<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-03T14:03:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202101461</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2022/48 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:135">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-03T09:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:135 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 24-05-2022 / CUR202101461</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:135:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gelet op de poststempel op de enveloppe waarin de uitspraak op bezwaar is verzonden, dient aangenomen te worden dat de uitspraak op 9 februari 2021 ter post is bezorgd. Belanghebbende komt buiten de tweemaandstermijn, op 30 april 2021, in beroep. Nu belanghebbende stelt eind maart 2021 op de hoogte te zijn gekomen van de uitspraak is de termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar omdat belanghebbende niet ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk, dat is binnen twee weken na kennisname, in beroep is gekomen. Belanghebbendes beroep is niet- ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:135:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="598aa1f3-3294-4b4a-88b8-529ab728605c" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c839cd83-2c0a-43b9-bcc0-f2ef72ca5233" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 24 mei 2022</para>
    <para>BBZ nr. CUR202101461</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende], </emphasis>wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 4 september 2020 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2018 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 57.061.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 27 oktober 2020 tegen bovengenoemde aanslag bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 11 december 2020 uitspraak op bezwaar gedaan en de aanslag inkomstenbelasting voor 2018 verminderd naar een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 55.403.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 30 april 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 30 juni 2021 en op 15 maart 2022 het Gerecht aanvullende stukken doen toekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 23 maart 2022 een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2022 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, vergezeld van haar partner, de heer [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B]. Het onderzoek is gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In geschil is nog enkel de door belanghebbende opgevoerde premie eigenrisicoverzekering. De Inspecteur stelt dat deze kosten niet in aftrek kunnen worden toegelaten omdat voorgenoemde verzekering geen aflopende risicoverzekering  betreft, zoals dat wettelijk vereist is. </para>
        <para>Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur door in verschillende jaren de premies in aftrek toe te staan, het vertrouwen heeft gewekt dat de aftrek ook in het jaar 2018 toegestaan zou worden. De hypotheekrenteaftrek is niet langer in geschil.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In artikel 31, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De onderhavige uitspraak op bezwaar is gedagtekend op 11 december 2020. Het beroepschrift is op 30 april 2021 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De regel dat beroep moet worden ingediend binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar leidt uitzondering indien de uitspraak na de datum van dagtekening is bekendgemaakt. In dat geval vangt de termijn voor het instellen van beroep op de dag na bekendmaking aan. Bekendmaking van de uitspraak kan geschieden door terpostbezorging.<footnote-ref linkend="_a4ce1680-77ca-4336-beac-3c31ac89c581" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat de uitspraak op  bezwaar pas na de datum van dagtekening ter post is bezorgd. Belanghebbende heeft als bewijs een kopie van de voorzijde van de enveloppe waarin de uitspraak op bezwaar volgens belanghebbende is verzonden, overgelegd. Op de enveloppe staat een poststempel met de datum 9 februari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Gelet op de poststempel moet aangenomen worden dat de uitspraak op 9 februari 2021 ter post is bezorgd. Dit brengt mee dat de beroepstermijn is aangevangen op 10 februari 2021. Het beroepschrift is ingediend op 30 april 2021, dat is buiten de termijn van twee maanden en dus te laat.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep op grond van termijnoverschrijding blijft op grond van artikel 5, lid 5, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) echter achterwege ingeval van bijzondere omstandigheden. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat zij pas eind maart 2021 op de hoogte is gekomen van de uitspraak op bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Als met vertraging is kennisgenomen van een uitspraak op bezwaar geldt dat het beroep zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Behoudens bijzondere omstandigheden merkt het Gerecht een termijn van ten minste twee weken aan als ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk’.<footnote-ref linkend="_45de783c-ee8e-498b-88c9-6293c932ec62" /> Belanghebbende heeft pas op 30 april 2021, dat is buiten voorgenoemde beroepstermijn, beroep ingesteld, zodat het beroep niet- ontvankelijk is. Aan een inhoudelijke behandeling komt het Gerecht niet toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van  proceskosten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2018 niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 24 mei 2022, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter is buiten </para>
      <para>staat de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200 </para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500 </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a4ce1680-77ca-4336-beac-3c31ac89c581" label="1">
    <para> Vgl. Hoge Raad 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_45de783c-ee8e-498b-88c9-6293c932ec62" label="2">
    <para> Vgl. Gemeenschappelijk Hof 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>