<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2020:85</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-20T15:13:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201900107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:85">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:85</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-20T15:12:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2020:85 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 03-02-2020 / CUR201900107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2020:85:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde is wel degelijk de koopster, niet haar (insolvabele) zustervennootschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2020:85:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CURACAO FOODS TRADE N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.G. Giel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CURACARE PHARMACY N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>handelend onder de naam Curacare Health &amp; Beauty IX,</para>
      <para>te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>thans zonder gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiseres heeft op 11 januari 2019 een verzoekschrift ingediend. Namens gedaagde is een conclusie van antwoord genomen, waarna eiseres heeft gerepliceerd. Gedaagde heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, op de daarvoor bepaalde datum geen conclusie van dupliek genomen, waarop haar recht daartoe vervallen is verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres vordert, samengevat, veroordeling van gedaagde tot betaling van NAf 7.247,71 plus contractuele rente en incassokosten. Deze vordering heeft betrekking op door eiseres in 2017 aan gedaagde verkochte en geleverde goederen, door haar gefactureerd bij de vier als productie 2 overgelegde facturen. De facturen zijn op naam gesteld van ÇuraCare Botica Rio Canario Sambil, Veeris 27 unit L-29, SAMBIL’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord de stelling betrokken dat eiseres haar vordering tegen de verkeerde entiteit heeft ingesteld. Volgens gedaagde heeft eiseres aan Botica Rio Canario N.V. heeft geleverd, niet aan gedaagde. Gedaagde bestond volgens haar verweer nog niet toen eiseres haar facturen opmaakte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij conclusie van repliek heeft eiseres onderbouwd uiteengezet dat gedaagde wel degelijk al bestond in de hier relevante periode, dat gedaagde toen actief was - ook blijkens het handelsregister - te Sambil en dat de goederen daar toen aan dat adres van gedaagde zijn geleverd. Volgens eiseres kan gedaagde niet te goeder trouw voor het eerst in deze procedure het standpunt innemen dat een op hetzelfde adres ingeschreven, aan haar gelieerde (insolvabele) entiteit de contractspartij van eiseres is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gedaagde heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld en hoewel de stellingen van eiseres bij repliek daarom vroegen, niet meer gereageerd. Daarmee heeft zij de stellingen van eiseres onvoldoende betwist. Die stellingen kunnen de vordering dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De vordering van eiseres zal dan ook worden toegewezen als hierna omschreven, waarbij over de kosten zal worden beslist overeenkomstig artikel 136 Procesreglement Civiele Zaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van NAf 7.247,71, te vermeerderen met 1,5% rente per maand vanaf 18 december 2017 tot de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met NAf. 750 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 349,15 aan oproepingskosten, NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.000 voor salaris gemachtigde, alle bedragen te vermeerderen met de wettelijk rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2020.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>