147 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 21-03-2022 / CUR202002399</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:147:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schadevaststelling na diefstal vuurwerk uit het kruithuis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:147:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </bridgehead>
    <para>Zaaknummer: CUR202002399</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 21 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de naamloze vennootschap ALL KIND OF BUSINESS N.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [EISER},</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>eisers, </para>
      <para>gemachtigde: mr. N.B. Louisa, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET LAND CURAÇAO</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. A.C. Herrera.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna AKOB, [eiser] (gezamenlijk in enkelvoud [eiser] c.s.) en het Land worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 6 september 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser] c.s. van 15 november 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van het Land van 7 februari 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het gerecht blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 6 september 2021 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen en beslist. Voor zover [eiser] c.s. heeft verzocht terug te komen op eerder genomen beslissingen, ziet het gerecht daartoe geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het tussenvonnis is geoordeeld dat het Land aansprakelijk is voor de door [eiser] c.s. geleden schade als gevolg van de diefstal van een partij vuurwerk uit het Kruithuis. Over de zeven schadeposten (a tot en met g) heeft het gerecht als volgt geoordeeld. De kosten van het gestolen vuurwerk (a) en de extra kosten (c) voor de aanschaf van nieuw vuurwerk komen voor vergoeding in aanmerking. [eiser] c.s. wordt daarmee in de situatie gesteld waarin hij zou verkeren als er geen diefstal van het vuurwerk zou hebben plaatsgevonden. Ook in dat geval zou hij immers (eenmaal) kosten hebben gemaakt voor de aanschaf van vuurwerk. De kosten van de sloten (b) zijn eveneens toewijsbaar geoordeeld. Wat betreft de invoerrechten en de upgrading van de software (d en e) is geoordeeld dat deze kosten normaliter worden doorberekend aan de klant en dus onderdeel uit (zullen) maken van de post inkomens/winstderving (f). Wat betreft de gevorderde reputatieschade (g) is geoordeeld dat niet is onderbouwd en niet aannemelijk is geworden dat [eiser] c.s. reputatieschade heeft geleden, zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Over de inkomensschade (f) is in het tussenvonnis overwogen:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.	[</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">eiser] c.s. stelt dat hij een aantal vuurwerkshows had gepland in de periode van de datum van de diefstal tot en met december 2019 en dat sprake is van inkomensderving. Het Land heeft aangevoerd dat de schade niet voldoende is onderbouwd.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ter zitting is duidelijk geworden dat de schade zoals (nu) door [eiser] c.s. is gevorderd, niet de inkomensschade is die hij (mogelijk) heeft geleden. Er is volgens [eiser] c.s. enerzijds sprake van inkomensderving als gevolg van door hem gegeven kortingen. Hij moest die kortingen geven vanwege de mindere kwaliteit van de shows, aldus [eiser] c.s. Anderzijds stelt [eiser] c.s. schade te hebben geleden als gevolg van shows die in december 2019 zouden worden uitgevoerd en die zijn geannuleerd door de opdrachtgevers nadat ze hadden gehoord dat het vuurwerk was gestolen. Ter zitting heeft [eiser] c.s. gesteld dat het gaat om de shows die zijn weergegeven in productie 1 van [eiser] c.s. met nummers 139, 140 en 143-146. [eiser] c.s. heeft echter vooralsnog niet voldoende onderbouwd welke schade hij als gevolg hiervan heeft geleden. Het gerecht zal [eiser] c.s. in de gelegenheid stellen om dit bij akte alsnog te doen.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.	[</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">eiser] c.s. dient bij akte gemotiveerd (met offertes, facturen, bankafschriften en/of verklaringen) te onderbouwen;</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">bij welke uitgevoerde vuurwerkshows hij korting heeft gegeven en wat in dat geval de hoogte is geweest van de korting;</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">welke geplande shows zijn afgezegd door de afnemers en wat in dat geval de misgelopen inkomsten zijn (geweest).</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij akte is door [eiser] c.s. teruggekomen op een aantal stellingen die ter zitting zijn ingenomen over afgelaste vuurwerkshows. Er zijn bij nadere beschouwing vijf shows afgelast en er is bij negen shows een korting gegeven. Dat er vijf shows zijn afgelast en dat er korting is gegeven is door [eiser] c.s. met stukken onderbouwd en is niet betwist door het Land, zodat het gerecht daar vanuit gaat. [eiser] c.s. heeft in totaal voor een bedrag van NAf 24.600 korting gegeven. Deze inkomsten heeft [eiser] c.s. dus misgelopen, terwijl daar geen bespaarde kosten tegenover staan, zodat dit bedrag zal worden toegewezen als winstderving.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor de vijf afgelaste shows geldt het volgende. De shows vertegenwoordigen een totaalbedrag aan (potentiële) opbrengsten van NAf 79.500. Dat betekent echter niet, zoals ook het Land heeft aangevoerd, dat het gehele bedrag toewijsbaar is. [eiser] c.s. heeft immers voor deze afgelaste shows geen vuurwerk hoeven verbruiken en heeft daarnaast kosten kunnen besparen, zoals arbeidskosten. Op basis van de overgelegde stukken kan niet afdoende concreet worden beoordeeld welk deel van het bedrag van NAf 79.500 ziet op misgelopen winst (misgelopen opbrengsten minus bespaarde kosten). Op basis van de beschikbare gegevens over kosten en baten kan wel tot een verantwoorde schatting van de winstderving worden gekomen. Het gerecht zal de schade op dit onderdeel daarom op de voet van artikel 6:104 Burgerlijk Wetboek (BW) begroten en wel op </para>
        <para>NAf 50.000. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het voorgaande betekent dat in totaal NAf 106.836,19 zal worden toegewezen, bestaande uit NAf 21.301,58 (a), NAf 2.380 (b), NAf 8.554,61 (c) en </para>
        <para>NAf 74.600 (f, inbegrepen d en e). De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot een bedrag van NAf 3.000, conform het procesreglement (1,5 punt van het tarief NAf 2.000). De wettelijke rente zal, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Land zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden, gebaseerd op het toegewezen bedrag, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op: </para>
        <para>explootkosten 		NAf    379,15</para>
        <para>griffierecht 			NAf    750</para>
        <para>salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">NAf 5.000     +</emphasis> (2,5 punt)</para>
        <para>totaal:		 NAf 6.129,15</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt het Land tot betaling aan [eiser] c.s. van NAf 106.836,19, te vermeerderen met een bedrag van NAf 3.000 aan buitengerechtelijke kosten en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2020;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt het Land in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op NAf 6.129,15;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en op 21 maart 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>