<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2022:105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-29T13:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202200961</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2022:105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-29T13:51:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2022:105 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 12-04-2022 / CUR202200961</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2022:105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontruimingsvordering toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2022:105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para>Zaaknummer: CUR202200961</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding d.d. 12 april 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap N.V. STADSHERSTEL,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: deurwaarder R.A. Ramazan, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Stadsherstel en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Stadsherstel heeft op 2 maart 2022 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 5 april 2022 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Stadsherstel waren aanwezig, dhr. [naam 1], directeur, mw. [naam 2], medewerker  en mw. [naam 3], office-manager, bijgestaan door dhr. Ramazan. [Gedaagde] is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend. De echtgenote van [gedaagde], [naam 4] (hierna: [naam 4]), is verschenen, vergezeld door haar dochter, [naam 5] en een vriendin. [naam 4] beschikt niet over een volmacht om namens [gedaagde] te procederen of te verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Stadsherstel heeft het perceel grond met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als [adres A] tot en met [adres B] gekocht en bij notariële akte van </para>
        <para>12 maart 2001 geleverd gekregen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In 2008 is Stadsherstel een mondelinge huurovereenkomst aangegaan met [gedaagde] met betrekking tot de huur van de woning gelegen te [adres C] (hierna: de woning). De huurprijs bedraagt NAf 350 per maand. [Gedaagde] heeft slechts enkele malen en voor het laatst op 23 maart 2009 de huur betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij brieven van 10 augustus 2012, 7 april 2008 en 8 augustus 2016 zijn de bewoners van de [adres A]-[adres B] gesommeerd de woning te ontruimen en te verlaten. Tot op heden is de woning niet ontruimd en verlaten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Stadsherstel vordert: </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Gedaagde te bevelen om binnen een week na betekening van het in deze te wijzen vonnis het pand gelegen aan de [adres C] te verlaten en te ontruimen met al de zijnen en het zijne en alle personen die mochten beweren aan hun aanwezigheid enig occupatierecht te ontlenen, althans met alle personen die door gedaagde aanwezig zijn in voormeld pand, met machtiging aan eiseres om indien gedaagde in gebreke mocht blijven met vorenstaand bevel dit zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de door eiseres betaalde NAf 450,00 aan griffierechten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Stadsherstel legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] al jaren niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft ondanks meermalen daartoe te zijn gesommeerd de woning niet ontruimd en verlaten. Inmiddels heeft een potentiële koper zich gemeld die de woning eind deze maand (april 2022) nog vrij van gebruik geleverd wenst te krijgen. Stadsherstel heeft gelet hierop er belang bij dat de woning zo snel mogelijk wordt ontruimd. Hier komt nog bij dat de woning in zeer slechte staat van onderhoud verkeert en dringend gerestaureerd moet worden.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4.	De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang ligt besloten in de aard van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.	[</nr>
      <para>naam 4] heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij samen met haar dochter in de woning verblijft. Zij heeft voor het laatst in 2007 huur betaald aan een meneer genaamd [naam 6], waarna haar in 2017 door de eigenaresse van de woning is medegedeeld dat zij geen huur meer hoefde te betalen. [naam 4] en haar dochter zijn bereid de woning te verlaten, op zijn vroegst op 20 april 2022.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Stadsherstel is een mondelinge huurovereenkomst aangegaan met [gedaagde]. [gedaagde] heeft de vordering van Stadsherstel en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet bestreden. De stelling van Stadsherstel dat al jaren geen huur wordt betaald voor het verblijf in de woning vindt voorts bevestiging in de mededeling van [naam 4] ter zitting. De vordering, die overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomt, zal gelet op het voorgaande worden toegewezen als na te melden met inachtneming van het navolgende.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op grond van redelijkheid en billijkheid zal aan [gedaagde] een ontruimingstermijn worden gegund van twee weken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.	[</nr>
      <para>gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Stadsherstel tot op heden begroot op NAf 307,50 aan explootkosten, NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.000 aan gemachtigdensalaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>beveelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van het vonnis de woning gelegen te [adres C] te verlaten en te ontruimen met al de zijnen en het zijne en alle personen die mochten beweren aan hun aanwezigheid enig occupatierecht te ontlenen, althans met alle personen die door [gedaagde] aanwezig zijn in de woning; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verstaat dat, indien [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van  Stadsherstel tot op heden begroot op NAf 307,50 aan explootkosten, NAf 450 aan griffierecht en </para>
        <para>NAf 1.000 aan gemachtigdensalaris;   <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en op 12 april 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>