<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2021:267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-13T11:02:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202100423</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2022/38 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2021:267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2021:267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T09:15:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2021:267 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 25-10-2021 / CUR202100423</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2021:267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ingehouden loonbelasting komt toe aan de belastingdienst en niet aan de werknemer</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2021:267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR202100423 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 25 oktober 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao, </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">--tegen--</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE] h.o.d.n. [GEDAAGDE] SURVEILLANCE SERVICES,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende c.q. gevestigd in Curaçao<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend verzoekschrift met producties, op 11 februari 2021 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zijdens [eiser] op 24 mei 2021 en 5 juli 2021 ingediende nadere producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties (USB-stick) van [gedaagde] van 12 juli 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op 16 september 2021 gehouden comparitie van partijen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Partijen zijn in persoon ter comparitie van partijen verschenen en hebben ter gelegenheid daarvan hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet en vragen beantwoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>eiser] is als security medewerker op 1 augustus 2018 voor de duur van zes maanden in dienst getreden van [gedaagde]. Bij brief van 15 januari 2019 is de arbeidsovereenkomst met 1 jaar verlengd. Bij brief van 30 januari 2020 is de arbeidsovereenkomst wederom verlengd met 1 jaar. De arbeidsovereenkomst is per 1 februari 2021 van rechtswege geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 15 januari 2021 is [eiser] medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden verlengd, omdat [gedaagde] niet tevreden zou zijn over zijn werkgedrag en inzet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft gedurende de dienstperiode van [eiser] loonbelasting op het loon van [eiser] ingehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <para>1. gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van NAf 6.001,43, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>2. [ gedaagde] te veroordelen in de geding- en incassokosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.	[</nr>
      <para>eiser] heeft ter zitting toegelicht waarop zijn vordering gebaseerd is. Hij voert aan dat [gedaagde] de op zijn loon ingehouden loonbelasting ten bedrage van NAf 6.001,43 niet aan de belastingdienst heeft afgedragen. Hij vordert teruggave van de ingehouden loonbelasting.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Iedere werkgever en dus ook [gedaagde] is ingevolge de belastingwetgeving – met inachtneming van alle bepalingen omtrent tarief en vrijstellingen van het desbetreffende jaar – inhoudingsplichtig voor de loonbelasting, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen, die hij afdraagt aan de belastingdienst. De ingehouden loonbelasting komt derhalve toe aan de belastingdienst en niet aan de werknemer. Het feit dat [gedaagde] de ingehouden loonbelasting nog niet heeft afgedragen maakt dit niet anders. Gelet hierop zal de vordering van [eiser] dan ook worden afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3. 	[</nr>
      <para>eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. U.I.D. Luydens, rechter, en op 25 oktober 2021           uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>